---
title: "Parlementaire vraag 1333 · Werk in onroerende staat. Verlegging van de heffing. Niet in België gevestigde"
description: "Werk in onroerende staat. Verlegging van de heffing. Parlementaire vraag nr. 1333 van 16 december 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1333-werk-in-onroerende-staat-verlegging-5fd6"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1333-report-perception-travail-immobilier-representant-4f2a"
---

# Werk in onroerende staat. Verlegging van de heffing. Niet in België gevestigde · Werk in onroerende staat. Verlegging van de heffing. Niet in België gevestigde onderneming. Aansprakelijke vertegenwoordiger.

**Nummer**

1333

**Datum**

16 december 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 152, blz. 16.283-16.285**

*Werk in onroerende staat - Verlegging van de heffing - Niet in België gevestigde onderneming - Aansprakelijke vertegenwoordiger.*

## **VRAAG**

[Artikel 19, § 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) bepaalt wat dient te worden verstaan onder een werk in onroerende staat dat wordt gelijkgesteld met een dienst onder bezwarende titel. In één van de uitgaven van het ministerie van Financiën (BTW-Revue, nr. 41, juli 1979) werd volgende toelichting verstrekt bij dat artikel: "De levering met plaatsing van een roerend goed, dat niet wordt ingelijfd in een gebouw of in een ander uit zijn aard onroerend goed maar dat op eenvoudige wijze wordt vastgemaakt aan een gebouw, is geen werk in onroerende staat als bedoeld in [artikel 19, paragraaf 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19). Een dergelijke levering kan alleen aan de bijzondere regeling van de verlegging van de heffing, die is ingesteld bij artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, onderworpen zijn wanneer ze uitdrukkelijk is vermeld in paragraaf 2 van laatstgenoemd artikel. Met name machines, toestellen en apparatuur, in het bijzonder voor industriële installaties of voorwerpen voor dagelijks gebruik voor normale uitrusting of voor versiering, blijven in beginsel roerend of worden ten hoogste onroerend door bestemming. De regeling ingesteld bij artikel 17bis is derhalve niet van toepassing op de levering met aanhechting aan een onroerend goed van dergelijke goederen, zelfs niet wanneer de aanhechting een werk in onroerende staat van geringe omvang vereist, behoudens wanneer het gaat om handelingen die uitdrukkelijk zijn vermeld in paragraaf 2, 1° of 2°, van dat artikel 17bis. De regeling van de verlegging van de heffing is evenmin van toepassing op onderhouds- en herstellingswerken aan op dergelijke wijze geplaatste goederen.

Koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 is intussen vervangen door koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 waarin artikel 17bis is opgenomen onder artikel 20. Die beslissing is uitermate belangrijk voor de buitenlandse onderneming die uitzonderlijk dergelijke prestatie van geringe omvang in België verricht. Hierdoor ontsnapt men aan de moeilijke en ingewikkelde procedure om eerst een BTW-inschrijvingsnummer en daarna de erkenning van "aannemer van werk in onroerende staat" te bekomen. Bovendien is er de niet-inhouding van de verplichte afhouding van (2 x 15 % =) 30 % van het factuurbedrag van de buitenlandse leverancier, indien deze niet is geregistreerd als aannemer van werk in onroerende staat in België. De interpretatie van [artikel 19, § 2, van het BTW- wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) en [artikel 20 van koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) is bij de administratie, en ook in de privé-sector, zeer uiteenlopend.

1\. Hoe interpreteert de administratie die tekst nu?

2\. Is de toelichting van 1979, in de loop der jaren al gewijzigd?

## **ANTWOORD**

Artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, waarbij een bijzondere regeling van verlegging van heffing werd ingesteld, is, zoals het geacht lid terecht opmerkt, vervangen door [artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) van 29 december 1992.

De tekst van het huidige artikel 20, § 2, waarin de handelingen worden opgesomd die binnen het toepassingsveld van de regeling van de verlegging van heffing vallen, is onveranderd gebleven, zodat thans ook dezelfde handelingen als voorheen onder de toepassing van die regeling vallen.

De beslissing van 4 juli 1979, nr. ET 32.583, gepubliceerd in de BTW- Revue, nr. 41, blz. 549, nr. 712, blijft bijgevolg, mutatis mutandis, van toepassing.

In beginsel moet een niet in België gevestigde onderneming, overeenkomstig [artikel 55 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), alvorens in België handelingen te verrichten andere dan deze waarvoor de medecontractant schuldenaar is van de belasting bij toepassing van [artikel 51, § 2, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), een hier te lande gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen. Bij de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger wordt aan de genoemde onderneming een Belgisch BTW- identificatienummer toegekend.

Bij toepassing van [artikel 55, vierde lid, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) en overeenkomstig nr. 81 van de aanschrijving nr. 30 van 1975, is de in het buitenland gevestigde onderneming evenwel, op facultatieve wijze, ontslagen van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen wanneer zij in België occasioneel handelingen verricht van geringe omvang, andere dan intracommunautaire handelingen. In het geval de in het buitenland gevestigde onderneming effectief gebruik maakt van dit ontslag wordt haar geen Belgisch BTW-identificatienummer toegekend en dient de medecontractant van die onderneming de Belgische BTW te voldoen ongeacht of de handeling al dan niet is beoogd in artikel 20, § 2, van het bovengenoemde koninklijk besluit nr. 1.

De artikelen 400 tot 408 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (artikelen 299bis en 299ter van het Wetboek van de inkomstenbelastingen) zijn evenwel van toepassing op elke aldaar bedoelde handeling uitgevoerd door een niet geregistreerde buitenlandse aannemer ongeacht de omvang van de uitgevoerde werken en ongeacht het al dan niet hebben van een BTW-nummer of een erkende aansprakelijke vertegenwoordiger inzake BTW, maar onverminderd de vrijstellingen of beperkingen beoogd in de artikelen 404, § 1, 407, lid 4 en 408, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (artikelen 299bis, § 6 en 299ter, §§ 4 en 6 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen).

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 3 voorkomens

[KB nr. 1 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) 2 voorkomens

[WBTW art. 55](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) 2 voorkomens

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 1 voorkomen
