Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 009, blz. 799-801
Afbraak van woningen in bepaalde stadsgebieden - Verlaagd tarief
VRAAG
De programmawet van 27 december 2006 heeft het BTW-tarief op de afbraak van woningen in bepaalde stadsgebieden verlaagd. Naar analogie met de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % voor de werken in onroerende staat voor de gebouwen van meer dan 5 jaar of 15 jaar, bestaat deze maatregel erin om hetzelfde verlaagd tarief in eerste instantie toe te passen op de afbraak van met name onbewoonbare woningen met vervolgens het oog op de heropbouw van degelijke woningen.
De maatregel is beperkt tot de grote steden die opgesomd zijn in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005. Deze beperking was nodig omdat de maatregel enerzijds enkel het akkoord van Europa kreeg voor een BTW-verlaging «in het kader van het sociaal beleid verstrekte huisvesting» en de regering dus zones moest afbakenen of andere sociale criteria invoeren, en anderzijds budgettair haalbaar moest blijven.
1. Velen beschouwen deze maatregel als dicriminatie van de niet opgenomen steden. Wat is hierin uw standpunt?
2. a) Overweegt u de nieuwe regeling te evalueren ?
b) Wanneer volgt deze evaluatie ?
3. Bent u bereid, op basis van de evaluatie, om het aantal steden waarbinnen de maatregel van toepassing is, uit te breiden ?
4. Is er al overleg geweest met de verschillende gewestelijke overheden in de problematiek van het verlaagd BTW-tarief voor sloop en heropbouw?
ANTWOORD
(vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, 08.02.2008)
Het verlaagde BTW-tarief van 6% is van toepassing op het werk in onroerende staat en de handelingen opgesomd in rubriek XXXI, § 3, 3o tot 6o van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 die de afbraak en de daarmee gepaard gaande heropbouw van een woning tot voorwerp hebben.
Artikel 132 van de programmawet van 27 april 2007 heeft deze maatregel uitgebreid tot het volledige grondgebied van de grote steden opgesomd in de koninklijke besluiten van 12 augustus 2000, 26 september 2001 en 28 april 2005.
Zoals blijkt uit de toelichting bij de programmawet van 27 december 2006 beoogde men door deze fiscale stimulans de heropbouw van woningen aan te moedigen in die steden die ingevolge de leegstand, onbewoonbaarverklaring en verkrotting van gebouwen specifiek te lijden hadden onder een stijgende criminaliteit en onveiligheidsgevoel.
Deze maatregel is dus bedoeld ten gunste van de heropbouw van privéwoningen in uitsluitend die gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid en de gekende stedelijke problematiek. Er is dus geen discriminatie van de niet opgenomen steden aangezien zij niet of in mindere mate met deze problematiek te maken hebben.
Wat het overleg met andere beleidsniveaus betreft, is het zo dat deze materie bijvoorbeeld kan besproken worden in de Interministeriële Conferentie van Huisvesting. Deze conferentie, die zetelt onder voorzitterschap van de minister van Justitie, is bevoegd voor de coördinatie tussen het federaal beleid en het beleid van de gemeenschappen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.