---
title: "Parlementaire vraag 132 · Leveringen van goederen aan particulieren. Afzonderlijke inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten"
description: "Leveringen van goederen aan particulieren. Parlementaire vraag nr. 132 van 6 februari 1984 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/132-leveringen-goederen-particulieren-afzonderlijke-inschrijvingen-92b3"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/132-fournitures-biens-particuliers-inscription-separee-2fd2"
---

# Leveringen van goederen aan particulieren. Afzonderlijke inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten · Leveringen van goederen aan particulieren. Afzonderlijke inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten voor leveringen van meer dan 5000 frank

**Nummer**

132

**Datum**

6 februari 1984

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Leveringen van goederen aan particulieren - Afzonderlijke inschrijvingen in het dagboek van ontvangsten voor leveringen van meer dan 5000 frank*

## **VRAAG**

Artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969 bepaalt dat BTW-plichtigen in hun ontvangstenboek de levering van goederen waarvan de gebruikelijke eenheidswaarde 5.000 frank inclusief BTW te boven gaat, apart moeten vermelden.

Afgezien van het logge formalisme van die regeling voor kleine bedrijven, stip ik aan dat het bedrag van 5000 frank sinds vijftien jaar onveranderd is.

Als de regering werkelijk de administratieve lasten van de bedrijven wil verminderen, zou ze dat bedrag moeten vermenigvuldigen met een breuk waarvan de noemer het indexcijfer van de consumptieprijzen in juli 1969 en de teller het indexcijfer van de consumptieprijzen op dit ogenblik - is, met afronding op het naaste duizendtal.

## **ANTWOORD**

De voorschriften van artikel 12 van het koninklijk besluit nr. 1 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, behandelen de vorm van de boekhouding, onder meer van het dagboek van ontvangsten.

Inzake bewijskracht van een boekhouding moet aangestipt worden dat de loutere inschrijvingen in bedoeld dagboek niet als voldoende bewijskrachtig kunnen aangemerkt worden. Ter zake is vereist dat deze inschrijvingen gestaafd worden door:

\- hetzij de gedetailleerde vermelding van de verkochte goederen, zoals onder meer het geval is voor de levering van goederen waarvan de prijs meer bedraagt dan 5000 frank (BTW en eventuele speciale taks daaronder begrepen);

\- hetzij de overlegging van kasbescheiden die, volgens de werkzaamheid van de onderneming, kunnen bestaan uit telbanden van kasregisters, dubbels van kwijtingen, verkoopbons, enz.

Voor de toepassing van die regels wordt geen onderscheid gemaakt tussen fysieke personen en vennootschappen.

Bijgevolg is het in het kader van de bewijskracht van de gevoerde boekhouding aangewezen precieze en gedetailleerde inschrijvingen te hebben zodat het niet opportuun lijkt, en zeker niet in het belang van de belastingplichtigen, om in te gaan op de door het geachte Lid voorgestelde verhoging die dus geen wezenlijke vereenvoudiging zou betekenen (z. vraag nr. 388 van de heer Steverlynck Z. Revue B.T.W. nr. 60, blz. 508, nr. 36 , bulletin van Vragen en Antwoorden van de Kamer van 30 augustus 1983, nr. 43).
