---
title: "Parlementaire vraag 1314 · Tarief. Gas. Stookolie. Elektriciteit"
description: "Tarief. Gas. Stookolie. Elektriciteit, aardgas. Parlementaire vraag nr. 1314 van 6 juni 2006 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1314-tarief-gas-stookolie-elektriciteit-goyvaerts-bef6"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1314-taux-gaz-mazout-electricite-goyvaerts-d542"
---

# Tarief. Gas. Stookolie. Elektriciteit

**Nummer**

1314

**Datum**

6 juni 2006

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 127, blz. 24944-24946**

*Tarief - Gas - Stookolie - Elektriciteit*

## **VRAAG**

Momenteel bedraagt in België het BTW-tarief op gas, stookolie en elektriciteit 21% en heeft daarmee het derde hoogste BTW-tarief in de EU. Hierdoor wordt energievoorziening fiscaal als een luxeproduct behandeld, terwijl het toch een basisbehoefte betreft.

In januari 2005 stelde Marc Verwilghen, als minister bevoegd voor energie, voor om de BTW op elektriciteit te verlagen tot 6 %. U wees op de budgettaire impact van een dergelijk verlaagd tarief.

Verschillende Europese landen hanteren reeds een verlaagd BTW-tarief op energie. Zo hebben Frankrijk, Italië, Griekenland, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een lager tarief in te voeren.

Bovendien stelde u dat een eventuele daling van de tarieven een Europese bevoegdheid is en derhalve niet onder de bevoegdheid van de federale regering valt.

Uit ingewonnen informatie blijkt dit niet te kloppen. De Europese regelgeving laat wel degelijk een verlaagd BTW-tarief toe voor energie. Een lidstaat die een lager tarief wil invoeren, moet dit melden aan de Europese Commissie, die nagaat of de maatregel niet concurrentieverstorend werkt. Zo zal een lastendaling op elektriciteit alleen niet mogelijk zijn, maar een lager tarief voor alle energieproducten zal normaliter geen problemen opleveren voor de Europese Commissie.

1\. Welke procedure dient een lidstaat ten aanzien van de Europese Commissie te volgen die een lagere BTW wil invoeren voor energieproducten?

2\. Hoe komt het dat Frankrijk, Italië, Griekenland, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk een verlaagd BTW-tarief hebben kunnen invoeren?

3\. Waarom heeft België de betreffende procedure nooit opgestart?

4\. Wat zijn de redenen en argumenten daartoe?

5\. Bent u van oordeel dat een verlaging van het BTW-tarief concurrentieverstorend zal zijn ten opzichte van de buurlanden?

## **ANTWOORD**

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 28.06.2006)

Vooreerst wordt het geachte lid verwezen naar het antwoord op zijn vraag nr. P669 in de plenaire vergadering nr. 114 van 20 januari 2005 waarin ik uitvoerig de Europese reglementering met betrekking tot gas en elektriciteit heb uiteengezet. (CRIV 51 PLEN 114, Kamer, 2004-2005, 20 januari 2005, blz. 7 tot 10.)

Op grond van [artikel 12, lid 3, b) van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-12) kunnen de lidstaten voor de levering van aardgas en elektriciteit inderdaad een verlaagd BTW-tarief toepassen op voorwaarde dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen hiervan in kennis werd gesteld en tot het besluit komt dat er geen gevaar voor verstoring van de mededinging bestaat.

Om budgettaire redenen kan een verlaging van het toepasselijk BTW-tarief voor gas en elektriciteit thans evenwel niet in overweging worden genomen.

Wat de mogelijke concurrentieverstoring met de andere lidstaten betreft wegens de verschillende BTW-tarieven in de lidstaten wordt nog opgemerkt dat krachtens [artikel 8, eerste lid, e) van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-8) toegevoegd door artikel 1 van de richtlijn nr. 2003/92/EG van 7 oktober 2003 met betrekking tot de regels inzake de plaats van levering van gas en elektriciteit, de levering van gas via het aardgasdistributiesysteem of van elektriciteit aan andere personen dan belastingplichtige wederverkopers plaatsvindt daar waar de afnemer het effectieve gebruik en verbruik van de goederen heeft. Hierdoor zijn alle leveranciers van gas en elektriciteit gehouden het BTW-tarief toe te passen van de "lidstaat van consumptie " waardoor mogelijke concurrentieverstoring wordt uitgesloten.

Huisbrandolie ten slotte is niet opgenomen in de [bijlage H](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/bijlage-h) van de zesde richtlijn zodat een BTW-verlaging ter zake niet mogelijk is.

## Aangehaalde teksten

4

[Zesde richtlijn 77/388 bijlage H](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/bijlage-h) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 12](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-12) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 8](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-8) 1 voorkomen

richtlijn 2003/92 art. 1 1 voorkomen
