---
title: "Parlementaire vraag 1314 · Artistieke prestatie. Verenigingen"
description: "Artistieke prestatie. Verenigingen. Parlementaire vraag nr. 1314 van 9 april 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1314-artistieke-prestatie-verenigingen-dufour-vereniging-d920"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1314-exemption-art-44-artiste-executant-ff0a"
---

# Artistieke prestatie. Verenigingen

**Nummer**

1314

**Datum**

9 april 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

26 paragrafen

**BTW-Revue nr. 141, blz. 274**

**Vr. en Antw., Kamer, 1998-1999, nr. 149, blz. 20397**

*Artistieke prestatie - Verenigingen*

## **VRAAG**

In antwoord op recente interpellaties en vragen preciseerde u de draagwijdte van de nieuwe regelgeving betreffende de BTW op artistieke prestaties. U verduidelijkte dat:

a) de uitvoerende kunstenaar natuurlijk persoon krachtens [artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek van de BTW](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) van de belasting blijft vrijgesteld;

b) de vennootschap waarvoor een kunstenaar diensten levert, van BTW wordt vrijgesteld wanneer haar jaarlijkse omzet lager is dan 225.000 frank/jaar;

c) de vereniging waarvoor een kunstenaar diensten levert, van BTW wordt vrijgesteld op drie voorwaarden:

•de diensten worden geleverd in de vrije tijd

•de bezoldigingen voor die diensten is beperkt tot de vergoeding van de gemaakte kosten;

•de bezoldiging wordt aangewend overeenkomstig het maatschappelijk doel van de vereniging;

Verantwoordelijken van VZW's die door een tariefovereenkomst zijn gebonden en gesubsidieerd worden door de Franse gemeenschap, hebben contact met mij opgenomen. Zij vrezen namelijk BTW te zullen moeten betalen omdat de prijs van hun voorstelling door de Gemeenschap wordt vastgesteld en het met de Gemeenschap gesloten contract een verbintenis voor twee jaar inhoudt.

1\. Worden bedoelde VZW's BTW-plichtig of komen ze in aanmerking voor de in [artikel 44, § 2, 9°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) bedoelde vrijstelling?

2\. Kan u, in het eerste geval, bevestigen dat de te leveren diensten, in uitvoering van de vóór 1 april 1998 met de Franse Gemeenschap gemaakte afspraken, voor de hele duur van die verbintenis van BTW zijn vrijgesteld?

## **ANTWOORD**

Ik nodig het geachte lid uit om kennis te nemen van de laatste bepalingen inzake de BTW op artistieke prestaties.

1\. Enerzijds zijn overeenkomstig [artikel 44, § 2, 8°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) onder meer van de belasting vrijgesteld de diensten aan organisatoren van schouwspelen en concerten, aan uitgevers van grammofoonplaten en van andere klankdragers en aan makers van films en van andere beelddragers verstrekt door acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten voor uitvoering van toneelwerken, balletten, films, muziekstukken, circus-, variété- of cabaretvoorstellingen.

In tegenstelling tot hetgeen werd gesteld in de aanschrijving nr. 13 van 19 november 1997, waarin de regeling die op het stuk van de BTW van toepassing is ten aanzien van de uitvoerende artiesten wordt uiteengezet, werd er beslist dat de vrijstelling van bovengenoemd artikel 44, § 2, 8°, eveneens geldt ten aanzien van feitelijke verenigingen en groeperingen. Bijgevolg kunnen alleen de uitvoerende artiesten die optreden onder de vorm van een rechtspersoon (éénhoofdige vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, BVBA, NV, VZW,...) niet langer de vrijstelling genieten.

In rubriek XXIX, cijfer 2 (nieuw), van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970, inzake BTW-tarieven worden vanaf 1 april 1998 genoemd, de diensten die bestaan in het uitvoeren van toneelwerken, balletten, muziekstukken, circus-,variété-, of cabaretvoorstellingen en soortgelijke activiteiten en die behoren tot de normale werkzaamheid van acteurs, orkestleiders, muzikanten en andere artiesten. Die diensten kunnen derhalve het tarief van 6 % genieten indien ze verstrekt worden bijvoorbeeld door een rechtspersoon of bijvoorbeeld door een feitelijke vereniging of groepering aan een medecontractant die niet bedoeld is in [artikel 44, § 2, 8°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

Diensten die betrekking hebben op reclame zijn vanaf 1 april 1998 evenwel uitdrukkelijk uitgesloten van voormelde rubriek XXIX en zijn derhalve onderworpen aan het normale BTW-tarief dat thans 21 % bedraagt.

Anderzijds zijn van de belasting vrijgesteld ingevolge [artikel 44, § 2, 9°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) de organisatie van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, van tentoonstellingen, concerten of conferenties alsook de leveringen van goederen die nauw samenhangen met deze diensten door instellingen erkend door de bevoegde overheid, mits de inkomsten die zij verkrijgen uit hun werkzaamheid uitsluitend gebruikt worden tot dekking van de kosten ervan.

Onder de erkennende bevoegde overheid wordt verstaan de overheid die volgens de regelgeving van de gemeenschappen en gewesten bevoegd is inzake culturele aangelegenheden. In dit verband gaat de administratie ervan uit dat de toekenning van werkingstoelagen op grond van bovengenoemde reglementering die erkenning inhoudt. De aldus erkende instellingen (met inbegrip van de gezelschappen) kunnen de vrijstelling genieten beoogd in voornoemd artikel 44, § 2, 9°, voor zover welteverstaan de inkomsten die zij verkrijgen uitsluitend gebruikt worden tot dekking van de kosten van hun werkzaamheid. De aandacht wordt er op gevestigd dat de vrijstelling bedoeld in [artikel 44, § 2, 9°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) alleen geldt voor culturele diensten (bijvoorbeeld de organisatie van een voorstelling en het verlenen van recht tot toegang tot deze voorstelling) en de daarmee nauw samenhangende leveringen van goederen (het verstrekken van programmaboekjes betreffende die vrijgestelde voorstelling), ongeacht of hun productie in eigen zaal of elders wordt vertoond.

De overige diensten die desgevallend worden verricht door bedoelde instellingen volgen elk hun eigen regeling. Aan de hand van de inhoud van de tussen de partijen gesloten contracten dient te worden geoordeeld welk BTW-regime daarop van toepassing is.

Bij wijze van voorbeeld kan worden aangehaald dat de loutere verhuur van een zaal met infrastructuur in de regel voor het geheel wordt aangemerkt als een op grond van [artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) van de belasting vrijgestelde onroerende verhuur.

2\. Om de uitvoerende artiesten toe te laten zich aan te passen aan de wetgeving inzake BTW werden er overgangsmaatregelen getroffen in die zin dat de nieuwe regeling maar van toepassing is vanaf 1 april 1998.

Deze nieuwe bepalingen zullen immers niet van toepassing zijn ten aanzien van de contracten die terzake werden gesloten vóór 1 april 1998, maar, om misbruiken in het kader van deze tolerantie te voorkomen, dienen de prestaties te worden verricht ten laatste op 30 juni 1999.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 7 voorkomens

## Administratieve doctrine

6

[Fiches van de administratieve commentaar 5](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1314-artistieke-prestatie-verenigingen-dufour-vereniging-d920/documenten?type=commentaar) [Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1314-artistieke-prestatie-verenigingen-dufour-vereniging-d920/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … onder meer beschouwd de publieke instellingen die (regionaal) bevoegd zijn voor de cultuur. Enkel voor deze vrijstelling wordt aangenomen dat een instelling die gesubsidieerd is door de bevoegde overheid, door laatstgenoemde als erkend wordt beschouwd ( schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.314 van de heer Volksvertegenwoordiger François Dufour van 09.04.1998 , schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.093 van de heer Volksvertegenwoordiger Yves Leterme van 26.08.2002 en schriftelijke parlementaire vraag nr. 3-1.249 van mevrouw de Senator Clotilde Nyssens van 28.07.2004). Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt of … »

[Organisatie van diverse voorstellingen (01.02.2026)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-cd3d) Administratieve commentaar 20.02.2025

[Bekijk de 6 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1314-artistieke-prestatie-verenigingen-dufour-vereniging-d920/documenten)
