---
title: "Parlementaire vraag 1312 · Ontvangsten. Bouwnijverheid"
description: "Ontvangsten. Bouwnijverheid. Parlementaire vraag nr. 1312 van 6 december 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1312-ontvangsten-bouwnijverheid-draps-fd29"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1312-recettes-construction-draps-a9b1"
---

# Ontvangsten. Bouwnijverheid · BTW. Ontvangsten. Bouwnijverheid

**Nummer**

1312

**Datum**

6 december 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

76 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1994, nr. 136 , blz. 14315**

*BTW - Ontvangsten - Bouwnijverheid*

## **VRAAG**

1\. Hoeveel bedragen de BTW-ontvangsten die sinds 1 augustus 1986 in de sector van de bouwnijverheid werden geïnd?

2\. Graag ontving ik de subtotalen voor:

a) het normale tarief;

b) het lagere tarief van 6% voor particuliere woningen.

## **ANTWOORD**

In de tabel in bijlage vindt de heer volksvertegenwoordiger een overzicht van de BTW-ontvangsten welke voortspruiten uit de bouwactiviteit sinds het jaar 1986. Vooraleer verder in te gaan op de evolutie zelf van de ontvangsten is het wenselijk een paar algemene bemerkingen te maken. Zo dient op het vlak van de berekening van de gegevens vermeld dat de Administratie zich gebaseerd heeft op informatie voortkomend van de eigen fiscale gegevensbank.

Daarbij is enkel rekening gehouden met het «eindverbruik». Het intermediair verbruik is logischerwijze geweerd teneinde dubbeltellingen te vermijden.

Dat «eindverbruik» omvat benevens de private investeringen verricht door de gezinnen, ook de investeringen verricht door de globale overheid alsmede het eindverbruik gerealiseerd door de bedrijven.

De gegevens begrijpen a fortiori ook niet de «waarde van het eigen werk» verricht door de gezinnen zelf aan hun woning gezien dit niet belast is.

Wat de opbrengsten zelf betreft, dient aangestipt dat de cijfers van jaar tot jaar niet lineair vergelijkbaar zijn, gezien een aantal fiscale beschikkingen tijdens de bedoelde tijdsband zijn gewijzigd. Een kort overzicht mag zulks verduidelijken.

Per 1 augustus 1986 is bij koninklijk besluit van 18 juli 1986 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven een wijziging aangebracht aan de sinds 1 maart 1982 geldende regeling inzake de onroerende handelingen - daaronder begrepen de leveringen van nieuwe gebouwen met betrekking tot woningen en verstrekt aan eindverbruikers. Met name is de tot dan geldende regeling slechts op restrictieve wijze behouden gebleven. Vanaf 1 augustus 1986 zijn immers een reeks handelingen opnieuw onderworpen aan het tarief van 17% (zie tabellen a en b van de bijlage bij voormeld koninklijk besluit nr. 20).

Per 1 april 1992 is het normaal tarief voor de onroerende handelingen verhoogd van 17 naar 19,5%. Op hetzelfde tijdstip is een nieuw tarief van 12% geïntroduceerd inzake de «sociale huisvesting».

Tenslotte is op 1 januari 1994 een nieuwe verhoging opgetreden van het normaal tarief, ditmaal met 1% tot 20,5%. De BTW-opbrengst voor dit laatste jaar zal echter pas in de loop van het jaar 1995 beschikbaar zijn.

Concreet blijken uit de in de tabel opgenomen tijdreeksen toch enkele interessante evoluties. Vooreerst groeit de BTW-opbrengst voortvloeiend uit de handelingen onderworpen aan 6% volgens een vrij duurzaam ritme.

De groei van de BTW-ontvangsten voortvloeiend uit handelingen onderworpen aan 17% blijken op hun beurt vooral sterk toe te nemen in de periode 1988-1990. Doch ook in de daaropvolgende crisisjaren houdt de bouwactiviteit vrij goed stand. Uiteraard zal de verlaging van het rentepeil hieraan zeker niet vreemd zijn. De nogal hoge interestgevoeligheid van de bouwsector is trouwens reeds langer bekend.

Uit interne berekeningen blijkt echter dat de bouwactiviteit dan weer een geringere elasticiteit weerspiegelt ten aanzien van het BTW-tarief.

Zulks wordt onder andere bevestigd door het feit dat de verhoging van het tarief in de periode 1992-1993 de BTW-ontvangsten blijkbaar niet wezenlijk heeft aangetast.

Overzicht van de geïnde BTW-ontvangsten

in de bouwsector in de periode 1986-1993

(In miljoenen frank)

|  | 1986 | 1987 | 1988 | 1989 | 1990 | 1991 | 1992 | 1993 |
| --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- | --- |
| Handelingen onderworpen aan het tarief van 6% | 8847 | 3804 | 4290 | 4653 | 5329 | 5646 | 6128 | 6475 |
| Handelingen onderworpen aan het tarief van 12% | - | - | - | - | - | - | 1566 | 2007 |
| Handelingen onderworpen aan het tarief van 17% | 24.911 | 34.102 | 41.548 | 47.064 | 50.561 | 52.321 | 17.680 |  |
| Handelingen onderworpen aan het tarief van 19,5% | - | - | - | - | - | - | 44.130 | 68.618 |
| Totaal | 33.758 | 37.906 | 45.838 | 51.717 | 55.980 | 57.967 | 69.504 | 77.100 |

(Vr. en Antw. Kamer, G.Z. 1994-95, nr. 146)
