---
title: "Parlementaire vraag 131 · Controle van de jaarlijkse inventarissen van grote en middelgrote ondernemingen. Feitencontrole"
description: "Controle van de jaarlijkse inventarissen van grote en middelgrote ondernemingen. Parlementaire vraag nr. 131 van 6 februari 1984 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/131-controle-jaarlijkse-inventarissen-grote-middelgrote-e742"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/131-controle-inventaire-annuel-grandes-moyennes-985f"
---

# Controle van de jaarlijkse inventarissen van grote en middelgrote ondernemingen. Feitencontrole

**Nummer**

131

**Datum**

6 februari 1984

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Controle van de jaarlijkse inventarissen van grote en middelgrote ondernemingen - Feitencontrole*

## **VRAAG**

Sinds een paar weken worden al onze kleinhandelaars op een systematische wijze gecontroleerd door de BTW-controlediensten op het vlak van de goederenvoorraad die op 31 december 1983 in de onderneming aanwezig was.

Deze controlepraktijk heeft bij de middenstanders heel wat wrevel opgewekt. In tegenstelling met grote ondernemingen, waar deze controle blijkbaar niet geschiedde, beschikken zij niet steeds over voldoende personeel om binnen een paar weken een correcte inventaris op te stellen. Het opzoeken van de facturen ten einde de aankoopprijzen van de in stock zijnde goederen terug te vinden, vraagt immers heel wat werk. Ook is heel wat verwarring ontstaan bij de aan een fiscale forfait onderworpen belastingplichtigen die nu in de waan verkeren dat de fiscus een jaarlijkse inventaris eist.

Een dergelijke heksenjacht onder de kleine middenstanders, die in sommige streken gewoon via een onder de deur geschoven gestencilde nota werden aangemaand binnen de acht dagen hun inventarisboek voor te leggen, is zeker niet bevorderlijk voor een gunstige verhouding met de fiscale overheid. Sommige controleambtenaren zouden daarenboven hebben gesteld dat bij gebrek aan voorlegging binnen de gestelde termijn, de voorraad als niet bestaande zou worden beschouwd, met alle fiscale gevolgen van dien!

Mag ik van de geachte Minister vernemen of hij deze grootscheeps opgezette aktie van zijn administratie t.a.v. de kleine middenstanders steunt en in welke mate dergelijke gebeurtenissen het administratief keurslijf waarbinnen zij meer en meer gedrongen worden ten gunste beïnvloeden?

## **ANTWOORD**

De verplichting tot opstelling van een jaarlijkse inventaris opgelegd bij artikel 7 van de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding en jaarrekeningen van de ondernemingen, geldt voor elke onderneming bedoeld in artikel I van dezelfde wet.

Dit is weliswaar geen fiscale wetgeving maar dat neemt niet weg dat een BTW-belastingplichtige die terzelfder tijd een onderneming is in de zin van voormelde wet ertoe gehouden is een jaarlijkse inventaris op te stellen.

In de wet van 17 juli 1975 worden de algemene verplichtingen betreffende de inventaris en de daarbij aansluitende jaarrekening nadrukkelijk omschreven. Deze voorschriften behelzen de materiële opstelling, de waardering, het eventueel in overeenstemming brengen van de rekeningen met de gegevens van de inventaris en de overschrijving in het inventarisboek.

De sedert medio januari door de BTW-diensten verrichte controles hebben betrekking op materiële vaststellingen inzake het bestaan van een regelmatige inventaris. De administratie is van mening dat deze vorm van feitencontrole nuttig kan zijn in het kader van de haar door de wetgever opgedragen taak, met name de heffing en de inning van de BTW veilig te stellen.

In tegenstelling met wat het geachte Lid meent, beogen de door de administratie verstrekte instructies overigens in eerste instantie de controle van de inventarissen van de grote en middelgrote ondernemingen.

Tenslotte kan ik het geachte Lid mededelen dat de administratie mij verzekerd heeft dat zij erover waakt dat deze controles geen nadelige invloed hebben op de goede betrekkingen die tussen de administratie en de belastingplichtigen moeten bestaan en waaraan ik als Minister van Financiën zeer veel belang hecht.
