---
title: "Parlementaire vraag 131 · Belastingplicht. Syndicus. Regeling van toepassing vanaf 1 augustus 1995"
description: "Belastingplicht. Syndicus. Regeling van toepassing vanaf 1 augustus 1995. Parlementaire vraag nr. 131 van 25 oktober 1995 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/131-belastingplicht-syndicus-regeling-toepassing-vanaf-281b"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/131-assujettissement-copropriete-syndic-representant-croo-01d7"
---

# Belastingplicht. Syndicus. Regeling van toepassing vanaf 1 augustus 1995

**Nummer**

131

**Datum**

25 oktober 1995

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1995-1996, nr. 18, blz. 1896-1898**

**BTW-Revue nr. 120, blz. 324**

*Belastingplicht - Syndicus - Regeling van toepassing vanaf 1 augustus 1995*

## **VRAAG**

Sedert 1 augustus 1995 is de nieuwe wet op de medeëigendom van kracht, waardoor heel wat verwarring heerst omtrent het BTW-statuut van de syndicus. Indien mijn informatie juist is, zou de administratie het standpunt innemen dat bij de uitvoering van zijn opdracht hem verleend door de wet, door de statuten of door de algemene vergadering, de syndicus, wanneer hij handelt in de hoedanigheid van natuurlijk persoon, optreedt als orgaan van de rechtspersoon en aldus niet de hoedanigheid heeft van BTW-belastingplichtige. Wanneer de syndicus handelt als rechtspersoon, zou de administratie hem de keuze laten om al dan niet te opteren voor de BTW-belastingplicht.

Het gevolg van die maatregel is dat de syndicus die optreedt in de hoedanigheid van natuurlijk persoon, voortaan geen BTW meer hoeft aan te rekenen op zijn ereloon, maar anderzijds niet langer de BTW kan recupereren op de door hem gemaakte kosten. Het spreekt vanzelf dat die situatie een zeer zware aderlating is voor de syndicus, aangezien de medeëigenaars niet zomaar akkoord zullen gaan met een verhoging van zijn ereloon om op die manier het verlies te compenseren. Er kan dus ook verwacht worden dat in heel wat gevallen de syndicus zal opteren voor de rechtspersoonlijkheid om op die manier het statuut van BTW- belastingplichtige te bekomen.

Het is dan ook zonder meer duidelijk dat de administratie, door het niet respecteren van de neutraliteit in de belastingheffing, het oprichten van vennootschappen louter omwille van fiscale maatregelen aanmoedigt en hierdoor regelrecht ingaat tegen het beleid van de regering om de strijd aan te gaan tegen het oneigenlijk gebruik van de vennootschappen.

1\. Is het inderdaad zo dat de administratie werkt aan een aanschrijving die tot gevolg heeft dat de syndicus-natuurlijke persoon het statuut verliest van BTW-belastingplichtige ?

2\. Welke oplossing stelt u voor om te vermijden dat de winstmarge van de syndicus ingevolge die maatregel aanzienlijk kleiner wordt ?

3\. Hoe staat u tegenover de mogelijkheid dat de syndicus zijn toevlucht zal nemen tot het oprichten van een vennootschap om aan de negatieve gevolgen van die maatregel te ontsnappen ?

## **ANTWOORD**

1\. In de [aanschrijving nr. 13/1995](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/13-1995-aanschrijving-gestion-immeuble-appartements-ca34) van 20 september 1995 wordt ten gevolge van de wet van 30 juni 1994 tot wijziging en aanvulling van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de medeëigendom (z. Belgisch Staatsblad van 26 juli 1994, Err., Belgisch Staatsblad van 20 september 1994) onder meer de nieuwe regeling toegelicht die op het stuk van de BTW van toepassing is ten aanzien van de syndicus.

2\. Aangezien de syndicus - natuurlijk persoon - die optreedt als orgaan van de rechtspersoon met name "de vereniging van medeëigenaars" niet meer de hoedanigheid heeft van BTW-belastingplichtige, heeft hij ook geen recht meer op aftrek van de BTW geheven op de hem geleverde goederen en diensten die worden gebruikt in de uitoefening van zijn bovengenoemde werkzaamheid. De aldus niet aftrekbare BTW maakt bijgevolg een kost uit in hoofde van die syndicus.

Zonder een standpunt in te nemen inzake de opportuniteit van een eventuele verhoging van het honorarium van de syndicus ten gevolge van de niet aftrekbare BTW, valt een dergelijke verhoging niet noodzakelijkerwijze ten laste van de eigenaars.

Immers, wanneer laatstgenoemden niet de hoedanigheid van BTW- belastingplichtige met recht op aftrek hebben, zal die verhoging ruimschoots gecompenseerd worden door het feit dat voortaan het honorarium niet meer belastbaar is met een in hoofde van die eigenaars niet aftrekbare BTW die berekend wordt tegen het thans geldende normale BTW-tarief van 21 %.

In de mate dat zij hun kavel(s) in het gebouw voor de uitoefening van hun beroepswerkzaamheid gebruiken, kunnen zij, op het vlak van de inkomstenbelastingen, het hen doorgerekende aandeel in het (eventueel verhoogde) honorarium van de syndicus bovendien als beroepskost in mindering van hun belastbare beroepsinkomsten brengen.

3\. Gelet op hetgeen voorafgaat meen ik derhalve dat er wegens de wijziging van het statuut van de syndicus - natuurlijk persoon - op het stuk van de BTW in hoofde van deze laatste geen directe aanleiding bestaat om over te gaan tot de oprichting van een vennootschap.
