Richtlijn 92/12/EEG. Accijnsproducten. Facturatie · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

13054 22 november 2006

Zoeken

Richtlijn 92/12/EEG. Accijnsproducten. Facturatie

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/13054-richtlijn-eeg-accijnsproducten-facturatie-mondelinge-e548

Nummer
13054
Datum
22 november 2006

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 1106, blz. 9-10

Richtlijn 92/12/EEG - Accijnsproducten - Facturatie

VRAAG

Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt dat de belastingplichtige die in België goederen levert aan natuurlijke personen, een factuur moet uitreiken wanneer de goederen bestemd zijn voor een economisch gebruik, of wanneer ze behoren tot de soort waarin de verkrijger handel drijft. In het geval van een detailverkoop met kasticket, kan de belastingplichtige echter onmogelijk uit de aangekochte hoeveelheden afleiden dat de klant een handelaar is.

Artikel 9 van de richtlijn van 25 februari 1992 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, dat de indicatieve niveaus bepaalt om vast te stellen of de in het verbruik gebrachte producten voor commerciële doeleinden bestemd zijn, bepaalt de drempels aan de hand waarvan kan worden nagegaan of een drank voor privédoeleinden werd aangekocht. De Belgische administratie van douane en accijnzen hanteert diezelfde drempels wanneer een reiziger zijn in een andere Europese lidstaat verrichte aankopen meebrengt naar België.

Een en ander brengt mee dat een Belgische klant in Frankrijk negentig liter wijn kan kopen zonder factuur, terwijl de handelaar hem, voor dezelfde aankoop in België, een factuur moet uitreiken omdat wordt vermoed dat het om een aankoop met commerciële doeleinden gaat.

Bestaan er kwantitatieve grenzen om, wat de facturatieverplichting uit de btw-wetgeving betreft, een onderscheid te maken tussen de dranken die voor professionele dan wel voor privédoeleinden worden aangekocht? Zo niet, kan worden beschouwd dat de door de richtlijn van 1992 vooropgestelde normen tevens de na te leven drempels zijn in het raam van de facturatieverplichting die door het koninklijk besluit van 29 december 1992 wordt voorgeschreven?

ANTWOORD

(van de heer Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën)

Het gaat om een interpretatieprobleem betreffende artikel 1 van het koninklijk besluit van 29 december 1992, dat inderdaad bepaalt dat, wanneer aan een particulier goederen worden geleverd voor zijn privégebruik, een factuur moet worden uitgereikt wanneer de verkochte hoeveelheden kennelijk bestemd zijn voor een economisch gebruik.

Artikel 9 van de richtlijn 92/12/EEG van 25 februari 1992 bepaalt indicatieve niveaus om vast te stellen of de door particulieren in een andere lidstaat aangekochte producten moeten worden beschouwd als aangekocht voor niet-commerciële doeleinden.

Die bepaling werd omgezet door artikel 9 van de wet van 10 juni 1997. Aangezien de bepaling strikt moet worden toegepast en aanleiding heeft gegeven tot arresten van het Europees Hof van Justitie, moest zij ook als grondslag dienen met betrekking tot de verplichting met betrekking tot de BTW-facturatie voor accijnsproducten. Het is niet opportuun om een particulier die accijnsproducten in België aankoopt te verplichten een factuur te vragen, terwijl voor dezelfde aankoop in een andere lidstaat een kasticket volstaat.

Er moet een fiscale billijkheid gelden: het komt erop aan dezelfde regels toe te passen inzake BTW als inzake accijnzen.

Aangehaalde teksten

2
richtlijn 92/12 art. 92 voorkomens
KB nr. 1 art. 11 voorkomen