---
title: "Parlementaire vraag 1295 · Belastingplicht gemeente. Zesde BTW-richtlijn. Legaliteitsbeginsel. Keuzevrijheid regularisatie"
description: "Belastingplicht gemeente. Zesde BTW-richtlijn. Parlementaire vraag nr. 1295 van 15 mei 2006 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1295-belastingplicht-gemeente-zesde-btw-richtlijn-8d39"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1295-assujettissement-communes-sixieme-directive-tva-da6b"
---

# Belastingplicht gemeente. Zesde BTW-richtlijn. Legaliteitsbeginsel. Keuzevrijheid regularisatie

**Nummer**

1295

**Datum**

15 mei 2006

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

20 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 125, blz. 24560-24562**

*Belastingplicht gemeente - Zesde BTW-richtlijn - Legaliteitsbeginsel - Keuzevrijheid regularisatie*

## **VRAAG**

Steden en gemeenten worden op basis van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde, aangemerkt als belastingplichtigen voor de BTW inzake de exploitatie van een drankgelegenheid die voor het publiek vrij toegankelijk is.

In het arrest nr. 56/2005 heeft het Arbitragehof [artikel 6, derde lid, BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) ongrondwettig bevonden. De door het Arbitragehof tegen het derde lid opgeworpen ongrondwettelijkheid geldt, in principe, ook voor het tweede lid ([vraag nr. 763 van 2 mei 2005](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/763-belastingplicht-gemeenten-devlies-gemeente-015d), *Vragen en Antwoorden* , Kamer, 2004-2005, nr. 82, blz. 14006). Gelet op de slepende voorbereiding van de aangekondigde wetswijziging rijzen volgende vragen.

1.

a) Bent u het met mij eens dat [artikel 4, § 5, derde lid van de zesde BTW-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) voldoende precies en onvoorwaardelijk geformuleerd is opdat van deze bepaling directe werking uitgaat?

b) Kunnen de gemeenten nu reeds volstrekt legitiem de BTW aanrekenen en de BTW op de inkomende handelingen in aftrek brengen met betrekking tot deze werkzaamheden?

2.

a) Zo ja, bent u het eens dat de directe werking van deze bepaling enkel kan ingeroepen worden door de belastingplichtige gemeenten en niet tegen de belastingplichtige gemeenten?

b) Met andere woorden hebben zij de keuzevrijheid tot de publicatie in het *Belgisch Staatsblad* van het verwachte wetsontwerp om al dan niet deze werkzaamheden aan de BTW te onderwerpen?

3\. Kan een stad of een gemeente, die over deze exploitatie in het verleden geen BTW heeft aangerekend en haar situatie wenst te regulariseren, door de BTW-administratie verplicht worden om voornoemde regularisatie enkel voor de toekomst door te voeren?

## **ANTWOORD**

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 12.06.2006)

1.

a) De vraag dient bevestigend te worden beantwoord. Eenieder kan zich op de directe werking van de communautaire beschikkingen beroepen indien die beschikkingen door de overeenstemmende nationale norm niet juist worden omgezet.

b) De vraag dient bevestigend te worden beantwoord, mits de gemeenten voldoen aan alle voorwaarden die ter zake gelden voor alle belastingplichtigen.

2\. In haar arrest nr. 57/2005 van 16 maart 2005 heeft het Arbitragehof in antwoord op een prejudiciële vraag verklaard dat [artikel 6, derde lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) de artikelen 170, § 1, 10 en 11 van de Grondwet schendt. De gevolgen van het arrest zijn, in principe, relatief in die zin dat de norm in de rechtsorde blijft bestaan maar dat ze niet meer zal worden toegepast door de rechtscolleges.

De administratie is niettemin ertoe gehouden de rechtsnorm die het voorwerp was van kwestieuze prejudiciële vraag verder toe te passen.

Gelet op het feit dat het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 de exploitatie van een drankgelegenheid die voor het publiek vrij toegankelijk is uitdrukkelijk vermeldt en rekening houdend met [artikel 4, § 5, tweede lid, van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977, op grond waarvan een gemeente als belastingplichtige moet worden aangemerkt wanneer ze zodanige werkzaamheden of handelingen verricht dat een behandeling als nietbelastingplichtige tot concurrentievervalsing van enige betekenis zou leiden, dient een gemeente in het door het geachte lid opgeworpen voorbeeld steeds te worden aangemerkt als een BTW-belastingplichtige.

3\. De vraag van het geachte lid dient ontkennend te worden beantwoord. Immers, indien een gemeente ten onrechte de exploitatie van een drankgelegenheid die voor het publiek vrij toegankelijk is niet aan de belasting heeft onderworpen, dient haar fiscale toestand, ook wat het verleden betreft, te worden geregulariseerd.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 3 voorkomens

[Zesde richtlijn 77/388 art. 4](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-4) 2 voorkomens
