Parlementaire vraag nr. 1287 van mevrouw Marianne Verhaert d.d. 04.01.2023
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2022-2023, QRVA 55/105 d.d. 09.03.2023, blz. 161
Vraag nr. 1287 van Mevrouw de volksvertegenwoordiger Marianne Verhaert van 04 januari 2023 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Kostendelende verenigingen.
VRAAG
De circulaire AAFisc nr. 31/2016 (nr. E.T.127.540) inzake de btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen (de zogenaamde kostendelende verenigingen) voorziet dat indien een groepering voor een lid diensten verricht die gedeeltelijk bestemd zijn voor de vrijgestelde of niet-belastbare activiteit van het lid en gedeeltelijk voor de belaste activiteit, de gehele dienst volgens de normale regels aan de belasting is onderworpen, tenzij het deel dat is bestemd voor de vrijgestelde of niet-belaste activiteit afzonderlijk wordt aangerekend, in welk geval dat deel van de belasting is vrijgesteld.
Deze circulaire bepaalt verder dat wanneer een zelfstandige groepering zowel vrijgestelde diensten als belaste diensten verstrekt, ze de btw geheven van haar beroepsuitgaven niet volledig in aftrek mag brengen (randnummer 65).
Tot slot stelt de circulaire dat de verdeling onder de leden van de door de groepering gedane uitgaven, daaronder begrepen de btw geheven van de aan laatstgenoemde geleverde goederen en verrichte diensten, kan geschieden:
- hetzij door van ieder lid de juiste terugbetaling te vorderen van de gedane uitgaven met betrekking tot de aan dat lid verleende diensten;
- hetzij wanneer een juiste doorrekening niet mogelijk is, door een zo juist mogelijke raming van de door ieder lid te dragen uitgaven. Het aandeel van ieder lid in de uitgaven kan in dat geval worden vastgesteld op grond van vooraf overeengekomen relevante criteria zoals bijvoorbeeld de bestede tijd, de omzet van de leden, enz.
1. Kunt u bevestigen dat de niet-aftrekbare btw in hoofde van een zelfstandige groepering niet moet versleuteld en opgenomen worden in de maatstaf van heffing van het gedeelte van de omzet die met toepassing van de btw wordt gefactureerd? Met andere woorden dat de niet-aftrekbare btw integraal wordt versleuteld binnen de btw-vrijgestelde omzet? Het tegendeel zou immers indruisen tegen de neutraliteit van de btw. Het kan niet de bedoeling zijn dat btw moet worden aangerekend op een maatstaf van heffing die gedeeltelijk ook niet-aftrekbare btw bevat.
2. Hebben de zelfstandige groeperingen een keuze op welke manier de niet-aftrekbare btw wordt versleuteld?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 09.03.2023:
1. Eén van de kenmerken van de zelfstandige groepering van personen is het gemeenschappelijk maken van kosten die door de leden worden gedragen. Opdat de diensten die de groepering verricht voor haar leden in aanmerking kunnen komen voor de btw-vrijstelling, is het noodzakelijk dat de aan ieder lid aangerekende vergoeding of retributie enkel de terugbetaling van zijn aandeel in de door de groepering gedane gezamenlijke uitgaven vertegenwoordigt
Hieruit volgt dat dergelijke groepering met betrekking tot haar activiteitsector "diensten" niet het systematisch maken van winst mag beogen. Eventuele winsten in hoofde van deze groeperingen mogen niet worden verdeeld of uitgekeerd onder haar leden, maar moeten worden aangewend voor de instandhouding of de verbetering van haar dienstverlening. Deze voorwaarde geldt ongeacht of de diensten worden verstrekt aan leden of niet-leden.
Alleen de diensten die de groepering voor haar leden verricht, kunnen, indien voldaan aan alle voorwaarden, van de belasting zijn vrijgesteld. De groepering kan evenwel ook diensten verrichten voor derden. Deze diensten zullen in dat geval volgens de normale regels aan de belasting worden onderworpen. Hetzelfde geldt voor de diensten die de groepering voor haar leden verricht, maar die niet voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden.
Enkel de diensten die direct nodig zijn voor de overeenkomstig artikel 44, § 1, § 2 en § 2bis, van het Btw-Wetboek vrijgestelde activiteit van de leden of voor de activiteit waarvoor de leden niet belastingplichtig zijn, komen in aanmerking voor de vrijstelling.
Indien een groepering voor een lid diensten verricht die slechts gedeeltelijk bestemd zijn voor de in artikel 44, § 1, § 2 en § 2bis, vrijgestelde of niet-belastbare activiteit van het lid, is de gehele dienst volgens de normale regels aan de belasting onderworpen. Het gedeelte van de dienst dat is bestemd voor de in artikel 44, § 1, § 2 en § 2bis, van het Btw-Wetboek vrijgestelde of niet-belastbare activiteit van het lid en dat afzonderlijk wordt aangerekend is wel van de belasting vrijgesteld.
Het gedeelte van deze dienst dat niet is bestemd voor de in artikel 44, § 1, § 2 en § 2bis, van het Btw-Wetboek vrijgestelde of niet-belastbare activiteit van het lid, dient te worden belast, tenzij een andere bepaling van artikel 44 van het Btw-Wetboek hierop van toepassing zou zijn.
Voor (het gedeelte van) de diensten die vrijgesteld zijn krachtens artikel 44, § 2bis, van het Btw-Wetboek, vormt de btw die aan de zelfstandige groepering is aangerekend op de door haar gemaakte directe en indirecte kosten voor het verstrekken van voornoemde diensten, een niet-aftrekbare kost die aan haar leden dient te worden doorgerekend.
De aan de leden gevraagde vergoeding mag enkel de terugbetaling van elk lid van zijn aandeel in de door de groepering gedane gezamenlijke uitgaven vormen. De aan ieder lid gevraagde vergoeding mag met andere worden enkel kostendekkend zijn.
Een zelfstandige groepering handelt correct wanneer ze de kosten die ze gemaakt heeft voor het verstrekken van het krachtens artikel 44, § 2bis, van het Btw-Wetboek vrijgestelde gedeelte van de dienst, inclusief de niet-aftrekbare btw geheven van die kosten, opneemt in de maatstaf van heffing met betrekking tot dat gedeelde van die vrijgestelde dienst.
2. De verdeling onder de leden van de door de groepering gedane uitgaven (daaronder begrepen de niet aftrekbare btw geheven van de aan laatstgenoemde geleverde goederen en verrichte diensten) kan geschieden:
- hetzij door van ieder lid de juiste terugbetaling te vorderen van de gedane uitgaven met betrekking tot de aan dat lid verleende diensten;
- hetzij, wanneer een juiste doorrekening niet mogelijk is, door een zo juist mogelijke raming van de door ieder lid te dragen uitgaven. Het aandeel van ieder lid in de uitgaven kan in dat geval worden vastgesteld op grond van vooraf overeengekomen relevante criteria zoals bijv. de bestede tijd, de omzet van de leden, enz.
De niet-aftrekbare btw dient aldus aan de hand van voornoemde regels onder de leden te worden verdeeld.
Indien u een specifiek geval beoogt, zal ik niet nalaten dit verder te laten onderzoeken aan de hand van concretere elementen.