---
title: "Parlementaire vraag 1274 · Automaten. Vergoedingen gevorderd door de eigenaar of huurder. Lokaal of gelegenheid waar"
description: "Automaten. Vergoedingen gevorderd door de eigenaar of huurder. Parlementaire vraag nr. 1274 van 3 november 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1274-automaten-vergoedingen-gevorderd-eigenaar-huurder-a6e9"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1274-appareils-automatiques-divertissement-representant-thissen-168c"
---

# Automaten. Vergoedingen gevorderd door de eigenaar of huurder. Lokaal of gelegenheid waar · Automaten. Vergoedingen gevorderd door de eigenaar of huurder. Lokaal of gelegenheid waar automaten zijn geplaatst.

**Nummer**

1274

**Datum**

3 november 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 151, blz. 16.183-16.185**

*Automaten - Vergoedingen gevorderd door de eigenaar of huurder - Lokaal of gelegenheid waar automaten zijn geplaatst.*

## **VRAAG**

De bestuurlijke circulaire BTW nr. 6 van 9 maart 1994, waarbij de bestuurlijke circulaire nr. 14 van 24 mei 1973 wordt ingetrokken, stelt paal en perk aan de vroegere oogluiking ten aanzien van de aan exploitanten van etablissementen betaalde retributie. Ingevolge de met ingang van 1 juli 1994 toepasselijke circulaire wordt die retributie thans onderworpen aan de BTW, als prijs van het verlenen aan een derde van het recht een beroepswerkzaamheid uit te oefenen ([artikel 18, § 1, 6° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18)).

1\. Bevestigt u dat de exploitatie door al die wijzigingen thans binnen het kader van een overeenkomst van het type lastgever- commissionair gebeurt zoals bedoeld in de artikelen [13, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13) en [20, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-20) van het BTW-wetboek, waarbij de leverancier de lastgever is en de exploitant de commissionair? Daaruit zou immers volgen dat de BTW normaliter als volgt moet worden toegepast:

•de exploitant moet het totaal van de ontvangsten aangeven in zijn BTW- aangifte en de volledige BTW erop betalen;

•de lastgever moet een factuur, mét BTW, opmaken voor het hem verschuldigde bedrag; de BTW wordt in zijn BTW-aangifte opgegeven en door hem aan de administratie doorgestort;

•de commissionair moet die faktuur boeken en mag de gefactureerde BTW aftrekken.

2\. Zou het, om een en ander te vereenvoudigen en met het oog op een betere inning van de BTW, niet raadzaam zijn een afwijking van het algemene stelsel toe te staan, zodat de lastgever de BTW op de totale ontvangsten van de aan de BTW onderworpen spelen kan aangeven en betalen (met inbegrip van het gedeelte van de commissionair), zoals dat voorheen het geval was onder de circulaire nr. 14 van 24 mei 1993? Dankzij een dergelijke afwijking kan het aantal personen die BTW betalen en terugvorderen beperkt en de controle op de werkzaamheid vergemakkelijkt worden; bovendien kunnen ook de administratieve formaliteiten in een sector met een zeer hoge mobiliteitsfactor op die manier worden vereenvoudigd.

## **ANTWOORD**

Ten gevolge van de aanpassing van het BTW-wetboek aan de 6de Richtlijn 77/388/EEG en inzonderheid artikel 6, par. 1, eerste lid van die richtlijn, merkt de administratie de vergoeding die de eigenaar of huurder van een lokaal of andere gelegenheid waar automaten zijn geplaatst, vordert van de exploitant van die toestellen, aan als de tegenprestatie van een dienst bedoeld in [artikel 18, § 1, tweede lid, 6° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18).

In de nrs. 28 en 29 van de [aanschrijving nr. 6/1994](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/6-1994-aanschrijving-appareil-automatique-21f8) met betrekking tot weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, automaten (BTW-Revue, nr. 109, blz. 568 en volg.), wordt die handeling evenals de daaruit op het stuk van de BTW voortvloeiende gevolgen besproken.

Wanneer de betrokken personen een overeenkomst van gemeenschappelijke exploitatie van die toestellen sluiten, komen er tussen hen, alnaargelang de aard van het gesloten contract, juridische banden tot stand die hun eigen gevolgen hebben op het stuk van de BTW.

1\. Wanneer zoals in het door het geacht lid beoogd geval de houder van het lokaal en de exploitant van de toestellen betreffende toestellen volgens de regeling inzake lastgever-commissionair samen exploiteren waarbij de houder van het lokaal (de commissionair) zich ten aanzien van de gebruikers voordoet als exploitant, gelden ten aanzien van deze laatste de regels van toepassing op belastingplichtigen zonder of met rechtop aftrek alnaargelang de ontvangsten die uit de exploitatie voortvloeien de tegenprestatie zijn van respectievelijk handelingen die op grond van [artikel 44, § 3, 13° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zijn vrijgesteld dan wel belastbare leveringen en dienstverrichtingen.

In dezelfde situatie wordt de eigenaar van de toestellen (lastgever) in het kader van die exploitatie ten aanzien van de houder van het lokaal aangemerkt als dienstverrichter van bovengenoemde handelingen volgens het in het vorige lid gemaakte onderscheid.

Aldus moet het totaal bedrag van de ontvangsten voortvloeiend uit de exploitatie van een automaat die niet van de belasting is vrijgesteld op grond van [artikel 44, § 3, 13° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) (bv. automatisch ontspanningstoestel) door de houder van het lokaal in zijn periodieke BTW-aangifte worden opgenomen en de daarover verschuldigde BTW worden betaald.

De exploitant op zijn beurt moet aan de houder van het lokaal een faktuur uitreiken voor het bedrag van de hem toekomende ontvangsten en de daarover verschuldigde BTW via zijn periodieke BTW-aangifte betalen.

De houder van het lokaal kan de hem door de exploitant aangerekende BTW volgens de in [artikel 45, § 1 van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) bepaalde regel in aftrek brengen.

Daarentegen zijn de ontvangsten die voortvloeien uit de exploitatie van automaten die op grond van [artikel 44, § 3, 13° van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) van de belasting zijn vrijgesteld, niet belastbaar zodat er in hoofde van de verkrijger van die ontvangsten geen recht op aftrek is.

Andere overeenkomsten met betrekking tot het samen exploiteren van betreffende toestellen kunnen uiteraard worden gesloten. Zo kan bijvoorbeeld een vereniging in deelneming worden gesticht. De regeling op het stuk van de BTW ten aanzien van dergelijke verenigingen wordt uiteengezet in de [aanschrijving nr. 17/1971](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/17-1971-aanschrijving-vervangen-777a) met betrekking tot de verenigingen in deelneming en tijdelijke verenigingen (BTW-Revue, nr. 3, blz. 294 en volg.)

2\. Op het voorstel inzake een vereenvoudigde heffing van de BTW, zelfs door middel van individuele afwijkingen, kan door de Administratie niet worden ingegaan. De door het geacht lid voorgestelde afwijking voorziet dat de BTW, in principe, verschuldigd door de houder voor de dienstverrichtingen die hij heeft verricht in het voordeel van de uiteindelijke verbruiker, wordt voldaan door de exploitant van de automaat, welke een derde is ten opzichte van de hiervoor bedoelde handeling.

Een dergelijk afwijkend systeem zou slechts kunnen worden ingevoerd indien de houder voor de door hem verrichte handelingen ontslagen is van de verplichting een periodieke aangifte in te dienen als bedoeld in [artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53).

In de hypothese door het geacht lid in zijn vraag vooropgesteld, is de houder echter reeds gehouden tot het indienen van een periodieke BTW- aangifte voor zijn economische activiteit.

Bovendien moet de aandacht van het geacht lid gevestigd worden op het feit dat voor een aangifteperiode, de houder in kwestie, aan de Schatkist slechts een bedrag aan BTW moet betalen dat, in de regel, gelijk is aan het positieve verschil tussen het bedrag van belasting waarvoor hij schuldenaar is voor deze periode en het bedrag van de belasting waarvoor hij rechtsgeldig zijn recht op aftrek kan uitoefenen.

## Aangehaalde teksten

6

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 3 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 2 voorkomens

[WBTW art. 13](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13) 1 voorkomen

[WBTW art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-20) 1 voorkomen

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 1 voorkomen
