---
title: "Parlementaire vraag 1272 · Maatstaf van heffing. Terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen"
description: "Maatstaf van heffing. Terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen. Parlementaire vraag nr. 1272 van 3 november 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1272-maatstaf-heffing-terbeschikkingstelling-bedrijfswagen-clippele-c79c"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1272-base-imposition-voitures-societe-publication-c880"
---

# Maatstaf van heffing. Terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen · Maatstaf van heffing. Terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen.

**Nummer**

1272

**Datum**

3 november 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 135, blz. 14162-14163**

*Maatstaf van heffing - Terbeschikkingstelling van een bedrijfswagen.*

## **VRAAG**

In "Le Fiscologue" van 8 maart 1993 worden de krachtlijnen gepubliceerd van een bestuurlijke beslissing van 25 september 1992, nr. ET 76.463, betreffende de vermindering van de maatstaf van heffing voor de BTW op het terbeschikkingstellen van bedrijfswagens. De financiële gevolgen van zo'n beslissing zijn belangrijk. Het ziet ernaar uit dat men het niet nodig heeft geacht de hele tekst te publiceren, terwijl hij, naar verluidt, aan bepaalde instellingen werd meegedeeld.

Welke categorieën BTW-plichtigen of personen heeft men op die manier willen bevoordelen ?

## **ANTWOORD**

Het door het geacht lid aangehaalde probleem is welbekend bij de diensten van de administratie van de BTW, registratie en domeinen.

In de door het geachte lid bedoelde beslissing beoogde de administratie van de BTW, registratie en domeinen, slechts één aspect van de gevolgen van de omzetting van het artikel 6, § 2, a, van de Zesde Richtlijn van de Raad van 17 mei 1977, dat per 1 januari 1993 in het BTW- Wetboek werd opgenomen.

Vanaf die datum bepaalt [artikel 19, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), dat werd gewijzigd bij de wet van 28 december 1992 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, immers dat met een dienst onder bezwarende titel wordt gelijkgesteld, het gebruiken van een tot het bedrijf behorend goed, voor privé-doeleinden van de belastingplichtige of van zijn personeel, of, meer algemeen, voor andere doeleinden dan deze van de economische activiteit van de belastingplichtige, wanneer voor dat goed recht op volledige of gedeeltelijke aftrek van de belasting is ontstaan.

In de aangehaalde beslissing, behandelde de administratie voor het overige slechts het belasten van het privé-gebruik van de personenauto's die een werkgever ter beschikking stelt van zijn personeelsleden, zijn vennoten, beheerders of bestuurders. Dienaangaande bracht zij, met het oog op een uniforme toepassing van de nieuwe bepaling op de hier bedoelde toestand en inzonderheid om voor een gelijke behandeling van de belastingplichtigen te zorgen, aan haar ambtenaren ter kennis dat de maatstaf van heffing inzake BTW voor de terbeschikkingstelling van een personenauto voor privé-doeleinden, vanaf 1 januari 1993, nog slechts diende overeen te stemmen met een percentage - gelijk aan het percentage van de in hoofde van de werkgever aftrekbare BTW voor de uitgaven met betrekking tot de personenauto - toegepast over een maatstaf vastgesteld overeenkomstig de regels inzake het belasten van voordelen van alle aard.

Rekening houdend evenwel met de Europese rechtspraak ter zake en met de invoering, op dezelfde datum van 1 januari 1993, van een maatstaf van heffing die, voor de in artikel 19, § 1, bedoelde handelingen, bestaat uit het bedrag van de door de belastingplichtige gedane uitgaven (BTW- Wetboek, artikel 33, 2°) en die derhalve, althans in theorie, verschillend is van deze die werd bepaald in voornoemde beslissing die gesteund is op het vóór 1993 van toepassing zijnde BTW-stelsel, maakt de veralgemeende toepassing van bovengenoemde nieuwe wetsbepaling een uiterst ingewikkelde problematiek uit. De administratie kon dan ook hoegenaamd niets publiceren alvorens de afronding van het volledige onderzoek van het gestelde probleem. Een aanschrijving met betrekking tot dit onderwerp zal in een nabije toekomst worden gepubliceerd.

Ten slotte kan de administratie vanzelfsprekend niet verhinderen dat commentaren betreffende nieuwe wettelijke bepalingen of zelfs administratieve beslissingen, vooraleer de inhoud ervan weergegeven, besproken en uiteengezet werd in een administratieve aanschrijving, in sommige fiscale tijdschriften worden gepubliceerd.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 1 voorkomen
