Vr. en Antw., Senaat, G.Z. 1979-1980 blz. 257
Faktuur - Werk in onroerende staat - Geregistreerd aannemer - Onroerend goed - Medecontractant - Levering met plaatsing van een roerend goed - Onroerend goed door bestemming - Sanitaire installatie - Centrale verwarming - Elektrische installatie - Verlegging van de heffing
VRAAG
In de nieuwe BTW-regeling voor het bouwbedrijf van 1 april 1979 wordt voorzien dat alle ondernemingen welke medewerken aan werken in onroerende staat of aan werken welke roerend zijn, doch onroerend worden door bestemming, aan de klant, BTW-belastingplichtige, een faktuur geven zonder BTW. De klant moet in dit geval zelf de BTW aangeven en aftrekken
ANTWOORD
Een metaalconstructiebedrijf, welke b.v. een stoomketel of loopbrug maakt, die na plaatsing onroerend worden door bestemming, stuurt aan de klant een faktuur zonder BTW.
1. Is deze constructeur verplicht een registratienummer voor aannemers aan te vragen ?
2. Bestaat er geen reëel gevaar dat deze ondernemingen welke nu onder de metaalverwerkende nijverheid geklasseerd zijn door de Rijksdienst der sociale zekerheid - met als gevolg een laag tarief van patronale bijdragen - zou kunnen geklasseerd worden in het bouwbedrijf met zeer hoge patronale bijdragen (100 pct.) ? Het gevaar is niet denkbeeldig dat zij zich zouden steunen op " Valt onder BTW bouwbedrijf - moet een registratienummer hebben zoals een aannemer ".
Kan de geachte Minister me een duidelijk antwoord geven op voormelde vragen ?
Antwoord: Bij koninklijk besluit van 9 oktober 1978 werd in het koninklijk besluit nr. 1, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, een artikel 17bis ingevoegd.
Dat artikel bepaalt dat voor elke verrichting die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt, de BTW moet worden voldaan door de medecontractant in zover deze laatste belastingplichtige is die voor de voldoening van de BTW periodieke aangiften indient en handelt in het kader van zijn beroepswerkzaamheid.
Een levering met plaatsing van een roerend goed dat hoogstens onroerend door bestemming wordt, wat met de meeste machines het geval is, is derhalve van deze regeling uitgesloten, behalve voor de verrichtingen die worden opgesomd onder het 1°, 2° of 3° van § 2 van artikel 17bis (elektrische of sanitaire installaties, centrale verwarming, enz.).
Het koninklijk besluit van 5 oktober 1978 tot uitvoering van de artikelen 299bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en 30bis van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, bepaalt daarentegen de werkingssfeer en stelt de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om als aannemer te kunnen worden geregistreerd.
Aangezien de werkingssfeer van beide regelingen dezelfde is, bestaat er slechts behoefte aan registratie als aannemer wanneer de verrichte handeling principieel onder de regeling van de verlegging van de heffing inzake BTW kan vallen.
De vraag of een onderneming ressorteert onder het paritair comité van de metaalverwerkende nijverheid dan wel onder dat van het bouwbedrijf, behoort tot de bevoegdheid van mijn collega van Tewerkstelling en Arbeid.
Ik vestig evenwel de aandacht van het geachte Lid op het feit dat de registratie als aannemer voor de toepassing van het koninklijk besluit van 5 oktober 1978, geen rechtstreekse weerslag heeft op andere wetgevingen of reglementeringen.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.