Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/016 d.d. 16.03.2015, blz. 213
Het btw-stelsel met betrekking tot de Regionale Technologische Centra (RTC's).
VRAAG
Volgens de webstek van de Vlaamse overheid zijn RTC's netoverschrijdende samenwerkingsverbanden tussen het onderwijs en het bedrijfsleven die op provinciaal niveau acties ondernemen op het vlak van infrastructuur, leerlingenstages en bedrijfsstages/nascholing voor leerkrachten.
Volgens artikel 44, §2, 4° en artikel 56bis van het btw-Wetboek zouden bepaalde handelingen van deze RTC's vrijgesteld kunnen worden van btw.
1. Voor welke handelingen zijn de RTC's vrijgesteld van btw en voor welke niet?
2. Kan u voor de periode vanaf het begin van de huidige beheersovereenkomst tot heden een overzicht geven van de ondergane btw-controles van de RTC's?
3. a) Zijn er in Vlaanderen RTC's die sinds het begin van de huidige beheersovereenkomst ten onrechte hun diensten hebben gefactureerd met vrijstelling van btw?
b) Zo ja, graag een gedetailleerd overzicht per RTC met opgave van de klanten, handelingen en bedragen.
ANTWOORD
(van de minister)
1. De decretaal ingevoerde Regionale Technologische Centra (hierna aangeduid als "RTC's") die de rechtsvorm van een vzw hebben aangenomen, werken op het snijvlak tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Hun activiteiten zijn divers. Het gaat bijvoorbeeld om het ter beschikking stellen van infrastructuur die in de scholen niet beschikbaar is. Het kan ook gaan om het organiseren van bepaalde specifieke examens en het ter beschikking stellen van voorbereidingsmateriaal voor die examens, het organiseren van de zogenaamde 72-urenregeling met de VDAB waarbij elke leerling van een school voor 72 uren per schooljaar gebruik kan maken van de infrastructuur van de VDAB, het verzorgen van nascholing (georganiseerd in functie van hun projecten) voor personeelsleden van onderwijsinstellingen, instructeurs van de VDAB en lesgevers Syntra.
Overeenkomstig artikel 44, § 2, 4°, van het Btw-Wetboek is onder meer beroepsopleiding of -herscholing vrijgesteld van de btw voor zover voldaan is aan de daartoe gestelde voorwaarden.
Met beroepsopleiding en -herscholing wordt het onderricht beoogd dat direct tot doel heeft een vak of een beroep aan te leren evenals de in dat kader gegeven bijscholing, herscholing of permanente vorming.
Rekening houdend met de bijzondere aard van deze beroepsopleiding en -herscholing eist de administratie niet dat bedoeld onderricht wordt verstrekt gedurende een periode die overeenstemt met een school- of academiejaar. Aldus kan de vrijstelling inzake het verstrekken van onderwijs worden toegepast ongeacht de duur ervan en dit voor zover de betreffende opleiding wordt gegeven gedurende een periode die noodzakelijk is om tijdens de duur ervan effectief een beroep aan te leren of de bedoelde opleiding, bijscholing of herscholing te verwerven.
Gelet op wat voorafgaat kan het verstrekken van opleidingen aan leerkrachten aangemerkt worden als beroepsopleiding vrijgesteld van de btw.
De overige voornoemde handelingen kunnen geenszins beschouwd worden als vrijgesteld onderwijs in de zin van voornoemde wetsbepaling.
Bedoelde handelingen kunnen evenmin aangemerkt worden als nauw samenhangend met het vrijgestelde onderwijs. Het begrip "nauw met onderwijs samenhangende diensten en leveringen van goederen" in de zin van voornoemde vrijstelling beoogt in de eerste plaats de bijkomende handelingen die door de onderwijsinstellingen zelf worden verricht als nevenprestatie bij het vrijgestelde onderwijs. De nauw met onderwijs samenhangende handelingen die door een derde worden verricht kunnen slechts vrijgesteld zijn van de btw op voorwaarde dat die rechtspersoon uitsluitend met dat doel door een vrijgestelde onderwijsinstelling werd opgericht.
Rekening houdend met wat voorafgaat zijn de in het eerste lid van dit antwoord genoemde handelingen verricht door de RTC's, met uitzondering van de opleidingen aan leerkrachten, aan de btw onderworpen, voor zover zij onder bezwarende titel worden verricht. Dit is inzonderheid het geval voor het organiseren van examens waarvoor inschrijvingsgeld wordt gevraagd.
Desgevallend is de vrijstellingsregeling bepaald in artikel 56bis van het Btw-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 19 van 29 juni 2014 met betrekking tot de vrijstellingsregeling van belasting over de toegevoegde waarde in het voordeel van kleine ondernemingen van toepassing, wanneer de jaaromzet niet meer bedraagt dan 15.000 euro.
2. De administratie heeft hierover geen gegevens.
3. a) De gevraagde gegevens worden centraal niet op geautomatiseerde wijze bijgehouden.
b) De strikte bepalingen van artikel 93bis van het Btw-Wetboek met betrekking tot het beroepsgeheim zouden mij overigens niet toelaten deze gegevens te verstrekken.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.