---
title: "Parlementaire vraag 1229 · Afzwakking van de meerkosten van de verhoging van de btw op elektriciteit"
description: "Afzwakking van de meerkosten van de verhoging van de btw op elektriciteit. Parlementaire vraag nr. 1229 van 11 oktober 2016 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1229-afzwakking-meerkosten-verhoging-btw-elektriciteit-aad7"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1229-diminution-surcout-liee-augmentation-tva-660b"
---

# Afzwakking van de meerkosten van de verhoging van de btw op elektriciteit

**Nummer**

1229

**Datum**

11 oktober 2016

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1229 van de heer Vincent Scourneau d.d. 11.10.2016

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2017-2018, QRVA 54/147 d.d. 05.03.2018, blz. 361**

Vraag nr. 1229 van de heer volksvertegenwoordiger Vincent Scourneau van 11 oktober 2016 (Fr.) aan de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude:

*Afzwakking van de meerkosten van de verhoging van de btw op elektriciteit door de indexering.*

## **VRAAG**

In het kader van de taxshift heeft de regering besloten om de btw op elektriciteit van 6 naar 21 % te verhogen.

De hogere btw op elektriciteit heeft een effect op de totale kosten voor de burger doordat het bedrag van zijn elektriciteitsfactuur omhoog gaat. De impact van die verhoging werd geschat op gemiddeld ongeveer 100 euro per jaar per gezin.

De btw-verhoging heeft, samen met andere regeringsmaatregelen, ook de inflatie doen oplopen, met als gevolg dat de spilindex overschreden werd - dat was sinds november 2012 niet meer gebeurd - en bijgevolg dat het indexmechanisme sneller geactiveerd werd. Het Planbureau schat dat de verhoging met 2 % van de gezondheidsindex voor 0,42 % toe te schrijven is aan de btw-verhoging en dat deze maatregel de deblokkering van de index met tweeënhalve maand vervroegd heeft.

**1.** Kunt u uitrekenen hoeveel voordeel de versnelde indexering als gevolg van de btw-verhoging de werknemers oplevert?

**2.** Kunt u dit voordeel uitzetten tegen de verhoging van de btw op elektriciteit, en opnieuw berekenen hoeveel deze maatregel de burger naar schatting gemiddeld zal kosten?

## **ANTWOORD**

**van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 01.03.2018:**

**1.** Wat het antwoord op uw eerste vraag betreft inzake de "winst" die de werknemers zouden gehad hebben door de versnelde toepassing van de indexering van de lonen en de wedden dienen volgende kanttekeningen gemaakt.

Vooreerst dient aangestipt dat een indexering van de lonen en de wedden er komt na een voorafgaande verhoging van het algemeen prijspeil zoals dat gemeten wordt voor de consumenten aan de hand van de index van de consumptieprijzen. Dergelijke aanpassing komt er dus om de koopkracht van de betrokkenen te vrijwaren. Men kan hier dus moeilijk over een echte winst spreken.

Daarnaast dient aangestipt dat de bedoelde verhoging van het btw-tarief van 6 % naar 21 % op vlak van de levering van elektriciteit een impact heeft van 0,40 procentpunt op de gewone index van de consumptieprijzen. Het effect op de gezondheidsindex is iets groter en bedraagt 0,43 procentpunt. Dit spruit voort uit het feit dat het gewicht van het verbruik aan elektriciteit in de gezondheidsindex groter is dan in de gewone index vermits onder meer de petroleumproducten niet in de eerstgenoemde zijn weerhouden.

**2.** Het effect van de btw-tariefverhoging wordt door de fiscale administratie meestal berekend in termen van een bijkomende kost per gezin en niet per persoon vermits dit laatste weinig representatief is.

Om de berekening uit te voeren heeft de administratie zich gebaseerd op de laatst beschikbare gezinsbudgetenquête.

Op basis van deze enquête blijkt dat de bijkomende kost per gezin in België wordt geschat op 114,01 euro. Het betreft hier dus een kost op jaarbasis.

Ik verwijs ook nog naar de jongste cijfers van de Nationale Bank die aantonen dat zowel de koopkracht als het reëel beschikbaar inkomen stijgt.
