---
title: "Parlementaire vraag 1222 · Kredietkaarten. Gebruik als betaling van handelstransacties. Maatstaf van heffing. Commissieloon"
description: "Kredietkaarten. Gebruik als betaling van handelstransacties. Parlementaire vraag nr. 1222 van 21 september 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1222-kredietkaarten-gebruik-betaling-handelstransacties-maatstaf-38b2"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1222-tva-cartes-credit-frais-commission-ea05"
---

# Kredietkaarten. Gebruik als betaling van handelstransacties. Maatstaf van heffing. Commissieloon · Kredietkaarten. Gebruik als betaling van handelstransacties. Maatstaf van heffing. Commissieloon.

**Nummer**

1222

**Datum**

21 september 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

14 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 128, blz. 13374-13375**

*Kredietkaarten - Gebruik als betaling van handelstransacties - Maatstaf van heffing - Commissieloon.*

## **VRAAG**

Heel wat klanten in de horecasector betalen met kredietkaarten. Voor het gebruik van die kredietkaarten moeten de restaurant- en hotelhouders evenwel nogal hoge commissielonen betalen, die in sommige gevallen 5 % kunnen belopen. Wat echter voor problemen zorgt, is het feit dat die kosten eveneens op de BTW (20,5 %) worden geïnd.

1\. Kunnen, voor zover kredietkaarten een alomtegenwoordig betaalmiddel geworden zijn in die sector, de commissielonen niet worden verlaagd wanneer ze betrekking hebben op de BTW ?

2\. Is het niet paradoxaal dat de hotel- of restauranthouder, zelf BTW-plichtige, dergelijke kosten moet dragen voor geld - met name de opbrengst van de BTW - dat zijn bedrijf alleen maar passeert ?

## **ANTWOORD**

De door het geacht lid gestelde vragen met betrekking tot het gebruik van kredietkaarten ter betaling van aan de BTW onderworpen handelstransacties hebben reeds het voorwerp uitgemaakt van een onderzoek dat de Administratie van de BTW, registratie en domeinen heeft ingesteld.

In het beoogde geval vinden twee handelingen plaats : enerzijds een levering van een goed of een dienstverrichting door een belastingplichtige handelaar die de BTW berekent over de door hem aangerekende globale prijs en anderzijds een dienstprestatie die door de uitgever van de kredietkaart aan genoemde handelaar wordt verleend en die als kredietverrichting op grond van [artikel 44, § 3, 5° van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) is vrijgesteld.

Wat de voldoening van de BTW over de eerstgenoemde en enige belastbare handeling betreft, dient toepassing te worden gemaakt van [artikel 26 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) op grond waarvan de maatstaf van heffing voor de leveringen van goederen en het verlenen van diensten wordt samengesteld uit alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie van zijn klant of van een derde verkrijgt.

Van dit principe wordt in geen geval afgeweken wanneer de prijs van de handeling door de klant wordt betaald door middel van een kredietkaart : de BTW is verschuldigd over het totaalbedrag van de door de klant verschuldigde prijs die overigens in onderhavig geval ook van de klant wordt gevorderd door de vennootschap die de kredietkaart uitgeeft. Die prijs mag uiteraard niet worden verminderd met de vergoeding voor de door de betrokken uitgever van kredietkaarten aan de handelaar verleende dienst die overigens het voorwerp uitmaakt van een afzonderlijke overeenkomst ten aanzien waarvan de klant een derde is.

Hetgeen voorafgaat is overigens in overeenstemming met de bepalingen van de Zesde Richtlijn van de Raad van 17 mei 1977 inzake de vaststelling van de maatstaf van heffing en de mogelijkheid om bepaalde financiële handelingen vrij te stellen.

Deze zaak heeft daarenboven het voorwerp uitgemaakt van een prejudiciële vraag waarover het Europees Hof van Justitie op 25 mei 1993 een arrest heeft uitgesproken in de zaak [C - 18/92](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-18-92-arrest) (PB, n° C 180/9 van 2 juli 1993) dat hetgeen voorafgaat, bevestigt.

Derhalve moet ik het geacht lid mededelen dat het probleem van het in mindering brengen van de kosten voor de commissie niet tot de bevoegdheid van de Administratie behoort en het gebruik van kredietkaarten onder meer verplichtingen meebrengt op het vlak van de correcte toepassing van de BTW-reglementering.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-26) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[C-18/92, arrest van 25 mei 1993](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-18-92-arrest) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

6

[Fiches van de administratieve commentaar 6](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1222-kredietkaarten-gebruik-betaling-handelstransacties-maatstaf-38b2/documenten?type=commentaar)

« … als tegenprestaties van door artikel 44, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek vrijgestelde kredietverrichtingen, niet aan de Btw onderworpen (schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.099 van de heer Volksvertegenwoordiger Jean-Pierre de Clippele van 20.05.1994 en schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.222 van de heer Volksvertegenwoordiger Didier Reynders van 21.09.1994 ). Tankkaartmaatschappijen als kredietverlener Tot slot wordt verwezen naar circulaire 2024/C/18 van 27.02.2024 betreffende het btw-stelsel van de levering van brandstof in België via een tankkaartsyteem (nr. E.T. 140.636) waarin de gevolgen worden … »

[Verlening, bemiddeling en beheer van kredieten (01.03.2026)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-0b56) Administratieve commentaar 01.03.2026

[Bekijk de 6 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1222-kredietkaarten-gebruik-betaling-handelstransacties-maatstaf-38b2/documenten)
