Managementdiensten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1220 19 maart 2001

Zoeken

Managementdiensten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1220-managementdiensten-nyssens-managementdienst-f7c3

Nummer
1220
Datum
19 maart 2001

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2001-2002, nr. 2-45, blz.2331-2332

Managementdiensten

VRAAG

Het is me ter ore gekomen dat bepaalde ondernemingen het voorwerp uitmaken van zeer belangrijke regularisaties omdat ze nagelaten hebben Belgische BTW te betalen op managementdiensten die ze geleverd hebben aan dochterondernemingen die in het buitenland gevestigd zijn, met name in Frankrijk waar er ook BTW wordt geheven op die diensten. Welnu, het is blijkbaar zo dat de BTW-administratie altijd heeft aanvaard dat dergelijke operaties in het land van de afnemer worden belast, als die een belastingplichtige is die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Unie. Heeft de administratie ooit een dergelijke interpretatie gepubliceerd en, zo ja, sinds wanneer is die dan van toepassing ? Is het toelaatbaar dat de BTW die in dergelijke situaties wordt geregulariseerd voor operaties die nauwelijks iets meer dan 5 jaar geleden hebben plaatsgevonden op basis van de achtste BTW-richtlijn niet terugbetaalbaar is omwille van het feit dat de termijn voor terugbetaling voorbij is ?

ANTWOORD

Overeenkomstig artikel 9, § 1, van de zesde richtlijn van de Raad van 17 mei 1977, betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzendbelasting, omgezet in artikel 21, § 2, van het Belgisch BTW-Wetboek, wordt als plaats van een dienst aangemerkt de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats.

Op deze algemene regel bestaan evenwel afwijkingen, inzonderheid wanneer de handeling intellectueel werk tot voorwerp heeft in het kader van hun geregelde werkzaamheid verricht door juridische of andere adviseurs, accountants, ingenieurs, adviesbureaus en soortgelijke dienstverrichters, alsook informatieverwerking en -verschaffing, met uitzondering van de diensten die verband houden met een uit zijn aard onroerend goed en materiële werken of expertises die betrekking hebben op een ander goed dan een uit zijn aard onroerend goed.

Overeenkomstig de regels weergegeven in artikel 9, § 2, sub e, derde streepje, van voormelde richtlijn, omgezet in artikel 21, § 3, 7º, d, van bovenbedoeld wetboek, vinden dergelijke handelingen plaats daar waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht of, bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Gemeenschap is gevestigd of aan een belastingplichtige die in de Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit. De administratie heeft tot voor kort steeds aangenomen dat managementdiensten een intellectueel werk waren in de zin van dit artikel 21, § 3, 7º, d.

In de geest van een arrest van 16 september 1997 (zaak C-145/96 Bernd von Hoffmann tegen Finanzamt Trier) gewezen door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen inzake arbitrage, werd de administratie er evenwel toe gebracht haar standpunt terug in overweging te nemen.

Wanneer een onderneming als activiteit het beheer en de leiding heeft van een andere onderneming, in de hoedanigheid van hetzij zaakvoerder, hetzij statutair beheerder, of krachtens een overeenkomst waardoor eerstgenoemde over de mogelijkheid beschikt zijn beleidslijnen aan laatstgenoemde op te leggen, wordt voortaan, in alle gevallen, de plaats van de in het kader van genoemde activiteit door die eerste onderneming verrichte diensten bepaald overeenkomstig artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek.

Omdat dit standpunt nog niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een publicatie, zal ­ in de gevallen dat de BTW werd toegepast op de plaats van de ontvanger onder de voorwaarden beoogd in de derde alinea, voormeld ­ niet teruggekomen worden op de periode die voorafgaat aan de publicatie van onderhavig antwoord in het bulletin van Vragen en Antwoorden van de Senaat. Instructies in deze zin zullen worden gegeven aan de lokale diensten van de BTW, er evenwel rekening mee houdend dat de personen die persoonlijk op de hoogte worden gebracht van de wijziging van het administratief standpunt ertoe gehouden zijn dit toe te passen vanaf het ogenblik dat deze beslissing hun werd meegedeeld.

Aangehaalde teksten

3