---
title: "Parlementaire vraag 1216 · Autonome gemeentebedrijven. Ter beschikking gestelde gebouwen. Sport- of culturele verenigingen"
description: "Autonome gemeentebedrijven. Ter beschikking gestelde gebouwen. Parlementaire vraag nr. 1216 van 6 april 2006 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1216-autonome-gemeentebedrijven-ter-beschikking-gestelde-699e"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1216-regies-communales-autonomes-batiments-mis-b0e2"
---

# Autonome gemeentebedrijven. Ter beschikking gestelde gebouwen. Sport- of culturele verenigingen

**Nummer**

1216

**Datum**

6 april 2006

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 121, blz. 23477-23479**

*Autonome gemeentebedrijven - Ter beschikking gestelde gebouwen - Sport- of culturele verenigingen*

## **VRAAG**

Heel wat lokale overheden weten geen raad met de fiscale bestemming van bepaalde openbare goederen die zij moeten beheren. Om misbruiken uit de wereld te helpen zou ik het statuut van gebouwen die bestemd zijn voor culturele, recreatieve of sportactiviteiten, dan ook nauwkeurig willen definiëren.

Wanneer een autonoom gemeentebedrijf (zoals bedoeld in artikel 263 *bis* van de gemeentewet) een sportzaal of een polyvalente zaal bezit die aangekocht werd met toepassing van de btw - bijvoorbeeld van een gemeentebestuur dat de zaal laten bouwen en als nieuwbouw verkocht heeft - en dat gebouw ter beschikking stelt van lokale sportclubs of diverse verenigingen met het oog op de organisatie van culturele of recreatieve activiteiten, moet er op die terbeschikkingstelling dan BTW betaald worden (waarbij het autonome gemeentebedrijf de BTW mag aftrekken), of gaat het daarentegen om onroerende verhuur?

## **ANTWOORD**

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 12.05.2006)

De terbeschikkingstelling van een gebouw dat bestemd is voor sportieve, culturele of recreatieve activiteiten aan sportverenigingen of andere clubs kan aangemerkt worden hetzij als een onroerende verhuur, hetzij als de toekenning van het recht gebruik te maken van of het recht op toegang tot een inrichting voor sport, cultuur of vermaak, afhankelijk van de feitelijke en juridische omstandigheden eigen aan ieder geval.

Wanneer deze terbeschikkingstelling, in het kader van een betrekkelijk passieve activiteit, aan de huurder een exclusief recht van genot van het gebouw toekent, waarbij de prijs is vastgesteld in functie van de gebruiksduur en eventueel de terbeschikkinggestelde oppervlakte, dan wordt deze terbeschikkingstelling in principe aangemerkt als een onroerende verhuur die is vrijgesteld van de belasting krachtens [artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) en verleent geen enkel recht op aftrek. Een dergelijk exclusief recht van genot kan inzonderheid afgeleid worden uit het recht voor de huurder om derden uit te sluiten of het recht op toegang tot het gebouw of de inrichting die ter beschikking werd gesteld, te verlenen (eventueel tegen de betaling van een vergoeding).

In dit opzicht verwijs ik het geachte lid naar de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en in het bijzonder naar de arresten gewezen in de zaken [C-284/03](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest) van 18 november 2004 (Temco Europe SA) en [C-150/99](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-150-99-arrest) van 18 januari 2001 (Stockholm Lindöpark AB).

Wanneer de voorwaarden die worden gesteld door het Hof van Justitie met betrekking tot de kwalificatie van onroerende verhuur niet zijn voldaan, dan is deze terbeschikkingstelling een belastbare dienst. Deze handeling is onderworpen aan het tarief van 6% wanneer ze wordt aangemerkt als de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak of de toekenning van het recht ervan gebruik te maken in de zin van rubriek XXVIII van de tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.

Ik vestig evenwel de aandacht van het geachte lid nog op de bepalingen van artikel 44, § 2, 3°, van bovengenoemd Wetboek, dat de diensten vrijstelt van BTW die worden verstrekt door exploitanten van sportinrichtingen aan personen die er aan sport doen wanneer deze exploitanten instellingen zijn die geen winstoogmerk hebben en zij de ontvangsten uit de vrijgestelde werkzaamheden uitsluitend gebruiken tot dekking van de kosten. Op grond van [artikel 44, § 2, 9°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), van het Wetboek worden tevens vrijgesteld de organisatie van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, van tentoonstellingen, concerten of conferenties alsook de leveringen van goederen die nauw samenhangen met deze diensten door instellingen erkend door de bevoegde overheid, mits de inkomsten die zij verkrijgen uit hun werkzaamheid uitsluitend gebruikt worden tot dekking van de kosten ervan.

Deze vrijgestelde handelingen verlenen uiteraard geen recht op aftrek van de belasting.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 2 voorkomens

[C-150/99, arrest van 18 januari 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-150-99-arrest) 1 voorkomen

[C-284/03, arrest van 18 november 2004](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-284-03-arrest) 1 voorkomen
