---
title: "Parlementaire vraag 1212 · Betalingsfaciliteiten. BTW"
description: "Betalingsfaciliteiten. BTW, spreiding van betaling. Parlementaire vraag nr. 1212 van 15 januari 2003 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1212-betalingsfaciliteiten-btw-avontroodt-spreiding-betaling-54d2"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1212-facilites-paiement-tva-avontroodt-etalement-cfe4"
---

# Betalingsfaciliteiten. BTW

**Nummer**

1212

**Datum**

15 januari 2003

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

17 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 159, blz. 20485-20487**

*Betalingsfaciliteiten - BTW*

## **VRAAG**

Belastingplichtigen die een achterstand hadden met het betalen van hun BTW-schuld konden in het verleden steeds een afbetalingsplan vragen aan het ontvangkantoor.

Het BTW-ontvangkantoor van Mechelen weigert echter resoluut elke aanvraag tot het bekomen van een afbetalingsplan en verklaart uitdrukkelijk in de briefwisseling met de belastingplichtige dat ingevolge een nieuwe regeling er geen betalingsfaciliteiten meer worden toegekend als de BTW-schuld een bijzondere rekening betreft.

1\. Over welke nieuwe regeling gaat het hier precies?

2\. Wordt deze nieuwe regeling uniform over het ganse land toegepast?

3\. Is deze nieuwe regeling er gekomen op initiatief van de geachte minister?

4\. Welke argumenten liggen aan de basis van het uitvaardigen van deze nieuwe regeling?

5\. Bent u niet van mening dat dergelijk optreden heel wat falingen voor gevolg zal hebben, waardoor de BTW-tegoeden definitief verloren zullen gaan voor de Schatkist?

## **ANTWOORD**

(07.03.2003)

1, 2, 3 en 4. De aandacht van het geachte lid wordt gevestigd op het feit dat er geen enkele wettelijke bepaling bestaat die het verlenen van bijkomende betalingsfaciliteiten in fiscale zaken toelaat, zodat de BTW-ontvanger, in zijn hoedanigheid van rekenplichtige, alleen bevoegd is om, onder zijn persoonlijke verantwoordelijkheid en geldelijke aansprakelijkheid, betalingsfaciliteiten toe te staan. Dit principe vindt zijn oorsprong in artikel 66 van het koninklijk besluit van 17 juli 1991, houdende coördinatie van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, waarin wordt bepaald dat elke rekenplichtige aansprakelijk is voor de invordering van de kapitalen, inkomsten, rechten en belastingen waarvan de inning hem is toevertrouwd. Deze persoonlijke aansprakelijkheid sluit bijgevolg elke onderrichting en elke tussenkomst van een hiërarchische overheid uit.

Het verkrijgen van een betalingsregeling is dus geen recht van de belastingschuldige, maar een gunstmaatregel die eventueel door de ontvanger in uitzonderlijke omstandigheden wordt toegestaan op gemotiveerde vraag van de belastingschuldige.

Gelet op de specifieke aard en het bijzondere inningssysteem van de belasting over de toegevoegde waarde, is het van belang dat elke belastingschuldige, ongeacht in welke fase van de economische kringloop hij zich bevindt, de door hem geïnde BTW, onder aftrek van de aan zijn leveranciers betaalde BTW, binnen de gestelde termijn aangeeft en tegelijkertijd doorstort aan de Schatkist. Het laattijdig doorstorten van de ontvangen BTW komt neer op het zich wederrechtelijk toeëigenen van gelden die van rechtswege aan de Staat toekomen.

Overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 24 van 29 december 1992 met betrekking tot de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, kan, indien de belastingschuldige zijn verplichting tot aangifte en/of doorstorting van de voor rekening van de Schatkist geïnde BTW niet nakomt, een bijzondere rekening worden opgemaakt, die de handelingen van de BTW-rekening-courant voorafgaand aan de opnulzetting ervan opneemt. Vervolgens wordt een invorderingsorder ten zijnen laste opgemaakt en worden, op geautomatiseerde wijze, in principe twee uitnodigingen tot betaling aan de schuldenaar verstuurd. Niettegenstaande de wettelijke bepalingen die de betalingstermijnen inzake belastingen regelen van openbare orde zijn, genieten de BTW-plichtigen dus *de facto* reeds van een zeker uitstel van betaling vooraleer de vervolgingen daadwerkelijk worden opgestart.

Het niet automatisch verlenen van een bijkomend uitstel aan belastingplichtigen wiens rekening-courant systematisch het voorwerp uitmaakt van een procedure van opnulzetting, met de opmaak van bijzondere rekeningen en dus invorderingsorders tot gevolg, moet voor deze belastingplichtigen dan ook een duidelijk signaal inhouden om de negatieve spiraal van schuldopbouw te doorbreken.

5\. Rekening houdende met het voormelde, heeft een automatisch bijkomend uitstel van betaling, toegekend aan belastingplichtigen voor bijzondere rekeningen waarin BTW-sommen zijn opgenomen, die ten laste van klanten zijn geïnd en wederrechtelijk door de BTW-plichtigen worden bijgehouden, geen enkele zin. Het zou bovendien leiden tot concurrentievervalsing tussen de betrokken belastingschuldigen. Hoewel een dergelijk uitstel op zeer korte termijn misschien een faillietverklaring kan verdagen, leert de praktijk dat de houding van de administratie op (lange) termijn een afname van het aantal faillissementen tot gevolg heeft.
