---
title: "Parlementaire vraag 1205 · Maakloonwerk"
description: "Maakloonwerk. Parlementaire vraag nr. 1205 van 10 juli 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1205-maakloonwerk-hatry-f233"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1205-travail-facon-intracommunautaire-non-bilateral-a2b8"
---

# Maakloonwerk

**Nummer**

1205

**Datum**

10 juli 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

27 paragrafen

**BTW-Revue nr. 141, blz. 290**

**Vr. en Antw., Senaat, 1997-1998, nr. 1-81, blz. 4288-4290**

*Maakloonwerk*

## **VRAAG**

De tweede vereenvoudigingsrichtlijn geeft met ingang van 1 januari 1996 een nieuwe afwijking ingevoerd van het territorialiteitsbeginsel inzake maakloonwerk, dat voortaan eenvormig omschreven wordt als het verrichten van diensten.

Overeenkomstig [artikel 12bis, tweede lid, 5°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) wordt het zenden van goederen, voor het uitvoeren van maakloonwerk, naar een ondernemer die gevestigd is in een andere lidstaat, niet langer beschouwd als een "overbrenging" wanneer het gaat om "de verrichting van een dienst voor de belastingplichtige in verband met werkzaamheden betreffende dat goed, die daadwerkelijk wordt uitgevoerd in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van het goed, voor zover de goederen na bewerking opnieuw worden verzonden naar deze belastingplichtige in België waarvandaar zij oorspronkelijk waren verzonden of vervoerd".

Vóór 1 januari 1996 werden deze handelingen beschouwd als intracommunautaire leveringen. In de circulaire nr. 13 van 18 mei 1994 staat daarover te lezen dat "het maakloonwerk als bilateraal wordt beschouwd in alle gevallen waarin de bewerkte goederen terugkeren naar de lidstaat van de opdrachtgever, ongeacht het door die opdrachtgever vermelde leveringsadres".

Kan de geachte minister bevestigen dat deze regel nog steeds van toepassing is, bijvoorbeeld in het volgende geval:

Een machinefabrikant (A) gelegen in een lidstaat (LS1) bouwt een machine die naar een ondernemer (B) gevestigd in een andere lidstaat (LS2) wordt gestuurd voor diverse bewerkingen (lakken, behandeling met speciale verf,...). De machine wordt vervolgens rechtstreeks geleverd aan de klant van (A), namelijk een bedrijf (C) dat gevestigd is in de oorspronkelijke lidstaat (LS1). Daarbij worden de volgende bedragen gefactureerd:

•van (A) naar (C): het bedrag van de machine;

•van (B) naar (A): het bedrag van de bewerking.

Hoe moeten de partijen (A) en (B) het "niet overdragen van goederen" en het maakloonwerk in hun boeken registreren?

## **ANTWOORD**

De toestand bedoeld door het geachte lid is blijkbaar deze waarin een belastingplichtige (A) gevestigd in België (lidstaat 1) goederen verkoopt aan een eveneens in België gevestigde koper (C) maar deze goederen vooraleer ze uiteindelijk geleverd worden aan deze afnemer naar een andere lidstaat (lidstaat 2) worden verzonden teneinde er door de onderaannemer (B) een bewerking te ondergaan voor rekening van de leverancier.

Vooreerst dient te worden opgemerkt dat de dienstprestatie verricht door de onderaannemer (B) in beginsel geacht wordt plaats te vinden in lidstaat 2, plaats van de materiële uitvoering van het werk op grond van [artikel 21, § 3, 2°, a), van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21). Evenwel wordt ze geacht plaats te vinden in België (lidstaat 1), waar de afnemer van de dienst (A) is gevestigd, voor zover deze afnemer aan zijn dienstverrichter zijn Belgisch BTW-identificatienummer mededeelt waaronder de dienst aan hem is verleend, vermits de goederen na bewerking lidstaat 2, land van de materiële uitvoering van het werk, verlaten (toepassing van [artikel 21, § 3, 2°, b), van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21)). Het feit dat de goederen uiteindelijk niet zouden teruggezonden worden naar de opdrachtgever maar rechtstreeks naar de uiteindelijke koper heeft in dit geval geen enkele invloed op de bepaling van de plaats van de dienst.

Daarentegen, zoals het geachte lid opmerkt, is aan de voorwaarden opdat de verzending van de goederen vanuit België naar de lidstaat van de onderaannemer en hun terugkeer vanuit die lidstaat naar België beschouwd zouden kunnen worden als, respectievelijk, een niet-overbrenging en een niet-verwerving door de gecombineerde toepassing van de artikelen [12bis, tweede lid, 5°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) en [25quater, § 1, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quater), van het BTW-Wetboek (omzetting van [artikel 28bis, § 1bis, 5° en 6°, van de zesde richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28bis)), niet strikt voldaan aangezien de goederen niet teruggezonden worden ter bestemming van de opdrachtgever maar ter bestemming van zijn koper.

Derhalve wordt de opdrachtgever (A) in principe geacht aanvankelijk een overbrenging te verrichten in België, een handeling die gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire levering onder bezwarende titel op grond van [artikel 12bis, eerste lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis), gevolgd door een bestemming die gelijkgesteld wordt met een intracommunautaire verwerving van goederen in de lidstaat van zijn onderaannemer (lidstaat 2). Vervolgens verricht hij in de lidstaat van de materiële uitvoering van het werk (lidstaat 2) een intracommunautaire levering ter bestemming van zijn uiteindelijke koper in België. Voor de bestemming en de intracommunautaire levering van de goederen die hij verricht in lidstaat 2, is de belastingplichtige (A) in beginsel verplicht zich er voor BTW-doeleinden te laten identificeren.

De administratie is er zich wel degelijk van bewust dat de strikte interpretatie van de wetgeving op de overbrengingen en niet-overbrengingen in deze specifieke situatie problemen kan doen rijzen.

Daarom aanvaardt ze, in een aanschrijving over de intracommunautaire dienstverrichtingen met betrekking tot lichamelijk roerende goederen die eerstdaags zal verschijnen, dat, ter vereenvoudiging en bij wijze van proef, aan de voorwaarde van terugkeer der goederen ter bestemming van de belastingplichtige (A) in België waarin is voorzien in [artikel 12bis, tweede lid, 5°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) is voldaan, wanneer deze belastingplichtige kan aantonen dat de goederen na de bewerking rechtstreeks naar zijn koper (C), gevestigd in België, werden verzonden. Indien de belastingplichtige (A) zich op deze tolerantie beroept, wordt de door hem verrichte levering geacht in België plaats te vinden en is deze binnenlandse levering onderworpen aan de belasting.

Er wordt op gewezen dat, in de omgekeerde toestand, de administratie eveneens, bij wijze van proef, aanvaardt dat de verzending vanuit een andere lidstaat door een opdrachtgever naar een in België gevestigde dienstverrichter van goederen die na bewerking België verlaten met als bestemming de uiteindelijke koper gevestigd in dezelfde lidstaat als de leverancier/opdrachtgever, niet wordt gelijkgesteld, overeenkomstig [artikel 25quater, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quater), met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel in hoofde van de buitenlandse leverancier. Indien de in een andere lidstaat gevestigde leverancier deze tolerantie kan toepassen, wordt hij niet geacht vanuit België een levering te verrichten naar zijn afnemer gevestigd in dezelfde lidstaat toe.

Voornoemde administratieve toleranties kunnen evenwel slechts ingeroepen worden voor zover de fiscale overheid van de lidstaat waar de goederen vanuit België ter bewerking naartoe worden gezonden of van waaruit de goederen naar België ter bewerking worden gezonden, zich niet verzet tegen de in deze toleranties vervatte vereenvoudigingsmaatregel ten aanzien van de handelingen die op haar grondgebied plaatsvinden.

Wanneer hij zich bevindt in een toestand waarin één der hiervoor bedoelde toleranties kan worden toegepast, rusten er bepaalde verplichtingen op de belastingplichtige.

Voor de verzending van de goederen vanuit België naar de dienstverrichter in een andere lidstaat, heeft de belastingplichtige de verplichting een register bij te houden overeenkomstig de artikelen [23](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c#ar1-art23) en [24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c#ar1-art24) van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992. Dit register wordt het "register der niet-overbrengingen" genoemd.

Op het ogenblik van de verzending der goederen moeten een aantal elementen aangetekend worden in het register zoals de datum van de handeling, de naam en het adres van de bestemmeling van de goederen (de dienstverrichter), de hoeveelheid en de gebruikelijke benaming van de goederen, ...

Op het tijdstip van terugkeer der goederen in België moet het register worden aangezuiverd met onder meer de vermelding van de datum van terugkeer van de goederen, alsook de datum en het nummer van inschrijving in de factuurboeken van de facturen of de als zodanig geldende stukken en van de creditnota's die hij heeft ontvangen of uitgereikt met betrekking tot deze handelingen.

De maakloonwerker gevestigd in België aan wie een belastingplichtige materialen toevertrouwt met het oog op het uitvoeren voor laatstgenoemde van een maakloonwerk, moet een register bijhouden voor de goederen die het voorwerp uitmaken van een expertise of een ander materieel werk dan een maakloonwerk, wanneer ze werden toegezonden naar de dienstverrichter vanuit een andere lidstaat door of voor rekening van een belastingplichtige die voor BTW-doeleinden geïdentificeerd is in die andere lidstaat (wijziging van [artikel 54bis, § 1, tweede lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-54bis) en van [artikel 25 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-25-1a1b)).

Dit gewijzigd register voor maakloonwerk ("register der ontvangen materialen" genoemd), moet, overeenkomstig [artikel 26 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c#ar1-art26), een aantal vermeldingen bevatten waaronder de datum van ontvangst van de goederen, de naam en het adres van de opdrachtgever, de hoeveelheid en de gebruikelijke benaming van de goederen. Na de voltooiing van de expertise of het werk, vermeldt de dienstverrichter in dit register de datum van de verzending of het vervoer van de goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van de dienstprestatie.

## Aangehaalde teksten

9

[WBTW art. 12bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) 4 voorkomens

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 2 voorkomens

[WBTW art. 25quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quater) 2 voorkomens

[KB nr. 1 art. 23](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c) 1 voorkomen

[KB nr. 1 art. 24](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c) 1 voorkomen

[KB nr. 1 art. 25](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-25-1a1b) 1 voorkomen

[KB nr. 1 art. 26](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c) 1 voorkomen

[WBTW art. 54bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-54bis) 1 voorkomen

[Zesde richtlijn 77/388 art. 28bis](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-28bis) 1 voorkomen
