---
title: "Parlementaire vraag 12 · Concurrentieverstoring. Procedure"
description: "Concurrentieverstoring. Procedure. Parlementaire vraag nr. 12 van 18 september 2007 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/12-concurrentieverstoring-procedure-devlies-6c41"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/12-distorsion-concurrence-procedure-devlies-13e1"
---

# Concurrentieverstoring. Procedure

**Nummer**

12

**Datum**

18 september 2007

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 003, blz. 103-105**

*Concurrentieverstoring - Procedure*

## **VRAAG**

In haar [circulaire nr. AOIF 24/2007 (ET 113.252)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/24-2007-aoif-assujettissement-8809), van 29 augustus 2007 verwijst de administratie naar het arrest van het Hof van Justitie, nr. [C-430/04](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-430-04-arrest) van 8 juni 2004 waarin de directe werking van de zesde BTW-richtlijn wordt bevestigd en waarbij elke belastingplichtige, die lijdt onder concurrentieverstoring met publiekrechtelijke lichamen, die niet de hoedanigheid van belastingplichtige hebben, voornoemde bepalingen kan inroepen bij de nationale fiscale administraties.

Derhalve kent zij het recht toe aan een operator, die zich benadeeld voelt door de niet-belastingplichtige activiteit uitgeoefend door een overheid, om een gemotiveerd verzoekschrift in te dienen. In geval van betwisting is de beoordeling onderworpen aan een rechterlijk toezicht.

Artikel 97, 7° en artikel 98, § 2, eerste lid, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, bepalen dat de voorzitter van de rechtbank van koophandel het bestaan vaststelt en beveelt de staking van de inbreuken op de niet-naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde. De vordering wordt ingesteld op verzoek van de minister die voor de betrokken aangelegenheid bevoegd is.

1\. Welke vormvereisten worden aan het gemotiveerd verzoekschrift opgelegd waarvan sprake is in voornoemde circulaire ?

2\. Bij welke territoriale overheid dient het gemotiveerd verzoekschrift te worden ingediend, met name bij de overheid onder wiens bevoegdheid de operator dan wel de overheid ressorteert ?

3\. Bent u van mening dat de beslissing en het antwoord vanwege de administratie op het gemotiveerd verzoekschrift eveneens formeel gemotiveerd dient te zijn ?

4\. Is deze formele motiveringsplicht formeel verenigbaar met het beroepsgeheim van artikel 93 *bis* W.BTW ?

5\. Bent u de mening toegedaan dat het verplicht administratief beroep alsmede de wachttermijn alvorens een gerechtelijke procedure in te stellen overeenkomstig de artikelen 1385 *decies* en 1385 *undecies* van het Gerechtelijk Wetboek niet toepasselijk is op de procedure zoals bepaald in voornoemde circulaire ?

6\. Dient de betwisting inzake «concurrentieverstoring» te worden ingesteld bij de voorzitter van de rechtbank van koophandel ?

7\. Is de beperking dat de vordering door de minister van Financiën dient te worden ingesteld overeenkomstig artikel 98, § 2, eerste lid van voornoemde wet van 14 juli 1991, verenigbaar met de directe werking die voornoemde richtlijn toekent aan alle belastingplichtigen ?

## **ANTWOORD**

(vice-eersteminister en minister van Financiën, 24.10.2007)

Met concurrentieverstoring in de zin van [artikel 6 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) wordt de situatie bedoeld waarbij de uitoefening van werkzaamheden of handelingen door de overheid als niet-belastingplichtige (art. 6, eerste lid, W BTW) leidt tot een benadeling van een private operator die dezelfde handelingen verricht met toepassing van BTW. Dit is inzonderheid het geval in het kader van de procedures voor openbare aanbesteding of inschrijving alsook ten aanzien van diensten die wegens hun aard, hun omvang of het cliënteel waartoe ze zich richten en de gebruikte middelen (reclame, tarieven, enzovoort.) in rechtstreekse en onbetwistbare concurrentie treden met de commerciële ondernemingen.

Het betreft hier geen misbruik als bedoeld in de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. Deze wetgeving is bijgevolg ter zake niet van toepassing : de door het geachte lid beoogde overtredingen van wettelijke voorschriften zijn in de eerste plaats overtredingen van fiscale aard. Gevolg is verder ook dat vorderingen betreffende de vermeende overtredingen behoren tot de werkingssfeer van artikel 569 van het Gerechtelijk Wetboek en niet tot deze van de artikelen 573 tot en met 576 van hetzelfde Wetboek.

Zoals het geachte lid zelf stelt kan de operator die zich benadeeld voelt door de niet-belastingplicht van een publiekrechtelijke instelling een gemotiveerd verzoekschrift indienen bij de fiscale administratie zodat kan worden onderzocht of er al dan niet sprake is van concurrentieverstoring. Dit verzoekschrift, dat aan geen enkele vormvereiste dient te beantwoorden, zal bij voorkeur gericht worden aan de centrale diensten van de AOIF (directie I/7 - I/8 - Koning Albert II-laan 33, bus 25, 1030 Brussel), die naar aanleiding van deze klacht met betrekking tot een welbepaalde overheidsdienst, ook de concurrentieverstoring in ruimere zin kunnen onderzoeken.

Bij toepassing van [artikel 93 bis van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93bis) kunnen de resultaten van het onderzoek door de administratie niet medegedeeld worden aan de operator. Inzake de bewijslast tegen de overheid gelden de gewone regels.

Vermits het ter zake om een klacht gaat, ontstaat er tussen de FOD Financiën en de klager geen geschil dat zou moeten leiden tot een gemotiveerde beslissing. Omdat er geen sprake is van enig geschil, zijn verder ook de artikelen 1385 *decies* en 1385 *undecies* van het Gerechtelijk Wetboek niet van toepassing. Trouwens in het BTW-stelsel is het administratief beroep facultatief en nooit gebonden aan de wachttermijn die het geachte lid aanhaalt.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 1 voorkomen

[WBTW art. 93bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93bis) 1 voorkomen

[C-430/04, arrest van 8 juni 2006](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-430-04-arrest) 1 voorkomen
