---
title: "Parlementaire vraag 1198 · Bevestiging van de geldigheid van BTW-identificatienummers"
description: "Bevestiging van de geldigheid van BTW-identificatienummers. Parlementaire vraag nr. 1198 van 7 januari 2003 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1198-bevestiging-geldigheid-btw-identificatienummers-parys-6ceb"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1198-confirmation-validite-numeros-identification-tva-605f"
---

# Bevestiging van de geldigheid van BTW-identificatienummers

**Nummer**

1198

**Datum**

7 januari 2003

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

21 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 157, blz. 20256-20259**

*Bevestiging van de geldigheid van BTW-identificatienummers*

## **VRAAG**

Het is wel bekend dat er in bepaalde sectoren in Europa, onder meer de markt van de elektronicaapparatuur, miljarden aan verschuldigde BTW (geïnd of verrekend) niet afgedragen worden aan de betrokken BTW-administraties. De redenen hiervan zijn het op poot zetten van BTW-carrousels, geveinsde uitvoeren en witwasoperaties of een combinatie ervan.

Het is nagenoeg onvermijdelijk, gezien de in deze sectoren gemoeide omzet op macro-economisch vlak, dat bonafide handelaars goederen aan niet-indieners verkopen of van hen goederen aankopen, waarbij soms deze niet-indieners weliswaar over een geldige BTW-identificatienummer beschikken doch systematisch nalaten de door hen verschuldigde BTW aan de Schatkist af te dragen.

Het blijkt nu dat het voor de bonafide handelaars niet mogelijk is om na te gaan, aan de hand van de voor hen bij de BTW-administratie beschikbare informatie, of hun leveranciers en afnemers, indien deze over een geldige BTW-identificatienummer beschikken, de door hen verschuldigde BTW aan de Schatkist daadwerkelijk afdragen. Enkel de BTW-administratie is bij machte deze informatie onmiddellijk na te gaan.

1\. Meent u niet dat de bevestiging door de BTW-administratie van de geldigheid van het BTW-identificatienummer van de medecontractant, tevens (impliciet maar zeker) de bevestiging inhoudt of althans zou moeten inhouden dat deze zijn BTW-verplichtingen nakomt, inclusief de tijdige betaling van de verschuldigde BTW ?

2.

a) Welke bijkomende objectieve criteria kan een bonafide handelaar, bovenop de wettelijke verplichting van controle van de daadwerkelijke intracommunautaire leveringen en het bestaan van een geldig BTW-identificatienummer, benutten om na te gaan of zijn leveranciers en afnemers, die over een geldig BTW-identificatienummer beschikken, al dan niet in gebreke blijven de door hen verschuldigde BTW aan de Schatkist af te dragen ?

b) Kan het als een aan te raden extralegale voorzorgsmaatregel aanzien worden, zich door de erkende accountant van zijn medecontractanten maandelijks schriftelijk te laten bevestigen dat de medecontractanten wel degelijk aan hun BTW-verplichtingen voldoen ?

3.

a) Eisen het algemeen belang en de beginselen van behoorlijk bestuur niet dat het past dat de BTW-administratie gebruik maakt van haar verregaande wettelijke controlebevoegdheid en een beroep doet op de krachtens de Europese wetten ingevoerde maatregelen tot internationale bijstand en samenwerking om Belgische en buitenlandse BTW-plichtigen die hun periodieke BTW-aangiften niet (tijdig) indienen, systematisch op te sporen en deze informatie aan bonafide handelaars die met deze niet-indieners contracteren zo vlug mogelijk te melden ?

b) Zou deze informatiemaatregel niet eveneens de fraudebestrijding en de rechtszekerheid van de eerlijke medecontractant bevorderen ?

## **ANTWOORD**

(minister van Financiën dd. 07.01.2003)

1\. Zoals het geachte lid terecht opmerkt, bestaat voor alle operatoren de mogelijkheid om telefonisch de bevestiging van de geldigheid van de buitenlandse BTW-identificatienummers aan te vragen bij de CLO. Er bestaat tevens een mogelijkheid om deze bevestiging voor de BTW-identificatienummers van alle lidstaten via het internet op te vragen op het adres: http:/ /europa.eu.int/comm/taxation\_customs/vies/nl/ vieshome.htm van de diensten van de Europese Commissie. Bovendien zal de BTW-hoedanigheid van de Belgische ondernemingen in de nabije toekomst kunnen nagegaan worden door raadpleging van de Kruispuntbank voor ondernemingen (KBO). Het is echter uitgesloten automatisch te mogen veronderstellen dat de belastingplichtige die over een geldig BTW-identificatienummer beschikt, eveneens de op hem rustende fiscale verplichtingen naleeft. De suggestie van het geachte lid dat de BTW-administratie aan leveranciers of aan hun belastingplichtige afnemers niet enkel de geldigheid van het BTW-identificatienummer moet kunnen bevestigen van de medecontractant, maar tevens informatie omtrent het fiscale gedrag (indiening van aangiften en betaling van de belasting) van de medecontractant, stuit op ernstige bezwaren. Deze werkwijze zou strijdig zijn met de bepalingen inzake het beroepsgeheim waaraan elke ambtenaar gehouden is. Immers, [artikel 93bis van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93bis) stelt dat eenieder die, uit welken hoofde ook, optreedt bij de toepassing van de belastingwetten of die toegang heeft tot de ambtsvertrekken van de administratie van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, Registratie en Domeinen, buiten het uitoefenen van zijn ambt, verplicht is tot de meest volstrekte geheimhouding aangaande alle zaken waarvan hij wegens de uitvoering van zijn opdracht kennis heeft.

Deze beperking is zeer begrijpelijk aangezien het vrijgeven van dergelijke informatie zou kunnen leiden tot het aantasten van het vertrouwen tussen contracterende partijen en voor beiden of voor één van hen commerciële en financiële gevolgen zou kunnen krijgen.

2.

a) en b) De administratie kan geen bijkomende verplichtingen voorschrijven behalve deze vervat in het koninklijk besluit nr. 52 van 29 december 1992 met betrekking tot de vrijstellingen betreffende de intracommunautaire leveringen van goederen en de ermee gelijkgestelde handelingen, alsook betreffende de intracommunautaire verwervingen van goederen, op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.

De gesuggereerde voorzorgsmaatregelen kunnen niet op een algemene wijze op hun waarde worden beoordeeld door de administratie. Bovendien kunnen ze niet worden voorgeschreven. De administratie kan enkel dergelijke bewijsstukken mee in overweging nemen indien voor een bepaalde bewijsvoering door belastingplichtige dergelijke stukken worden aangevoerd.

3.

a) en b) Dienaangaande moet hetzelfde worden gesteld als ten aanzien van hetgeen gezegd werd onder nr. 1. Het geven van dergelijke informatie afkomstig uit het buitenland buiten de wettelijke regelen zou zelfs een inbreuk op de rechtsregels inzake uitwisseling van gegevens tussen lidstaten uitmaken (Verordening nr. EEG/218/92, artikel 9). Van inlichtingen die de administratie van andere lidstaten inzamelt kan slechts op dezelfde wijze gebruik worden gemaakt als deze die ze rechtstreeks (in het binnenland) heeft verkregen en met dien verstande dat zulk gebruik moet gebeuren met inachtneming van de bepalingen van de ter zake door de Europese Gemeenschappen uitgevaardigde reglementering ([artikel 93terdecies van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93terdecies)).

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 93bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 93terdecies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-93terdecies) 1 voorkomen
