---
title: "Parlementaire vraag 119 · Verjaringstermijn van zeven jaar van de vordering tot voldoening van de btw"
description: "Verjaringstermijn van zeven jaar van de vordering tot voldoening van de btw. Parlementaire vraag nr. 119 van 20 januari 2015 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/119-verjaringstermijn-zeven-jaar-vordering-voldoening-0e37"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/119-delai-prescription-sept-ans-action-0344"
---

# Verjaringstermijn van zeven jaar van de vordering tot voldoening van de btw

**Nummer**

119

**Datum**

20 januari 2015

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2014-2015, QRVA 54/016 d.d. 16.03.2015, blz. 204**

*Verjaringstermijn van zeven jaar van de vordering tot voldoening van de btw*

## **VRAAG**

De verjaringstermijn van de vordering tot voldoening van de btw wordt van drie jaar op zeven jaar gebracht (Wetboek van de Btw, hoofdstuk XIII, artikel 81bis, § 1, tweede lid) wanneer uit het buitenland afkomstige inlichtingen, een rechtsvordering of bewijskrachtige gegevens 'aantonen' dat belastbare handelingen niet werden aangegeven, dat handelingen ten onrechte werden vrijgesteld of dat er onrechtmatige belastingaftrekken werden toegepast. Bovendien moet de administratie 'kennis gekregen hebben' van de 'bewijskrachtige gegevens'.

De verjaringstermijn van zeven jaar geldt eveneens voor overtredingen van de verplichting de belasting te voldoen, voor onrechtmatige of ongeoorloofde aftrekken en voor onjuiste vermeldingen op de factuur of op documenten, wanneer er sprake is van bedrieglijk opzet of de overtredingen werden begaan met het oogmerk te schaden. In dat geval moet moet de administratie voorafgaandelijk aan de betrokkene schriftelijk en nauwkeurig kennisgeven van de vermoedens van belastingontduiking die tegen hem bestaan in de betreffende periode (Wetboek van de Btw, hoofdstuk XIV, artikel 84ter).

De verlenging van de verjaringstermijn van vijf tot zeven jaar in geval van fraude werd ingevoerd ter ondersteuning van de strijd tegen de fiscale fraude (Parl. St., Kamer van volksvertegenwoordigers, G.Z. 2008-2009, ontwerp van programmawet, 52 1607/001).

In zijn arrest [F.11.0069.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/invordering-termijnen-verjaring-onregelmatige-aangifte-cassatie-brussel-2012-04-27-221e) van 27 april 2012 (Fiscoloog, nr. 1299, blz. 1), op andersluidend advies van het openbaar ministerie (de conclusies van de advocaat-generaal zijn terug te vinden op www.juridat.be), is het Hof van Cassatie van oordeel dat de administratie van de 'bewijskrachtige gegevens' kennis moet hebben gekregen binnen de verjaringstermijn van drie jaar of binnen de verlengde verjaringstermijn in geval van fraude, die destijds vijf jaar bedroeg. Het Hof sluit daarentegen niet uit dat die gegevens bijkomend onderzoek vereisen met het oog op de vaststelling van de belastbare handelingen of van de onrechtmatige aftrekken (daar moeten intussen ook de onrechtmatige vrijstellingen worden bijgevoegd) die ten gevolge van die gegevens aan het licht komen.

In geval van fraude kan de administratie de betwiste bedragen dus ook invorderen indien ze buiten de normale verjaringstermijn van drie jaar kennis heeft gekregen van de 'bewijskrachtige gegevens'. (M., Loockx, "Les délais d'investigation et de contrôle et la notification préalable d'indices de fraude en matière d'impôts sur les revenus et en matière de TVA", R.G.F., 2013/4, blz. 42). In zijn arrest F.11.0108.N van 17 oktober 2013 (Fiscoloog, nr. 1363, blz. 12), preciseert het Hof van Cassatie dat de 'bewijskrachtige gegevens' geen overtreding meer kunnen 'aantonen' wanneer die al aan het licht werd gebracht door andere gegevens waarover de belastingadministratie beschikte, wat hier kennelijk het geval was.

Krachtens de vaste rechtspraak kan de administratie, wanneer ze op grond van een rechtsvordering een verjaringstermijn van zeven jaar eist, die termijn eveneens vragen op grond van [artikel 81bis, § 1, lid 2, 4°, van het Wetboek van de Btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) (overtreding werd begaan met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden). Meer algemeen kan de administratie de verjaringstermijn van zeven jaar vragen door zich gelijktijdig te beroepen op verscheidene bepalingen van artikel 81bis, § 1, tweede lid.

**1.** De Btw-commentaar werd stopgezet. De enige resterende commentaar inzake btw is dus de Btw-handleiding, die echter slechts sporadisch wordt bijgewerkt. De jongste update dateert van weldra drie jaar geleden (1 februari 2012 - enkel op Fisconetplus).

Wanneer zal hoofdstuk XVII van de Btw-handleiding, die de verjaringstermijnen nader toelicht, worden bijgewerkt, zodat de belastingambtenaren, de belastingplichtigen en hun raadslieden, de btw-consultants en de fiscale rechters kennis kunnen nemen van het huidige standpunt van de administratie over de omstreden toepassing van de verlengde verjaringstermijn van zeven jaar inzake de btw?

**2.** a) Werden er door het Hof van Cassatie nog andere arresten geveld met betrekking tot de verjaringstermijn van zeven jaar of de vroegere verjaringstermijn van vijf jaar in geval van fraude, die niet op de website van het Hof werden gepubliceerd? Zijn ze terug te vinden op de website Fisconetplus of zullen ze alsnog op die website worden gepubliceerd?

b) Zijn er in dat verband uitspraken in beroep waartegen cassatieberoep werd aangetekend en waarvan de procedure nog hangende is?

**3.** De verplichte voorafgaande kennisgeving van de vermoedens van belastingontduiking is omstreden in de rechtspraak en de rechtsleer. (M., Loockx, op. cit., blz. 35-37).

a) De administratie neemt het standpunt in dat de kennisgeving niet het onderzoek, maar enkel de rechtzetting moet voorafgaan, en kan plaatsvinden na afloop van de gewone verjaringstermijn van drie jaar (zie administratieve rondzendbrief nr. 35/2009 van 1 juli 2009; zie Franstalige kamer Brussel, 30 september 2010; FJF, nr 2011/235 in die zin). Heeft het Hof van Cassatie zich al over dat standpunt gebogen?

b) Volstaat het dat er voor de 'rechtzetting' wordt kennisgegeven van de vermoedens van belastingontduiking? En is die 'rechtzetting' dan de kennisgeving van de regularisatie (regularisatieopgave; regularisatiebeslissing) of de kennisgeving (of de betekening) van het dwangbevel?

**4.** Door de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting van fiscale geschillen werd de verjaringstermijn van de vordering tot voldoening van de belasting van vijf naar drie jaar teruggebracht. Is het, met het oog op de toepasbaarheid van de specifieke verjaringstermijnen van zeven jaar op het vlak van de btw, niet aangewezen [artikel 81bis, § 1 van het Wetboek van de Btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) te wijzigen, rekening houdend met het kennelijke opzet van de wetten tot hervorming van de fiscale procedures van maart 1999: de bewijskrachtige gegevens, de informatie, de rechtsvordering en de vermoedens van belastingontduiking mogen zich situeren na afloop van de termijn van drie jaar? Dat is overigens ook het standpunt van het openbaar ministerie bij het Hof van Cassatie in zijn conclusies voorafgaand aan het arrest [F.11.0069.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/invordering-termijnen-verjaring-onregelmatige-aangifte-cassatie-brussel-2012-04-27-221e) van het [Hof van Cassatie van 27 april 2012](https://juriel.be/nl/rechtspraak/invordering-termijnen-verjaring-onregelmatige-aangifte-cassatie-brussel-2012-04-27-221e).

**5.** De voorbereidende werkzaamheden van de wetten tot hervorming van de fiscale procedures van maart 1999 of een vergelijking met de bijzondere aanslagtermijnen inzake inkomstenbelastingen zijn van geen nut om de zeer talrijke controversen in de rechtspraak in verband met de verjaringstermijn van zeven jaar inzake btw te trancheren. Indien men, op het vlak van de btw, de rechtszekerheid , de toepasbaarheid van de termijn van zeven jaar en de strijd tegen fiscale fraude wil veiligstellen, verdient het dan geen aanbeveling [artikel 81bis, § 1 van het Wetboek van de Btw](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) te herschrijven, en bovendien onder de verschillende bepalingen dezelfde begrippen te gebruiken om dezelfde categorieën van overtredingen te omschrijven? Zou die gelegenheid niet moeten worden aangegrepen om de verwachte verduidelijkingen aan te brengen met betrekking tot de voorwaarden voor de toepassing van de bepalingen inzake verjaringen die terug te vinden zijn in hoofdstuk XIII van het Wetboek van de Btw (artikelen 81 tot 83), met inbegrip van de voorwaarde met betrekking tot de kennisgeving van de aanwijzingen van belastingontduiking die vreemd genoeg in een ander hoofdstuk terug te vinden is, en om de gebruikte begrippen te omschrijven ("waarvan de administratie kennis heeft gekregen", "aantonen", "rechtzetting", "voldoening van de belasting", enz., zoals door de commentatoren wordt gevraagd?

## **ANTWOORD**

(van de minister)

**1.** De btw-handleiding vormt inderdaad de administratieve commentaar bij uitstek inzake btw. Die handleiding werd periodiek geheel bijgewerkt, op globale wijze voor het geheel van de materie die zij verklaart en niet hoofdstuk per hoofdstuk. De Algemene administratie van de fiscaliteit denkt momenteel na over een andere aanpak qua administratieve commentaar, net zoals het regeerakkoord het voorziet.

Overigens is het, in de door het geachte lid bedoelde situatie aangaande de toepassing van de verjaringstermijnen volgens het arrest van het [Hof van Cassatie van 27 april 2012](https://juriel.be/nl/rechtspraak/invordering-termijnen-verjaring-onregelmatige-aangifte-cassatie-brussel-2012-04-27-221e) dat alleen het [artikel 81bis, § 1, tweede lid, 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis), van het Wetboek betrof (bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen), de bedoeling om over te gaan tot zo'n wijziging van [artikel 81bis, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) zodat aan dat artikel terug de interpretatie wordt verleend volgens dewelke de bewijskrachtige gegevens, maar ook de van het buitenland overgemaakte informatie, de rechtsvordering of de kennisgeving van de vermoedens van belastingontduiking zich niet moeten situeren binnen de termijn van drie jaar opdat de vordering tot voldoening slechts na het verstrijken van het zevende kalenderjaar zou zijn verjaard. Geen enkele wijziging van haar in hoofdstuk XVII van de btw-handleiding uiteengezette standpunt wordt dan ook overwogen door de administratie.

**2.** a) Ondanks het feit dat het stricto sensu niet een geval betreft dat past onder de gevallen van uw vraag, lijkt het nuttig om op te merken dat in een arrest van 20 juni 2014, [F. 12.0134.F](https://juriel.be/nl/rechtspraak/verjaring-vordering-voldoening-termijn-jaar-cassatie-brussel-2014-06-20-a158), niet gepubliceerd op de website van het Hof van Cassatie maar opgenomen op Fisconetplus, het Hof van Cassatie bevestigt dat de administratie die zich beroept op de verjaringstermijn van zeven jaar, betreffende belastbare handelingen of illegale belastingaftrekken welke de rechtsvordering doet blijken, kan overgaan tot bijkomende onderzoeken buiten de gewone verjaringstermijn van drie jaar om.

Bovendien geeft dit arrest aan dat de Belgische staat in casu geen enkele voorafgaande kennisgeving moet doen verrichten. Opgemerkt weze dat in deze het proces-verbaal dat ten gronde ligt aan het betwiste dwangbevel, geen melding maakte van [artikel 81bis, § 1, derde lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) in haar van toepassing zijnde versie ten tijde van de feiten (rechtsvordering), en geen gewag maakt van een rechtsvordering die blijk geeft van het onterechte karakter van de betwiste belastingaftrekken.

b) Er wordt verwezen naar het hierna, onder punt 3 a), gegeven antwoord.

**3.** a) Cassatieberoep werd reeds ingesteld tegen een door het Hof van Beroep van Antwerpen op 26 november 2013 gevelde arrest (2012/AR/2342) (FiscalNet) en tegen een door het Hof van Beroep van Gent op 3 december 2013 gevelde arrest (2012/AR/2177) (FiscalNet), die gunstig zijn voor de stelling van de Belgische staat naar luid waarvan de kennisgeving inzake btw van de vermoedens van belastingontduiking niet moeten voorafgaan aan het onderzoek, maar alleen aan de rechtzetting, en mag plaatsvinden buiten de gewone verjaringstermijn van drie jaar om.

b) De voorafgaande kennisgeving voorzien in [artikel 84ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) is een noodzakelijke voorwaarde enkel om alsnog na de gewone verjaringstermijn van drie jaar de nodige rechtzettingen te kunnen doorvoeren, maar dit geldt op geen enkele manier als voorwaarde voor het rechtmatig uitoefenen van een fiscale controle. In die zin volstaat het bijgevolg dat de voorafgaande kennisgeving met het oog op de toepassing van de verjaringstermijn van zeven jaar, voorzien in [artikel 81bis, § 1, tweede lid, 4°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) van hetzelfde Wetboek, gebeurt vóór de verzending van de rechtzetting in wat voor vorm ook.

**4** en **5.** Zoals ik in mijn algemene beleidsnota van 14 november 2014 (Doc 54 0588/009) heb verklaard, zal worden gestreefd naar een vereenvoudiging en harmonisering van de diverse belastingprocedures.

Het gaat dan zowel om de vestiging als de inning en invordering van de belastingen. Deze procedures moeten de administratieve last voor de belastingbetalers drastisch verlichten, leiden tot een nog efficiëntere werking bij de administratie en de juridische zekerheid van de belastingplichtige waarborgen. De vraag tot wijziging van [artikel 81bis, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis), zal in dat kader worden overwogen.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 81bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) 8 voorkomens

[WBTW art. 84ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-84ter) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Fiches van de administratieve commentaar 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/119-verjaringstermijn-zeven-jaar-vordering-voldoening-0e37/documenten?type=commentaar)

« … controle. Uit de wettekst van artikel 84ter van het Btw-Wetboek blijkt trouwens nergens dat de voorafgaande kennisgeving een voorwaarde zou zijn voor het uitoefenen van een fiscale controle (circulaire AFZ nr. 7/2009 - AOIF nr. 35/2009 van 01.07.2009 en schriftelijke parlementaire vraag nr. 119 van de heer Volksvertegenwoordiger Georges Gilkinet van 20.01.2015 ). Deze zienswijze is in het verleden betwist in de rechtspraak (zie bijvoorbeeld antwoord op de schriftelijke parlementaire vraag nr. 466 van de heer Volksvertegenwoordiger Josy Arens van 13.07.2011). Het Hof van Cassatie heeft deze kwestie definitief … »

[Verjaringen (01.01.2024)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/verjaringen-1ea4) Administratieve commentaar 23.05.2024

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/119-verjaringstermijn-zeven-jaar-vordering-voldoening-0e37/documenten)
