---
title: "Parlementaire vraag 1177 · Werk in onroerende staat. Toepassing artikel 19, § 2, 2°, W.BTW. Oprichting"
description: "Werk in onroerende staat. Toepassing artikel 19, § 2, 2°, W.BTW. Parlementaire vraag nr. 1177 van 2 augustus 1994 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1177-werk-in-onroerende-staat-toepassing-c7e7"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1177-tva-administrateurs-societe-travaux-prives-626f"
---

# Werk in onroerende staat. Toepassing artikel 19, § 2, 2°, W.BTW. Oprichting · Werk in onroerende staat. Toepassing artikel 19, § 2, 2°, W.BTW. Oprichting privé-woning voor bestuurder vennootschap. Maatstaf van heffing. Onbezoldigde hulp van familieleden.

**Nummer**

1177

**Datum**

2 augustus 1994

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

13 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 1994-1995, nr. 125, blz. 13.110-13.111**

*Werk in onroerende staat - Toepassing artikel 19, § 2, 2°, W.BTW - Oprichting privé-woning voor bestuurder vennootschap - Maatstaf van heffing - Onbezoldigde hulp van familieleden.*

## **VRAAG**

1\. Dient een bestuurder van een vennootschap (aannemingsbedrijf algemene bouwwerken) die in het weekend aan een gebouw privé-werken uitvoert (zijn eigen enige privé-woning oprichten) deze uitgevoerde werken te laten factureren door de vennootschap ?

2\. Is dit eveneens het geval met prestaties die door familieleden van de bestuurder gratis in het weekend worden uitgevoerd ?

3\. Indien deze vraag bevestigend zou worden beantwoord is dit niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel volgens welk alle Belgen gelijk zijn voor de wet ?

## **ANTWOORD**

1\. Ingevolge [artikel 19, § 2, 2°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) dat steunt op artikel 6, 2, b, van de Zesde Richtlijn van 17 mei 1977, wordt met een dienst verricht onder bezwarende titel gelijkgesteld de uitvoering door een belastingplichtige van een werk in onroerende staat voor zijn privé- doeleinden of deze van zijn personeel en, meer algemeen, om niet of voor ander doeleinden dan deze van zijn economische activiteit.

Aangezien in het door het geacht lid beoogde geval de vennootschap waarbij de bouwheer als bestuurder optreedt, een aannemingsbedrijf van bouwwerken is waarvan normaal zowel het nodige bouwmateriaal als het materieel zullen gebruikt worden bij de oprichting van de privé-woning van die bestuurder, wordt ervan uitgegaan dat de betreffende woning in feite door de vennootschap die slechts kan optreden door middel van fysieke personen die haar vertegenwoordigen i.c. de bestuurder, wordt opgericht. Het door de vennootschap verrichte werk is dan ook belastbaar op grond van bovengenoemd artikel 19, § 2, 2°.

De verschuldigde BTW dient overeenkomstig [artikel 33, 2°, van het BTW-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33) te worden berekend over de door de belastingplichtige vennootschap gedane uitgaven, d.w.z. de uitgaven die direct betrekking hebben op het verrichte werk.

Derhalve is voor bedoelde handelingen geen BTW verschuldigd op het werk gepresteerd door de bestuurder in de veronderstelling dat deze laatste normaal door de vennootschap voor dat werk niet wordt vergoed, doch alleen op de uitgaven die specifiek voor dat werk voor dat werk werden gedaan (aankoop van materialen, enz.). Het werk dat in voorkomend geval gepresteerd wordt door de personeelsleden van de betrokken vennootschap maakt in hoofde van laatstgenoemde evenwel steeds een gedane uitgave uit die tot de maatstaf van heffing van de belasting behoort.

2\. Onbezoldigde hulp van familieleden en vrienden is daarentegen niet aan de BTW onderworpen, behoudens indien de persoon die de kosteloze hulp verleent een BTW-belastingplichtige is die werk in onroerende staat verricht en het werk behoort tot de werkzaamheid waarvoor hij belastingplichtige is (BTW-Wetboek, artikel 2, eerste lid, en artikel 19, § 2, 2°). Ook in dit laatste geval is de maatstaf van heffing voor de berekening van de verschuldigde BTW evenwel gelijk aan de gemaakte uitgaven (BTW-Wetboek, artikel 33, 2°) zodat het gratis gepresteerde werk bijgevolg evenmin met BTW wordt belast.

3\. Gelet op hetgeen voorafgaat meen ik te mogen stellen dat er geen overtreding is van het gelijkheidsbeginsel. Er mag immers niet uit het oog worden verloren dat een BTW-belastingplichtige, in tegenstelling tot een particulier, de BTW geheven van de aangekochte materialen die hij gebruikt voor het verrichten van werkzaamheden die op grond van bovengenoemd artikel 19, §2, 2°, in zijnen hoofde belastbaar zijn, in principe in aftrek heeft gebracht. Het is dan ook normaal dat het gebruik van die materialen voor privé- of andere dan beroepsdoeleinden wordt belast.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 1 voorkomen

[WBTW art. 33](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Fiches van de administratieve commentaar 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1177-werk-in-onroerende-staat-toepassing-c7e7/documenten?type=commentaar)

« … voorkomend geval door de personeelsleden van de betrokken vennootschap gepresteerd wordt, maakt in hoofde van deze vennootschap evenwel steeds een gedane uitgave uit die tot de maatstaf van heffing van de belasting behoort (schriftelijke parlementaire vragen nr. 1.177 van de heer Volksvertegenwoordiger John Taylor van 02.08.1994 , nr. 1.240 van de heer Volksvertegenwoordiger André Denys van 11.10.1994 en nr. 1.260 van de heer Volksvertegenwoordiger André Denys van 24.10.1994). c. Werken uitgevoerd door een belastingplichtige, natuurlijke persoon, zowel voor zijn privédoeleinden als … »

[Diensten (01.09.2022)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/diensten-c6e6) Administratieve commentaar 19.09.2022

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1177-werk-in-onroerende-staat-toepassing-c7e7/documenten)
