Facturering. Voorwaarden · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1167 22 februari 2006

Zoeken

Facturering. Voorwaarden

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1167-facturering-voorwaarden-der-maelen-voorwaarde-3999

Nummer
1167
Datum
22 februari 2006

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 118, blz. 22921-22923

Facturering - Voorwaarden

VRAAG

Door middel van richtlijn 2001/115/EG van 20 december 2001 heeft de Europese wetgever getracht de voorwaarden die op het gebied van BTW aan de facturering werden opgelegd te vereenvoudigen, moderniseren en harmoniseren. De richtlijn behandelt onder meer de inhoud van de factuur, de zelffacturering en de onderaanneming. Zij werd omgezet naar Belgisch recht door de wet van 28 januari 2004 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, waarvan de uitvoeringsbesluiten werden goedgekeurd op 16 en 20 februari 2004.

Het nieuwe artikel 53, § 2 Wetboek BTW somt de gevallen op waarin een belastingplichtige een factuur moet uitreiken. Het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, artikel 5, gewijzigd op 16 februari 2004, regelt de uitvoeringsbesluiten terzake. Artikel 5, § 1, 6°, beschrijft de verplichting de gegevens te vermelden die nodig zijn om de handeling te determineren en het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten.

Uit welingelichte bron hebben wij vernomen dat in de praktijk vaak niet-gespecifieerde facturen voorkomen. De benamingen «relatiegeschenken», «verrichte prestaties» of «verleende diensten» over een bepaalde periode, «managementfee», «beroepskledij», «brandstof », «bureelmateriaal» en dergelijke meer maken het de controleur der Directe Belastingen of BTW onmogelijk de ware toedracht van de levering of dienst te determineren en werkt aldus de nodige argwaan en onregelmatigheden in de hand. Een ander fenomeen is dat een aantal winkelketens stelselmatig de klant de keuze laten een factuur al dan niet te laten specifiëren. Vaak komen facturen in de boekhouding terecht die enkel codes bevatten van een product. Bij nader onderzoek blijkt ook hier dat het vaak goederen betreft die duidelijk bestemd zijn voor privé-gebruik en aldus geen recht op aftrek inzake BTW verantwoorden (onder meer hifi en TV-materiaal).

1. In welke mate wordt dit door de belastingadministratie opgevolgd ?

2. Krachtens artikel 70, § 2 Wetboek BTW, en het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987, tabel C punt II moeten dergelijke praktijken worden bestraft met een geldboete gelijk aan 100% van de op de handelingen verschuldigde belasting. In welke mate worden dergelijke boetes toegepast ?

3. Is het mogelijk hier meer duidelijkheid te verschaffen aan zowel de ambtenaar als de belastingplichtige via een preventief rondschrijven of informatiseringcampagne ?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 18.04.2006)

Om als een regelmatige factuur te worden aangemerkt moeten inderdaad overeenkomstig artikel 5, § 1, 6°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, op de factuur de gegevens worden vermeld die nodig zijn om de handeling te determineren en om het tarief van de verschuldigde belasting vast te stellen, inzonderheid de gebruikelijke benaming van de geleverde goederen en van de verstrekte diensten en hun hoeveelheid alsook het voorwerp van de diensten.

Deze gegevens mogen worden vervangen door een code voor zover beide partijen een lijst met de volledige omschrijving van de gebruikte codes bezitten en deze op ieder verzoek van de controlerende ambtenaar ter inzage kunnen voorleggen.

De door het geachte lid geciteerde boete van artikel 70, § 2, van het BTW-Wetboek en tabel C, rubriek II, van het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 kan worden gevorderd indien er effectief sprake is van onjuiste vermeldingen én voor zover de overtredingen niet louter als toevallig kunnen worden aangemerkt, inzonderheid op grond van het aantal en het belang van de handelingen waarvoor geen regelmatig stuk is uitgereikt, vergeleken met het aantal en het belang van de handelingen waarvoor wel een regelmatig stuk is uitgereikt. Indien de onjuiste factuurvermeldingen als toevallige overtredingen moeten worden aangemerkt, geldt de vaste boete van 50 euro per uitgereikt document overeenkomstig het barema vermeld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993, Eerste afdeling, rubriek II.

De administratie verifieert deze problematiek in de mate van het mogelijke en in functie van de aan de ambtenaren toegemeten tijd voor het nazicht op de juiste toepassing van de BTW-reglementering. Over de voor deze vastgestelde overtredingen gevorderde sancties zijn geen aparte statistieken beschikbaar.

Genoemde problematiek zal bijzondere aandacht krijgen in de circulaires die de Belgische regelgeving inzake facturering zullen toelichten en die binnen afzienbare tijd zullen gepubliceerd worden.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 702 voorkomens
KB nr. 1 art. 51 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen