---
title: "Parlementaire vraag 1163 · Taksvrije verkoop"
description: "Taksvrije verkoop. Parlementaire vraag nr. 1163 van 26 juni 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1163-taksvrije-verkoop-anciaux-cc36"
lang: "nl"
---

# Taksvrije verkoop

**Nummer**

1163

**Datum**

26 juni 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

21 paragrafen

*Taksvrije verkoop*

## **VRAAG**

Op 17 maart 1998 besprak de Europese Raad van Vervoersministers een verklaring van de Ierse delegatie betreffende de voorgestelde afschaffing van de belastingvrije verkoop per 1 juli 1999. De Ieren zijn bezorgd over de sociaal-economische en regionale gevolgen van dit besluit en dringen aan op een door de Europese Commissie uit te voeren onafhankelijke studie naar de gevolgen van de afschaffing voor de werkgelegenheid, de kosten van het toegangsvervoer, enz. Het Europees Parlement nam een gelijkaardige resolutie aan op 2 april 1998. De Raad van Vervoersministers, waar België vertegenwoordigd was door de heer Daerden, stelde vast dat dit voorstel krachtig werd gesteund door een meerderheid van de delegaties en besloot verslag uit te brengen aan de Ecofin-Raad met het oog op maatregelen die door de ministers van Financiën zouden kunnen worden genomen.

De Ecofin-Raad van 19 mei 1998, waar België vertegenwoordigd was door de heer Maystadt, besloot het besluit tot afschaffing van de taksvrije verkopen te handhaven en veegde het verzoek van de Raad van de ministers van Vervoer dus letterlijk van tafel.

1\. Hebt u kennis genomen van de démarche van de Ierse regering die de taksvrije verkopen binnen de Europese Unie wil handhaven in verband met werkgelegenheid in deze sector?

2\. Is het u bekend dat de Ierse delegatie hierover overleg wil voeren met andere landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk en Duitsland?

3\. Mag ik van u vernemen welke het standpunt is van de Belgische regering in deze zaak? Kan u heel precies toelichten welke houding België op beide voornoemde Ministerraden innam?

4\. Bent u zich bewust van de enorme belangen terzake, mede ook voor de luchthaven van Zaventem, de luchtvaartmaatschappijen, de veerdienst over het Kanaal en de toeleveringsdiensten ? Heeft de Belgische regering enig zicht op het impact dat deze Europese maatregel op voornoemde Belgische bedrijven en bedrijfstakken zal hebben?

5\. Steunt u de Ecofin-Ministerraad en de Europese Commissie in haar weigering een onafhankelijk onderzoek te laten instellen over de sociale, economische en regionale maatregelen van deze beleidsmaatregel voor de betrokken sectoren (vervoer, toerisme, handel en industrie)? Bent u er van op de hoogte dat ook het Europees Parlement op 2 april 1998 een tekst goedkeurde die expliciet vraagt om de uitvoering van een dergelijke studie? Kan u instemmen met de houding van het Europees Parlement?

## **ANTWOORD**

Ik kan het geachte lid mededelen dat mijn voorganger kennis had van alle elementen die in zijn vraag worden aangehaald.

Ik kan evenwel niet antwoorden voor mijn collega van Verkeer en Infrastructuur.

Op de betrokken Ecofin-Raad van 19 mei 1998 heeft Ierland aan de Commissie nogmaals gevraagd om een globale studie te laten uitvoeren over de gevolgen van de afschaffing van de belastingvrije verkooppunten in het intracommunautaire reizigersverkeer. Ierland benadrukte dat een nationale studie had uitgewezen dat er duidelijk arbeidsplaatsen zouden verloren gaan, zowel in de maritieme sector als in de luchthavens.

De Commissie heeft gereageerd op het verzoek door er op te wijzen dat de tax-free shops een vorm zijn van fiscale paradijzen, die belangrijke subsidies ontvangen en die in concurrentie zijn met de normale handel. Bovendien bestaat er concurrentieverstoring tussen de verschillende wijzen van vervoer.

De Commissie heeft geweigerd een dergelijke studie te laten uitvoeren omdat zij van mening is dat dit alleen maar valse hoop kan wekken. Zij is van oordeel dat niets de lidstaten belet om zelf een studie over de negatieve gevolgen voor bepaalde sectoren of voor bepaalde gebieden uit te voeren en zelfs om de te nemen maatregelen te overwegen, waarbij niet wordt uitgesloten dat in bepaalde gevallen beroep kan worden gedaan op de structuurfondsen.

Zeven lidstaten hebben de thesis van de Commissie gesteund. Vier lidstaten daarentegen steunden de vraag van Ierland.

Frankrijk, die wel de argumenten van de Commissie beaamde, vroeg zich af welke maatregelen de lidstaten zouden kunnen treffen om tegemoet te komen aan de plaatselijke gevolgen en welk standpunt de Commissie zou innemen op het vlak van de staatshulp.

Mijn voorganger heeft voor België hetzelfde standpunt ingenomen als Frankrijk en gepleit voor een Europese benadering om de problemen, die eventueel kunnen ontstaan, op een gemeenschappelijke wijze aan te pakken in alle lidstaten. Hij heeft ook nog benadrukt dat het onaanvaardbaar zou zijn wanneer bepaalde lidstaten beroep zouden kunnen doen op de structuurfondsen, terwijl andere - die geen recht hebben op die fondsen - de problemen zouden moeten oplossen met staatshulp.

Na een lang debat heeft het voorzitterschap van de Raad vastgesteld dat er geen eenparigheid was voor het heropenen van de discussie over de afschaffing van de belastingvrije intracommunautaire verkooppunten, maar dat de Commissie zal uitzoeken op welke wijze de lidstaten kunnen gebruikmaken van de bestaande instrumenten om een oplossing te vinden voor de negatieve gevolgen van de afschaffing van de belastingvrije intracommunautaire verkooppunten.

Tenslotte wordt er nog op gewezen dat het instandhouden van de belastingvrije verkooppunten binnen de gemeenschappelijke markt (na 1 januari 1993) reeds een uitzonderingsprocedure was, die door de Raad van de Europese Unie werd toegestaan om de betrokken bedrijven de mogelijkheid te bieden de nodige maatregelen te treffen om zowel de sociale consequenties in de betrokken sectoren als de regionale problemen - met name in de grensgebieden - die konden ontstaan bij de afschaffing van de intracommunautaire belastingvrije verkooppunten op te vangen. Ter zake wordt verwezen naar de overwegingen in de richtlijnen van 16 december 1991, nr. 91/680/EEG, en 25 februari 1992, nr. 92/12/EEG, respectievelijk gepubliceerd in de Publicatiebladen van de Europese Gemeenschap van 31 december 1991 en 23 maart 1992, nrs. L 376 en L 76.

Volledigheidshalve, wil ik erop wijzen dat minister Maystadt al die tijd in intens contact is gebleven met de leiding van BATC die hem regelmatig op de hoogte hield van de evoluties van de standpunten in de verschillende lidstaten, en hem ook systematisch de resultaten van onderzoek naar de economische gevolgen, en meer bepaald de impact op de tewerkstelling overmaakte.
