---
title: "Parlementaire vraag 1161 · Concurrentievervalsing in de autosector door toepassing van verschillen in de wetgeving"
description: "Concurrentievervalsing in de autosector door toepassing van verschillen. Parlementaire vraag nr. 1161 van 10 december 2002 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1161-concurrentievervalsing-in-autosector-toepassing-verschillen-5919"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1161-distorsion-concurrence-secteur-automobile-exploitation-6891"
---

# Concurrentievervalsing in de autosector door toepassing van verschillen in de wetgeving

**Nummer**

1161

**Datum**

10 december 2002

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

24 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1161 van de heer Roel Deseyn d.d. 10.12.2002

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2002-2003, QRVA 50/160 d.d. 18.03.2003, blz. 20604**

*Concurrentievervalsing in de autosector door toepassing van verschillen in de wetgeving van verschillende EU-lidstaten*

## **VRAAG**

In België zijn er verschillende constructeurs die aan hun klanten zeggen dat ze een aanzienlijk belastingvoordeel \[belasting op inverkeerstelling (BIV), wegentaks en BTW (voor belastingplichtigen)\] kunnen realiseren als ze hun auto (meest al 4X4's) die ze bij hen aankopen laten ombouwen tot dubbele cabine. De verkopers gebruiken dit als een verkoopstrategie. De meeste van die auto's voldoen niet aan de Belgische eisen om als dubbele cabine aanzien te worden. Volgens de aanschrijvingen van de administratie en [artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) moet het voertuig:

\- ten hoogste één rij zetels of één zitbank vooraan hebben;

\- een niet-wegneembare vlakke laadvloer voor goederen hebben, dat één geheel vormt met het voertuig, dat minstens zo lang als de helft van de wielbasis is;

\- niet terug als personenwagen kunnen gebruikt worden, dit wil zeggen in de laadruimte mogen geen zetels, zitbanken of veiligheidsgordels geplaatst kunnen worden. Het goederengedeelte moet volledig van de voorste zitplaatsen gescheiden zijn door een scherm bestaande uit een onbuigbare en niet-wegneembare band, die ten minste 20 cm hoog moet zijn, (zie ook: ced.samson XIV.45, blz. 226-243 van 14 februari 1997 en ced.samson XIV.45, blz. 79-83 van 23 augustus 1989).

In Luxemburg is er echter een ander criterium, dat rekening houdt met het gewicht en de lengte van het voertuig. Aan dit criterium voldoen veel meer wagens. Daarom brengen Belgische verkopers de auto's (voornamelijk 4X4's) die in België getransformeerd zijn over naar Luxemburg (verkoop) en brengen die auto's daar in het verkeer voor één dag als lichte vrachtwagen. Daarna komen deze wagens terug naar België (creditnota, dit is daarenboven een foutief gebruik van de creditnota) en moet het DIV, op basis van Europese richtlijnen, ook als lichte vrachtwagen aanvaarden.

De BTW-administratie verwerpt de volledig aftrek van de BTW, op basis van de aanschrijvingen, dit geldt niet voor de particulieren want die kunnen de BTW niet aftrekken. Er is rechtspraak ten voordele en ten nadele van de administratie. Wat betreft de directe belastingen is er nog niet veel geweten en hier schuilt juist het grootste voordeel voor de klanten (belastingplichtigen en niet-belastingplichtigen) want voor de voertuigen waarover sprake is moet een hoog bedrag BIV worden betaald en er is ook een groot voordeel met de jaarlijkse wegentaks.

Voor het DIV is deze problematiek geen prioriteit. Voor de invoerders van andere automerken die niet aan belastingontduiking wensen te doen wel.

**1**. Wat is het standpunt van de minister in deze problematiek?

**2**. Welke acties denkt u te kunnen ondernemen om een einde te maken aan deze praktijken?

## **ANTWOORD**

Het geachte lid zal hierna het antwoord vinden op zijn vragen.

Inzake BTW:

Zoals het geachte lid opmerkt, dient men zich voor de toepassing van de aftrekbeperking van [artikel 45, § 2, eerste lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), te houden aan de classificatiecriteria die uiteengezet worden in de aanschrijving nr. 10 van 11 september 1987, zoals gewijzigd door de aanschrijving nr. 25 van 11 december 1990. De kwalificatie van het voertuig door de DIV (Directie voor de inschrijving van de voertuigen) is voor de toepassing van bedoeld artikel 45, § 2, niet van belang.

Ten slotte wil ik er op wijzen dat de voorwaarden die het geachte lid opsomt, de algemene criteria zijn om te bepalen of een voertuig wordt aangemerkt als zijnde essentieel bestemd voor het vervoer van goederen en bijgevolg niet bedoeld in de aftrekbeperking van voornoemd artikel 45, § 2. Ten aanzien van de voertuigen met een dubbele cabine moeten evenwel bijkomende voorwaarden worden vervuld die eveneens in voormelde aanschrijvingen zijn opgenomen, opdat [artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) niet van toepassing zou zijn.

Inzake directe belastingen:

Overeenkomstig [artikel 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen (WGB) is de verkeersbelasting voor de lichte vrachtauto's verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die vermeld is of het moet zijn op het inschrijvingsbewijs zolang het voertuig op naam van deze persoon is of moet zijn ingeschreven in het repertorium van de DIV.

Bij gebrek aan een fiscale definitie van de diverse autovoertuigen baseert de Federale Overheidsdienst van financiën zich voor de toepassing van de verkeersbelasting op de aard van de inschrijving zoals die door de DIV wordt medegedeeld.

Het Centrum voor informatieverwerking van de administratie der Directe Belastingen BCIV/VB wordt trouwens door de DIV ingelicht omtrent de inschrijving van een voertuig, waarop deze dienst op basis van de door de DIV verstrekte gegevens aan de belastingschuldige een uitnodiging zendt om de verschuldigde belasting(en) voor dit voertuig te betalen.

Het feit dat een voertuig, volgens de bestaande voorschriften inzake de inschrijving van de voertuigen, terecht als lichte vrachtauto wordt ingeschreven en niet als personenauto of auto voor dubbel gebruik heeft aanzienlijke fiscale implicaties. Vooreerst worden de lichte vrachtauto's aan een beduidend lager tarief belast dan de voormelde voertuigen welk tarief bovendien niet is onderworpen aan de jaarlijkse indexatie. Tenslotte zijn lichte vrachtauto's in tegenstelling tot bijvoorbeeld een auto voor dubbel gebruik niet onderworpen aan de belasting op de inverkeerstelling, noch de aanvullende belasting (uitsluitend van toepassing op LPG-voertuigen) of de accijnscompenserende belasting (uitsluitend van toepassing op dieselvoertuigen).

De hele problematiek, zowel inzake BTW als verkeersbelasting, zal voor onderzoek worden toevertrouwd aan het Anti-Fraude Comité (AFC) welke binnen de Federale Overheidsdienst van financiën het aangewezen orgaan is om dergelijke zaken te behandelen.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 1 voorkomen
