Betwistingen inzake BTW tussen klanten en leveranciers · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1150 15 februari 2006

Zoeken

Betwistingen inzake BTW tussen klanten en leveranciers

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1150-betwistingen-btw-tussen-klanten-leveranciers-1461

Nummer
1150
Datum
15 februari 2006

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

24 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 115, blz. 22241-22244

Betwistingen inzake BTW tussen klanten en leveranciers

VRAAG

Het valt af en toe voor dat er tussen klanten leveranciers blijvende betwistingen ontstaan omtrent het al dan niet toepasselijke BTW-tarief en omtrent de regelmatigheid van een BTW-factuur en van een creditnota.

Terzake rijzen dan ook de volgende algemene praktische vragen.

1. Tot al welke territoriaal bevoegde BTW-kantoren (klassieke diensten en controlecentra) en overkoepelende hogere instanties, informatieambtenaren, directies of centrale diensten kunnen zowel de klanten als de leveranciers (BTW-belastingplichtigen en gewone consumenten) al dan niet gevestigd in eenzelfde ambtsgebied of omschrijving zich schriftelijk of telefonisch wenden om meteen definitief uitsluitsel te krijgen over de toepasbaarheid van een of ander (verlaagd) BTW-tarief, over een eventuele vrijstelling en over de regelmatigheid van een factuur of van een creditnota ?

2.

a) Kunnen die al dan niet particuliere klanten en/of leveranciers zowel aan de klassieke BTW-diensten als aan hun controlecentra vragen om ter plaatse af te stappen bij de klant en/of bij de leverancier om de ware toedracht van de opgeworpen betwisting inzake BTW-tarief of vrijstelling definitief te laten beslechten door de bevoegde administratie of dienst ?

b) Zo neen, waarom niet ?

3.

a) Welke beëdigde hogere BTW-ambtenaren nemen hierover telkens uiteindelijk de administratieve en verantwoordelijke beslissing, inzonderheid wanneer de beide (rechts)personen in een verschillend ambtsgebied en/of in een andere directie hun maatschappelijke zetel, hun woonplaats of hun uitbatingsadres hebben ?

b) Binnen welke redelijke termijn moet hierover een schriftelijke beslissing worden genomen en welke inspectiedienst houdt hierover regelmatig een streng toezicht zodat zulk steeds op een stipte wijze gebeurt ?

4. Kan u punt per punt uw algemene ziens- en handelwijze meedelen zowel in het kader van alle terzake vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen inzake BTW als in het kader van een klantvriendelijk en behoorlijk openbaar bestuur ?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 31.03.2006)

Ingevolge de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en uit gerechtvaardigde verwachtingen van de belastingplichtige is het, onder meer met het oog op de rechtszekerheid en het optimaal functioneren van de economische keten, inderdaad wenselijk dat burgers, al dan niet in het kader van een betwisting, zich kunnen informeren aangaande de fiscale behandeling van een bepaalde handeling of transactie. Het kan daarbij zowel gaan om een zuiver technische aangelegenheid als om een complex fiscaal mechanisme.

In het geval er tussen partijen onderling een betwisting ontstaat omtrent de toepassing van de BTW-regelgeving, dient de administratie steeds te worden beschouwd als derde. Een daadwerkelijke tussenkomst als partij als dusdanig binnen de betwisting is dus uitgesloten. Niets staat in dit geval de partijen anderzijds in de weg om zich tot de administratie te wenden teneinde uitleg te vragen aangaande de toepassing van een rechtsregel, dewelke in zekere mate voorwerp uitmaakt van de betwisting die tussen hen is ontstaan, en op die grond in een oplossing voor het geschil te voorzien.

Meer algemeen zijn er verschillende mogelijkheden om, met betrekking tot welomschreven situaties, geïndividualiseerde informatie te bekomen van de administratie aangaande de toepassing of interpretatie van een bepaalde rechtsregel.

1. Toepassing van de wet van 24 december 2002 ( Belgisch Staatsblad van 31 december 2002) aangaande de «voorafgaande beslissingen in fiscale zaken» («Ruling») : deze wet verleent alle belastingplichtigen, natuurlijke of rechtspersonen, al dan niet in België gevestigd, in een beroeps- of privé-kader, die een aanvraag indienen over om het even welke concrete (toekomstige) handeling of situatie de mogelijkheid om, voorafgaandelijk aan de realisatie ervan, een beslissing te verkrijgen over de fiscale gevolgen van die handeling of situatie die ze beogen. Dit is van toepassing voor zover uiteraard de verdragen en de wettelijke bepalingen die van kracht zijn worden nageleefd. Slechts in die gevallen waarbij een aanvraag om wettelijk omschreven redenen onontvankelijk is kan geen voorafgaande beslissing worden gemaakt. De genomen voorafgaandelijke beslissing bindt de administratie in rechte ter opzichte van de aanvrager van de voorafgaande beslissing.

De wet voorziet in een indicatieve termijn van drie maanden waarbinnen de aanvrager antwoord moet krijgen op zijn vraag. Deze termijn kan in gemeen overleg met de aanvrager worden verlengd of verkort.

Door toepassing van deze wet verhoogt de administratie de rechtszekerheid voor de burger; anderzijds kan om dezelfde reden het aantal bezwaren in fiscale materies gevoelig worden verminderd.

2 en 3. De burger kan zich met het oog op het verkrijgen van informatie aangaande administratieve standpunten eveneens, door middel van alle gekende en gebruikelijke communicatiemiddelen, wenden tot elke dienst die de BTW onder zijn bevoegdheid heeft. Zonder uitzondering kan de burger voor problemen op het vlak van de toepassing van de BTW-wetgeving dus zowel terecht bij het plaatselijke BTW-controlekantoor, de BTW-directie, de Centrale administratie als zelfs het Kabinet van de minister van Financiën. Hierbij dient wel benadrukt te worden dat de burger, in principe, wanneer hij een plaatselijke BTW-controle of -directie aanspreekt, rekening dient te houden met de territoriale bevoegdheid van deze diensten en zich bijgevolg dient te wenden tot het kantoor of de dienst waaronder hij ressorteert.

Gezien de burger met zijn vragen principieel en zonder verplicht voorafgaande procedures te hebben doorlopen zich onmiddellijk tot elk van deze diensten kan wenden, ongeacht hun plaats in de administratieve hiërarchie, is deze praktijk niet noodzakelijkerwijs onderworpen aan een administratief toezicht.

Voorts bestaat er geen wettelijke termijn waarbinnen de Administratie een antwoord dient te verstrekken. Niettemin wordt steeds nagestreefd, geheel in overeenstemming met de principes van behoorlijk bestuur, om de burger binnen een redelijke termijn een antwoord te bieden op de gestelde vragen. De termijn waarbinnen zulks mogelijk is hangt uiteraard af van de aard van de gestelde vraag; sommige vragen kunnen als het ware onmiddellijk worden beantwoord, terwijl andere een diepgaande studie vergen.

Indien het geachte lid een concreet geval beoogt is de Administratie steeds bereid dit nader te onderzoeken; desgevallend dienen de nodige gegevens te worden overgemaakt.