---
title: "Parlementaire vraag 1116 · Buitenlandse BTW-plichtigen. Terugbetaling"
description: "Buitenlandse BTW-plichtigen. Terugbetaling, belastingplichtige. Parlementaire vraag nr. 1116 van 13 november 1997 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1116-buitenlandse-btw-plichtigen-terugbetaling-fournaux-fcf3"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1116-restitution-droit-demande-action-assujetti-61bf"
---

# Buitenlandse BTW-plichtigen. Terugbetaling

**Nummer**

1116

**Datum**

13 november 1997

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

22 paragrafen

**BTW-Revue nr. 138, blz. 822**

**Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 113, blz. 15411-15412**

*Buitenlandse BTW-plichtigen - Terugbetaling*

## **VRAAG**

1\. Over welke termijn beschikken in het buitenland gevestigde BTW-plichtigen om aanvragen tot terugbetaling van de Belgische BTW met toepassing van de procedure van de 8e BTW-richtlijn in te dienen?

2.

a) Is het juist dat uw diensten onlangs nieuwe voorwaarden voor het verkrijgen van de terugbetaling van die BTW hebben opgelegd?

b) Wat zijn die nieuwe voorwaarden?

3\. Welke maatregelen werden genomen om de betrokken buitenlandse bedrijven daarvan op de hoogte te brengen?

4\. Hebben uw diensten rekening gehouden met het negatief effect van dergelijke maatregelen op de handel, inzonderheid in grensgebieden?

## **ANTWOORD**

Op de door het geacht lid gestelde vraag kan als volgt worden geantwoord.

1\. Uit artikel 7.1 van de achtste richtlijn van 6 december 1979 (nr. 79/1072/EEG) blijkt dat de in artikelen 3 en 4 voorziene aanvraag om teruggaaf bij de dienst bevoegd voor het ontvangen van dergelijke aanvragen moet worden voorgelegd uiterlijk zes maanden na het verstrijken van het jaar waarin de belasting opeisbaar is geworden, hetzij uiterlijk op 30 juni van het daaropvolgende jaar.

Overeenkomstig deze bepaling moeten de op grond van de achtste richtlijn ingediende aanvragen om teruggaaf worden voorgelegd op het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen (dienst terugbetalingen) binnen de hiervoor vermelde termijn.

2, 3 en 4. Onder de in de artikelen 3 en 4 van de voornoemde richtlijn beoogde aanvraag om teruggaaf moet worden verstaan de aanvraag om teruggaaf die beantwoordt aan de in deze bepalingen uiteengezette voorwaarden en waarbij bijgevolg alle documenten moeten worden gevoegd die volgens de richtlijn vereist zijn voor het onderzoek van de aanvraag.

Naast deze voorwaarden en deze bepaald in artikel 7 van bedoelde richtlijn (met betrekking tot de periodiciteit van de aanvragen, de indieningstermijn en het minimumbedrag van de teruggaaf) legt de richtlijn de aanvrager geen enkele andere vormvoorwaarde op voor het verkrijgen van de teruggaaf.

Overigens legt de Belgische administratie geen andere voorwaarde op dan deze bepaald in voormelde richtlijn.

Dit is het antwoord op de punten 2, 3 en 4 van de vraag gesteld door het geacht lid.

De aandacht wordt evenwel gevestigd op het feit dat onder de vele aanvragen om teruggaaf die het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen ontvangt, vooral bij het naderen van de in sub 1) beoogde datum waarop de indieningstermijn verstrijkt - en vaak slechts enkele dagen vσσr het verstrijken van die termijn - er zich een groot aantal aanvragen bevinden die, ook al zijn ze effectief vσσr 30 juni als voornoemd ingediend, niet voldoen aan de in het eerste lid van onderhavig punt 2, 3 en 4, beoogde voorwaarden, hetzij omdat ze onvolledig zijn, hetzij omdat ze onregelmatig zijn wat de vorm betreft.

Rekening houdend met wat in de eerste alinea gesteld werd, is het bijgevolg terecht en in overeenstemming met de richtlijn dat voormeld kantoor weigert dergelijke aanvragen in aanmerking te nemen en ze terugstuurt naar de betrokken aanvragers.

Bij deze terugzending wordt in elk geval een toelichting voor de aanvrager gevoegd, alsook een brief waarin laatstgenoemde verzocht wordt een nieuwe aanvraag in te dienen die volledig is en voldoet aan de vormvereisten.

Wanneer tenslotte een dergelijke aanvraag niet meer kan worden ingediend binnen de in de achtste richtlijn voorziene termijn, kan zij nochtans recht geven op teruggaaf van Belgische BTW op grond van de aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988 met betrekking tot teruggaaf van BTW aan een in het buitenland gevestigde belastingplichtige (zie nr. 27 van deze aanschrijving).

## Aangehaalde teksten

1

Achtste richtlijn 79/1072 art. 7 1 voorkomen
