Vr. en Antw., Kamer
V.Z.W.'s - Exploitatie van Sportinrichtingen met uitbating van een drankgelegenheid - Vrijstelling ingevolge artikel 44, § 2, 3°, van het Wetboek - Voorwaarden
VRAAG
In bepaalde streken wordt door de BTW-administratie inzake de door gemeentelijke en andere V.Z.W.'s te voeren administratie een andere richtlijn toegepast als voorheen.
Het betreft vooral V.Z.W.'s waaraan een drankgelegenheid verbonden is. De uitbating van deze drankgelegenheden, die aan de V.Z.W.'s toebehoren, wordt samen gevoerd met de uitbating van de instellingen zelf (cultuur, sport, enz.) en de financiële verrichtingen worden, begrepen in deze van de V.Z.W.'s, op de balans opgevoerd.
Sommige van de ambtenaren menen echter dat de uitbating van deze drankgelegenheden los moet gezien worden van deze van de V.Z.W.'s en dat er derhalve een BTW-administratie moet gevoerd worden. Zij argumenteren dat deze drankgelegenheden slechts als afhankelijk kunnen beschouwd worden wanneer er geen drank zou bedeeld worden aan bijvoorbeeld een toevallige bezoeker.
Het is voor ons echter zeer duidelijk dat de meeste V.Z.W.'s en zeker de gemeentelijke, waarvan de doeleinden meestal cultureel zijn, slechts cliënteel hebben bij de gebruikers van de instellingen.
Mogen wij van de achtbare Minister vernemen:
1) aan welke kenmerken de drankgelegenheid van een V.Z.W. moet beantwoorden om niet te vallen onder de toepassing van de reglementering inzake het voeren van een BTW-administratie;
2) of het voor een BTW-ambtenaar volstaat om een persoon in de drankgelegenheid te zenden om iets te verbruiken en het van het al of niet bedienen van deze persoon afhankelijk te maken of een BTW-administratie moet gevoerd worden of niet;
3) of een aankondigingsbord aan de ingang van de drankgelegenheid met de melding «enkel voor de gebruikers van de instelling» niet volstaat om niet onder de toepassing te vallen van hogergenoemde reglementering;
4) of dezelfde regels van toepassing zijn wanneer de drankgelegenheid wordt uitgebaat door de gemeente, hetzij als dienst hetzij als regie.
ANTWOORD
Een vereniging zonder winstoogmerk, zoals elke natuurlijke of rechtspersoon die dezelfde werkzaamheid uitoefent, heeft in de regel de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige wanneer ze tegen betaling goederen levert of diensten verstrekt. Dit is inzonderheid het geval wanneer een V.Z.W. een drankgelegenheid uitbaat.
Het komt nochtans voor dat bepaalde V.Z.W.'s, die ten aanzien van hun voornaamste werkzaamheid op grond van artikel 44 van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, ten aanzien van het op bijkomstige wijze verschaffen van spijzen en dranken, anders dan als exploitant van een restaurant, niet als BTW-belastingplichtige dienen te worden geregistreerd. Dit is inzonderheid het geval voor verenigingen zonder winstoogmerk die sportinrichtingen en inrichtingen voor lichamelijke ontwikkeling exploiteren en die diensten verstrekken aan personen die aan lichamelijke ontwikkeling of sport doen, indien de ontvangsten uit die vrijgestelde werkzaamheid uitsluitend worden gebruikt tot dekking van de kosten ervan (BTW-Wetboek, art. 44, § 2, 3°).
Bovengenoemde tolerantie dient echter strikt te worden geïnterpreteerd en geldt slechts voor zover de lokalen van bedoelde verenigingen waar spijzen en dranken worden geserveerd enkel toegankelijk zijn voor de personen die in de sportinrichting werkelijk aan sport hebben gedaan en op bijkomende wijze voor hun genodigden. Het aanbrengen bij de ingang van het lokaal van bovenbedoelde verenigingen waar spijzen en dranken worden verschaft van de vermelding dat dat lokaal enkel toegankelijk is voor de sportbeoefenaars, is dan ook niet voldoende wanneer in de praktijk blijkt dat bedoelde lokalen in feite voor iedereen toegankelijk zijn. Bovendien is het vereist dat de ontvangsten wegens het verschaffen van spijzen en dranken betrekkelijk gering zijn in vergelijking met de gezamenlijke niet belastbare ontvangsten van die verenigingen.
Wanneer de betrokken verenigingen aan bovengenoemde voorwaarden niet voldoen, is ten aanzien van het verschaffen van spijzen en dranken de BTW van toepassing en dienen de verenigingen voor die werkzaamheid als gemengde BTW-belastingplichtigen te worden aangemerkt en als zodanig te worden geregistreerd.
Ten slotte wordt er nog op gewezen dat dezelfde regeling geldt wanneer, onder dezelfde omstandigheden, een drankgelegenheid wordt uitgebaat door de diensten en regieën van de Staat, van de provincies en van de gemeenten, alsmede door de openbare instellingen. Bedoelde instellingen worden immers als BTW-belastingplichtige aangemerkt ten aanzien van onder meer de exploitatie van een drankgelegenheid die voor het publiek toegankelijk is.