---
title: "Parlementaire vraag 110 · Btw-eenheid"
description: "Btw-eenheid. Parlementaire vraag nr. 110 van 28 januari 2008 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/110-btw-eenheid-jambon-db66"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/110-unite-tva-jambon-37b6"
---

# Btw-eenheid

**Nummer**

110

**Datum**

28 januari 2008

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

47 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 013, blz. 2177-2183**

*Btw-eenheid*

## **VRAAG**

Onze aandacht werd getrokken door een artikel in *De Tijd* van 25 oktober 2007 naar aanleiding van een gesprek met de minister over de invoering van de BTW-eenheid. Deze invoering werd mogelijk gemaakt vanaf 2 april 2007. Dankzij deze eenvoudigere BTW-aangifte moeten de verschillende vennootschappen van eenzelfde groep elkaar geen BTW meer factureren. Samen met de notionele interestaftrek was deze vereenvoudiging voor de vorige regering een belangrijk wapen in de strijd om buitenlandse investeringen, ook omdat de BTW-eenheid al door vele EU-landen werd ingevoerd, soms al decennia geleden.

Echter, totnogtoe heeft het ministerie van Financiën de oprichting van slechts 58 BTW-eenheden toegestaan. Deze vertegenwoordigen 246 BTW-belastingplichtigen. Dit lijkt erop te wijzen dat bedrijven twijfels blijven hebben of dit instrument effectief kostenbesparend en administratief vereenvoudigend werkt.

1\. a) Heeft u zicht op de aard van deze twijfels ?

b) Kan u de verwachte vermindering van de administratieve lasten enigszins kwantificeren ?

2\. a) Wanneer zal de aangekondigde omzendbrief klaar zijn, waarin de minister hopelijk een aantal van deze twijfels wegneemt ?

b) Welke mogelijke misbruiken overweegt u met deze omzendbrief tegen te gaan ?

3\. Het is niet duidelijk of de invoering van de BTW-eenheid door een bedrijf gemiddeld netto meer of minder belastingontvangsten voor de overheid zal meebrengen.

a) Heeft u zicht op de factoren die tot een meerontvangst, respectievelijk minderontvangst zullen leiden inzake BTW-eenheid?

b) Beschikt u al over voorlopige cijfers voor 2007 en ramingen voor de volgende jaren over de gevolgen van de BTW-eenheid op de belastingontvangsten?

## **ANTWOORD**

(vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, 14.03.2008)

1\. a) Het stelsel van de BTW-eenheid, dat toelaat dat personen die in juridisch opzicht onafhankelijk zijn, maar op financieel, economisch en organisatorisch vlak nauw met elkaar zijn verbonden, als één BTW-belastingplichtige te beschouwen, is een zeer ingrijpende maatregel. De BTW-eenheid impliceert immers dat er geen BTW wordt geheven op transacties tussen de leden. Daarnaast zijn de leden van de BTW-eenheid ten opzichte van de Staat hoofdelijk aansprakelijk voor alle BTW-schulden van de BTW-eenheid.

Derhalve lijkt het me logisch dat de belastingplichtigen de voorwaarden voor het vormen van of het toetreden tot een BTW-eenheid en de gevolgen ervan zeer nauwkeurig onderzoeken. Ik kan het geachte lid overigens meedelen dat er op 30 januari 2008 reeds 146 BTW-eenheden waren geregistreerd die samen 703 belastingplichtigen vertegenwoordigen.

b) Zoals reeds vermeld in het antwoord op de parlementaire vraag nr. 3-6898 van mevrouw C. Nyssens van 30 januari 2007 ( *Vragen en Antwoorden*, Senaat, 2006-2007, nr. 3-90, blz. 10476) worden de aangifteverplichtingen op BTW-vlak van de leden van een BTW-eenheid, vanaf het ontstaan van de BTW-eenheid, overgenomen door deze laatste via de vertegenwoordiger die in naam en voor rekening van al de leden van de BTW-eenheid handelt. Één enkele periodieke BTW-aangifte of, in voorkomend geval, één enkele bijzondere BTW-aangifte, moet door de vertegenwoordiger van de BTW-eenheid worden ingediend onder het identificatienummer dat de BTW-eenheid werd toegekend.

De vertegenwoordiger van de BTW-eenheid moet daarentegen voor elk lid een opgave van belastingplichtige afnemers en, in voorkomend geval, een opgave van de vrijgestelde intracommunautaire leveringen indienen onder het aan dat lid toegekende sub-BTW-identificatienummer. De administratie aanvaardt evenwel dat de indiening van die twee opgaven wordt gedaan door het lid zelf op wie de inlichtingen betrekking hebben.

Voor zover de partijen niet overgaan tot vrijwillige facturering zal iedere handeling verricht tussen twee leden van eenzelfde BTW-eenheid het voorwerp moeten uitmaken van een bijzonder stuk als bedoeld in [artikel 53, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53). Dit stuk, dat genoemde handeling vaststelt, zal moeten worden opgenomen in de individuele boekhouding van beide contracterende leden.

De vermindering van de administratieve last voor de ondernemingen bestaat dus hoofdzakelijk uit de beperking van het aantal in te dienen periodieke BTW-aangiften. Voor een BTW-eenheid die 10 ondernemingen bevat die voorheen maandaangiften indienden, geeft dit een vermindering van 108 aangiften op jaarbasis.

2\. a) De administratie heeft reeds twee circulaires gepubliceerd in verband met de BTW-eenheid, met name circulaire nr. AOIF 42/2007 van 9 november 2007 en circulaire nr. AOIF 1/2008 van 2 januari 2008.

De omzendbrief met betrekking tot de verplichtingen van de BTW-eenheid heeft tot doel een volledig en gedetailleerd overzicht te geven van de verplichtingen van de BTW-eenheid en haar leden en een duidelijk antwoord te bieden, op zoveel mogelijk concrete situaties en twijfelgevallen. Momenteel bevindt deze circulaire zich in de coördinatiefase waarna ze zo spoedig mogelijk zal worden gepubliceerd.

b) Het toetreden tot de BTW-eenheid mag niet tot gevolg hebben dat de informatie met betrekking tot de individuele leden verloren gaat. Het toekennen van een sub-BTW-identificatienummer aan ieder lid, de verplichting tot uitreiking van een stuk tussen de leden van een BTW-eenheid voor de vaststelling van een interne handeling, het voeren van een individuele boekhouding per lid, de verplichting tot indiening van een opgave van belastingplichtige afnemers en, in voorkomend geval, een opgave van de vrijgestelde intracommunautaire leveringen per individueel lid, leveren hiertoe de noodzakelijke bijdrage.

3\. a) In het geval een belastingplichtige de BTW geheven van de goederen en diensten die aan hem worden gefactureerd niet volledig in aftrek kan brengen (bijvoorbeeld ingevolge een aftrekbeperking als bedoeld in [artikel 45, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) of omdat de belastingplichtige een beperkt recht op aftrek heeft omdat hij ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 aanspraak op aftrek bestaat), kan zijn toetreding tot een BTW-eenheid een vermindering van de BTW als kostprijselement in zijn hoofde tot gevolg hebben, hetgeen dienovereenkomstig tot een vermindering van de BTW-ontvangsten kan aanleiding geven.

Anderzijds wordt er de aandacht op gevestigd dat het stelsel van de BTW-eenheid in België werd ingevoerd als instrument voor de vestiging van ondernemingen met het oog op het aantrekken en behouden van «centres of excellence», hoofdkwartieren, groeps-functies en andere financieringscentra (zoals coördinatiecentra). Op dat vlak worden dan ook belangrijke terugverdieneffecten verwacht.

Ten slotte vestig ik er de aandacht van het geachte lid op dat het stelsel van de BTW-eenheid ook belangrijke voordelen met zich mee brengt voor de fiscale administratie, met name op het vlak van het verrichten van meer gecentraliseerde controles en van de invorderingen.

b) Volgend overzicht biedt een toelichting bij de budgettaire impact van de BTW-eenheid op de BTW-ontvangsten. Uit de vergelijking tussen de bedragen aangegeven in de roosters 71 (aan de Staat verschuldigd bedrag) en 72 (door de Staat verschuldigd bedrag) door de BTW-eenheden gedurende de periode van 1 juni 2007 tot 31 december 2007 enerzijds en door alle indieners van periodieke aangiften voor dezelfde periode anderzijds, blijken volgende gegevens :

| 1.6.07-31.12.07 | 71 miljoen euro | 72 miljoen euro | 71−72 miljoen euro | Omzet miljoen euro |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| Alle BTW-aangiften | 20 848,54 | 8 442,00 | 12 406,54 | 628 400,22 |
| Aangiften BTW-eenheden | 52,87 | 22,12 | 30,76 | 2 143,52 |
| % BTW-eenheden | 0,25% | 0,26% | 0,25% | 0,34% |

Uit deze vergelijking blijkt dat de door de BTW-eenheden aangegeven verschuldigde BTW slechts 0,25% uitmaakt van de totaal door alle BTW-belastingplichtigen aangegeven verschuldigde belasting voor dezelfde periode. Dezelfde redenering geldt voor de netto-ontvangsten (rooster 71 - rooster 72).

De ontvangsten die voortkomen van de op 31 december 2007 bestaande BTW-eenheden zijn dan ook slechts marginaal in vergelijking met de totale BTW-ontvangsten.

In, een steekproef die de grootste BTW-eenheden bevat werden de aangiftegegevens van de eenheden vergeleken met de aangiftegegevens van de leden in de overeenstemmende periode van 2006 (toen ze dus nog geen deel uitmaakten van een BTW-eenheid). De volgende tabel geeft enkele resultaten weer.

| Periode 1.6-31.12 | 71 | 72 | 71−72 |
| --- | --- | --- | --- |
| Aangiften eenheden (2007) | 50 014 911,52 | 18 046 256,67 | 31 968 654,85 |
| Aangiften leden (2006) | 82 692 522,11 | 49 315 551,80 | 33 376 970,61 |
| Verschil 2007-2006 | −32 677 610,89 | −31 269 295,13 | −1 408 315,76 |

Uit deze tabel blijkt dat voor de betrokken ondernemingen de aan de Staat verschuldigde belasting is verminderd met 32,7 miljoen euro als gevolg van de invoering van de BTW-eenheid. De voor teruggaaf vatbare belasting is echter logischerwijze ook verminderd met 31,3 miljoen euro. De vermindering in netto-ontvangsten voor de periode 1 juni 2007-31 december 2007 ten opzichte van de periode 1 juni 2006-31 december 2006 met betrekking tot die ondernemingen bedraagt dus slechts 1 408 316 euro, een verwaarloosbaar bedrag ten opzichte van de totale netto-ontvangsten geïnd gedurende de periode 1 juni 2007-31 december 2007.

Op basis van deze steekproef die reeds zeer ruim is (het rooster 71 van de aangiften van de onderzochte BTW-eenheden uit de steekproef bedraagt immers 50 miljoen euro ten overstaande van 52,87 miljoen euro aangegeven in het rooster 71 door het geheel van de BTW-eenheden in 2007), kan een extrapolatie worden gemaakt naar de volledige populatie van de BTW-eenheden in 2007. De resultaten van deze extrapolatie zijn terug te vinden in de volgende tabel.

| Periode 1.6-31.12 | 71 | 72 | 71−72 |
| --- | --- | --- | --- |
| Aangiften eenheden (2007) | 52 872 147,39 | 22 117 037,12 | 30 755 110,27 |
| Aangiften leden (2006) | 87 416 554,05 | 60 439 896,74 | 26 976 657,31 |
| Verschil 2007-2006 | −34 544 406,66 | −38 322 859,62 | +3 778 452,96 |

Uit deze tabel blijkt dat voor de ondernemingen die in 2007 lid zijn geworden van een BTW-eenheid de aan de Staat verschuldigde belasting is verminderd met 34,5 miljoen euro als gevolg van de invoering van de BTW-eenheid. De voor teruggaaf vatbare belasting is echter logischerwijze ook verminderd, met 38,3 miljoen euro. Voor de periode 1 juni 2007-31 december 2007 wordt met betrekking tot de ondernemingen die lid zijn geworden van een BTW-eenheid een stijging van de netto-ontvangsten vastgesteld met 3,8 miljoen euro ten opzichte van de periode 1 juni 2006-31 december 2006. Dit is ook logisch gezien de globale groei van de BTW-ontvangsten in de periode 2006-2007 ook positief is (groei + 5,42 %). Al bij al gaat het echter om een verwaarloosbaar bedrag in vergelijking met de totale netto-ontvangsten geïnd gedurende de periode 1 juni 2007-31 december 2007.

De budgettaire impact dient als volgt geraamd. De daling in rooster 71 voor het 2de semester van 2007 bestaat in feite voor de helft uit BTW die - indien de ondernemingen geen deel zouden uitmaken van een BTW-eenheid - effectief aan hen zou moeten worden teruggegeven in het begin van 2008. Door de invoering van de BTW-eenheid worden dergelijke «uitgestelde» teruggaven in feite sneller verrekend waardoor de financiering van de voorbelasting wordt vermeden.

In dit opzicht zouden de BTW-ontvangsten voor 2007 met 17 à 18 miljoen euro bezwaard zijn door het systeem terwijl de ontvangsten 2008 met eenzelfde bedrag zouden geflatteerd worden. Niettemin blijven dit marginale bedragen in vergelijking met de globale netto-BTW-ontvangsten 2007 die 23,77 miljard euro bedragen.

Voor 2008 kunnen er nog geen ramingen worden gemaakt. Het beste ogenblik om een update in verband met de impact van de invoering van de BTW-eenheid op de BTW-ontvangsten te maken is het einde van 2008 wanneer cijfers over een langere periode beschikbaar zijn.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 1 voorkomen
