---
title: "Parlementaire vraag 11 · Cohousing, Btw-regeling"
description: "Cohousing, Btw-regeling. Parlementaire vraag nr. 11 van 30 juli 2019 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/11-cohousing-btw-regeling-servais-verherstraeten-2a4a"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/11-taux-tva-applique-habitat-groupe-68ee"
---

# Cohousing, Btw-regeling

**Nummer**

11

**Datum**

30 juli 2019

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

18 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 11 van de heer Servais Verherstraeten d.d. 30.07.2019

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2019, QRVA 55/003 d.d. 02.10.2019, blz. 38**

Vraag nr.11 van de heer volksvertegenwoordiger Servais Verherstraeten van 30 juli 2019 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken:

*Cohousing. - Btw-regeling.*

## **VRAAG**

Om in aanmerking te komen voor het 6 %-tarief bij afbraak en heropbouw van woningen in bepaalde stadsgebieden, is identiteit vereist tussen degene die afbreekt, en de woning (als bouwheer) heropbouwt.

Bij projecten inzake cohousing aanvaardt de rulingcommissie dat aan de voormelde vereiste van identiteit niet enkel voldaan is in hoofde van de personen die daadwerkelijk het initiatief tot het project hebben genomen (de initiatiefnemers die zich eigenlijk hebben verenigd via een maatschap). De rulingcommissie aanvaardt het ook ten aanzien van de latere instappers-bouwheren/bewoners, als zij samen met de oorspronkelijke initiatiefnemers de vereiste btw-startverklaring indienen (zie [voorafgaande beslissing nr.2018.0823](https://juriel.be/nl/rulings/2018-0823-groep-mensen-wil-gemeenschappelijk-woonproject-8c6a) van 23oktober 2018)

Hoewel, in een antwoord op een parlementaire vraag bent u als minister strenger in uw oordeel. U antwoordde op vraag nr.2593 van collega De Vriendt immers dat "de identiteit van de leden van het cohousingproject dient gekend te zijn vooraleer keuzes worden gemaakt en enige juridische verbintenis wordt aangegaan, bijv. bij het architectenbureau of de eigenaar van het oude gebouw".

**1.** Kan u verduidelijken welk standpunt nu gevolgd wordt of gevolgd moet worden bij de beoordeling of cohousingprojecten al dan niet onder het verlaagd btw-tarief van 6 % kunnen vallen?

**2.** Is het volgens u dan toch voldoende om de vereiste btw-startverklaring in te dienen of is het noodzakelijk dat de identiteit gekend is vóór enige juridische verbintenis wordt aangegaan?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude, en minister van Ontwikkelingszaken van 30.09.2019**

Het past er aan te herinneren dat beslissingen van de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken (DVB) uitleggen hoe de wet moet toegepast worden op de concrete verrichting die aan de DVB werd voorgelegd. De beslissing is bindend voor de FOD Financiën voor het specifieke geval dat het voorwerp van de beslissing uitmaakt, maar bindt de FOD Financiën op zich niet buiten dit geval.

Ik merk bovendien op dat in de door u aangehaalde ruling niet de btw-startverklaring als referentiepunt wordt genomen maar, rekening houdend met alle feitelijke omstandigheden van het concreet geval, het tijdstip waarop de voltallige particuliere bouwgroep de aanvraag om een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen heeft ingediend

De toepassing van het verlaagd tarief van 6% op projecten van cohousing kan slechts worden aanvaard voor het volledige cohousingproject vanaf het ogenblik dat duidelijk blijkt dat alle leden van de cohousinggroep daadwerkelijk kunnen worden beschouwd als bouwheren ten opzichte van het nieuwe gebouw en voor zover uiteraard alle andere voorwaarden ter zake zijn vervuld.

Het betreft projecten, waarbij naast privéwoonsten een reeks gemeenschappelijke voorzieningen zijn en waar de nadruk ligt op een gemeenschapsgevoel en sociaal contact.

De vraag welke leden van de cohousinggroep worden beschouwd als bouwheren en zodoende de gunstregeling kunnen genieten, dient te worden beoordeeld rekening houdend met alle feitelijke elementen waarbij niet uit het oog mag worden verloren dat de voorstelling van een project ook steeds een weerspiegeling van de werkelijkheid moet zijn en bovendien niet louter opgezet mag zijn om een fiscaal voordeel te genieten. Ik verwijs hieromtrent in het bijzonder naar de problematiek van de zogenaamde "gesplitste structuren" (zie gepubliceerde beslissing nr. [E.T.120.125 van 13 mei 2014](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-120-125-verkoop-oud-gebouw-gevolgd-renovatiewerken-74eb)).

Ik acht het derhalve noodzakelijk dat de leden van de cohousinggroep samen mee beslissingen nemen zodat het project zal beantwoorden aan hun specifieke noden en verwachtingen, dat ze dus inspraak hebben in de diverse fasen van het project (wat onder meer vrije keuze inhoudt van aannemers, architecten, studiebureaus, enz.).

Rekening houdend met de eigenheid van cohousingprojecten en de praktische problemen die hiermee soms gepaard gaan en onder voorbehoud van wat voorafgaat, kan ik er dan ook mee instemmen dat de leden van een cohousinggroep worden beschouwd als bouwheren en zodoende de gunstregeling kunnen genieten om in aanmerking te komen voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6%, voor zover zij op het tijdstip van de indiening van de aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen deel uitmaken van deze cohousinggroep.

## Administratieve doctrine

5

[Fiches van de administratieve commentaar 4](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/11-cohousing-btw-regeling-servais-verherstraeten-2a4a/documenten?type=commentaar) [Voorafgaande beslissingen 1](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/11-cohousing-btw-regeling-servais-verherstraeten-2a4a/documenten?type=voorafgaande-beslissingen)

« … ruimtes (tuin, bureauruimte, wasruimte, enzovoort met een nadruk op een gemeenschapsgevoel en sociaal contact) wordt verwezen naar de schriftelijke parlementaire vraag nr. 2.593 van de heer Volksvertegenwoordiger Wouter De Vriendt van 27.03.2019 en de schriftelijke parlementaire vraag nr. 11 van de heer Servais Verherstraeten van 30.07.2019 . Er dient inzonderheid ook te worden verwezen naar de beslissing nr. E.T. 120.125 van 13.05.2014. De administratie heeft immers vastgesteld dat bepaalde bouwpromotoren nieuw vastgoed (appartementen of eengezinswoningen) op de markt brengen met toepassing … »

[Tarieven van de belasting (01.11.2025)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/tarieven-belasting-51bf) Administratieve commentaar 12.11.2025

[Bekijk de 5 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/11-cohousing-btw-regeling-servais-verherstraeten-2a4a/documenten)
