Overdracht van een gebouw met BTW. Termijn · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1088 12 januari 2001

Zoeken

Overdracht van een gebouw met BTW. Termijn

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1088-overdracht-gebouw-btw-termijn-ramoudt-1890

Nummer
1088
Datum
12 januari 2001

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

25 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat, 2002-2003, nr. 2-62, blz. 3482

Bull. nr. 845, pag. 464-466

Overdracht van een gebouw met BTW - Termijn

VRAAG

Eigenaars die toepassing wensen te maken van artikel 159, 8°, van het Wetboek der registratierechten en aldus de verkoop van hun gebouw wensen te onderwerpen aan de BTW, worden geconfronteerd met een aantal problemen.

1. De onduidelijkheid welke precies de datum is van effectieve opname in het kohier der onroerende voorheffing:

- Overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek der BTW kan de verkoop van een gebouw slechts aan de BTW onderworpen worden indien het een nieuw gebouw betreft en wordt een gebouw als nieuw aangemerkt tot 31 december van het jaar na het jaar waarin het gebouw voor het eerst effectief is opgenomen in het kohier der onroerende voorheffing.

- Overeenkomstig artikelen 473, 494, 497 en 499 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen dient de belastingplichtige uit eigen beweging bij de administratie van het Kadaster de ingebruikname of de verhuring van een nieuw opgericht gebouw te melden, waarna de administratie van het Kadaster kan overgaan tot schatting van het kadastraal inkomen van het nieuw opgerichte gebouw en dit kadastraal inkomen vervolgens aan de eigenaar kan betekenen. Na de betekening heeft de eigenaar van het gebouw vervolgens twee maanden de tijd om bezwaar in te dienen zodat, na het verstrijken van de bezwaartermijn, het kadastraal inkomen tenslotte definitief wordt.

- Overeenkomstig artikel 494, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen wordt het kadastraal inkomen geacht te bestaan vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de melding van ingebruikname of verhuring.

2. De onduidelijkheid wie precies de datum van effectieve opname in het kohier der onroerende voorheffing kan melden:

- De administratie van het Kadaster vermeldt op het uittreksel uit de kadastrale legger, indien daartoe verzocht:

a) de datum van betekening van het definitief worden van het kadastraal inkomen;

b) de datum van de eerste ingebruikneming van het goed.

- Het lokaal bevoegd ontvangkantoor der Directe Belastingen meldt een betekeningsdatum of meldt dat haar diensten vanaf het jaar 1999 niet meer bevoegd zijn.

- De belastingdienst voor Vlaanderen afdeling onroerende voorheffing meldt een datum van uitvoerbaarverklaring van de inkohiering en/of verwijst voor verdere vragen naar de gewestelijke directeur van het ministerie van Financiën aangezien zijn diensten de onroerende voorheffing pas innen vanaf het aanslagjaar 1999.

- De gewestelijke directeur van het ministerie van Financiën geeft de raad de vraag te richten tot de belastingdienst voor Vlaanderen afdeling onroerende voorheffing.

Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen:

1. Kan de notaris zijn cliënt op dit vlak nog enige zekerheid bieden?

2. Welke datum wordt beschouwd als die van de effectieve opname in het kohier der onroerende voorheffing?

3. Welke instelling wordt geacht die datum te kunnen melden?

ANTWOORD

De door het geachte lid aangehaalde moeilijkheden bij het bekomen van bepaalde fiscale inlichtingen door notarissen die belast zijn met de verkoop van een onroerend goed zijn thans weggewerkt.

Inderdaad, artikel 133 van de programmawet van 2 augustus 2002 ( Belgisch Staatsblad van 29 augustus 2002) heeft artikel 44, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde zo gewijzigd dat er niet meer wordt verwezen naar het jaar waarin de eerste inkohiering in de onroerende voorheffing heeft plaatsgevonden maar wel naar het jaar in de loop waarvan de eerste ingebruikneming of inbezitneming van het gebouw heeft plaatsgehad.

Deze bepaling heeft uitwerking met ingang van 26 april 2002 wanneer er geen enkele aftrek van BTW geheven van de oprichting of de verkrijging van een gebouw of geheven van de vestiging, overdracht of wederoverdracht van een zakelijk recht op een gebouw voor deze datum is ontstaan.

De informatie aangaande de eerste bewoning of de eerste ingebruikneming kan worden bekomen bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen