---
title: "Parlementaire vraag 1083 · Plaats van de dienst. Verhuur voertuig. Luxemburgse nummerplaat. Leasing. Renting. Huurkoop. Cross-border"
description: "Plaats van de dienst. Verhuur voertuig. Luxemburgse nummerplaat. Parlementaire vraag nr. 1083 van 15 mei 1998 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1083-plaats-dienst-verhuur-voertuig-luxemburgse-a23e"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1083-prestation-service-location-automobile-transfrontaliere-3a11"
---

# Plaats van de dienst. Verhuur voertuig. Luxemburgse nummerplaat. Leasing. Renting. Huurkoop. Cross-border · Plaats van de dienst. Verhuur voertuig. Luxemburgse nummerplaat. Leasing. Renting. Huurkoop. Cross-border leasing. Vervoermiddel. Bedrijfsvoertuig. Aanschrijving 9/1995. Voertuig ter beschikking gesteld door werkgever. Buitenlandse werkgever

**Nummer**

1083

**Datum**

15 mei 1998

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

22 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat, G.Z. 1998-1999 blz. 4817**

*Plaats van de dienst - Verhuur voertuig - Luxemburgse nummerplaat - Leasing - Renting - Huurkoop - Cross-border leasing - Vervoermiddel - Bedrijfsvoertuig -* [*Aanschrijving 9/1995*](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/9-1995-aanschrijving-utilisation-vehicules-belgique-dfee) *- Voertuig ter beschikking gesteld door werkgever - Buitenlandse werkgever*

## **VRAAG**

We merken op onze wegen een groter aantal voertuigen op met een Luxemburgse nummerplaat, die voor diverse doeleinden worden gebruikt (privé- en/of professioneel) door Belgen (natuurlijke personen of vennootschappen) die in België wonen en werken, maar die in het Groothertogdom Luxemburg een wagen genomen hebben in leasing, renting of volgens een afgeleide formule.

We kunnen ons voorstellen dat de betrokkenen hierdoor diverse voordelen genieten, vooral inzake BTW (terugvordering en tarief), verminderde verkeersbelasting, belasting op de inverkeerstelling, enz.

1\. Welke formaliteiten moet een Belgische ingezetene vervullen om de vermelde voordelen te kunnen genieten ?

2\. In welke mate, en op welke wettelijke, reglementaire, jurisprudentiële of andere basis is die praktijk geoorloofd ?

3\. Wat is het gevolg van die mogelijkheid voor de ontvangsten van de Staat in 1995, 1996 en 1997 ?

4\. Welke maatregelen zijn genomen om deze inschrijvingen een halt toe te roepen of te beperken ?

## **ANTWOORD**

Het geachte Lid vindt hierna de antwoorden op zijn vragen.

1\. Het koninklijk besluit van 31.12.1953 houdende reglementering van de inschrijving van de motorvoertuigen en de aanhangwagens stelt in zijn artikel 3, § 1, 1ste lid - van toepassing in zijn huidige bewoordingen sinds 1 januari 1994 - dat de motorvoertuigen en de aanhangwagens eerst tot het verkeer op de openbare weg worden toegelaten als zij op aanvraag en op naam van hun eigenaar vooraf zijn ingeschreven in het repertorium van de motorvoertuigen en de aanhangwagens.

Daaruit vloeit inzonderheid voort dat het aan de in België verblijvende personen die, onder een of andere titel, de mogelijkheid hebben op het Belgisch grondgebied een autovoertuig te gebruiken, ingeschreven in het Groothertogdom Luxemburg, niet is toegelaten om dit voertuig op hun naam in België in te schrijven indien zij er geen eigenaar van zijn. Dit is overduidelijk het geval wanneer ingezetenen beroep doen op een leasing- of rentingformule bij een vennootschap naar Luxemburgs recht.

2\. De beginselen van het vrij verkeer van personen en diensten ingesteld door het Verdrag van Rome houden in dat elke in België verblijvende Europese burger, zonder belemmering of discriminatie, een contract van huurkoop mag afsluiten, met elke verlener van dergelijke soort dienst, gevestigd in een andere Lidstaat van de Europese Unie.

3\. Voor wat betreft de belasting op de inverkeerstelling (BIV), de verkeersbelasting op de autovoertuigen (VB), de aanvullende verkeersbelasting (AVB) en de accijnscompenserende belasting (ACOB), is het thans niet mogelijk het budgettair verlies in te schatten van voormelde praktijk, rekening houdend met het feit dat het materieel onmogelijk is het aantal voertuigen te becijferen dat aldus op het Belgisch grondgebied wordt gebruikt.

4\. De fiscale administraties werken momenteel samen met het Ministerie van Verkeerswezen en Infrastructuur met de bedoeling de aanpassingen aan de reglementering voor te stellen, die zich opdringen om de inschrijving in België mogelijk te maken van de voertuigen aangehaald in de vraag van het geachte Lid.

Op gebied van BTW

De problematiek die door het geachte Lid wordt aangesneden ligt op BTW-vlak in de lijn van de arresten geveld op 17 juli 1997 (Zaak Aro Lease B.V. tegen Inspecteur der Belastingdienst Grote Ondernemingen te Amsterdam) en op 7 mei 1998 (Zaak Lease Plan Luxembourg S.A. tegen Belgische Staat).

Wanneer bijgevolg een Luxemburgse vennootschap voertuigen verhuurt aan Belgische inwonenden, verricht ze een dienst die overeenkomstig artikel 21, § 2, van het Belgische BTW-Wetboek en [artikel 9, § 1, van de Zesde Richtlijn 77/388/EEG](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) van de Raad van 17 mei 1977, geacht wordt plaats te hebben daar waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of bij gebrek aan een dergelijke zetel of een vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

Dergelijke diensten zijn dus niet in België aan de BTW onderworpen, maar wel degelijk in het Groothertogdom Luxemburg, overeenkomstig de aldaar geldende regels inzake taxatie. Dit standpunt van het Hof druist in tegen het standpunt dat de Belgische Staat vroeger aanhield en dat erin bestond een vloot van voertuigen in België van de Luxemburgse verhuurmaatschappij te beschouwen als een vaste inrichting in België.

Ik wijs er tenslotte op dat de situatie waarin een buitenlandse werkgever, gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg, een voertuig waarvan hij eigenaar is of dat hij huurt, ter beschikking stelt van zijn in België gevestigde werknemer voor diens beroepsverplaatsingen en bijkomstig voor zijn privé-doeleinden, de Belgische BTW, in principe eveneens niet opeisbaar maakt. Deze niet-belastbaarheid is evenwel afhankelijk gesteld van het naleven van een aantal voorwaarden (band van ondergeschiktheid tussen de "werkgever" en diegene aan wie het voertuig ter beschikking werd gesteld, vestiging van de werkgever in een andere Lidstaat,...).

Ik ben zo vrij om het geachte Lid te verwijzen naar het gedetailleerde antwoord op de [vraag nr. 1066 van de heer Volksvertegenwoordiger Duquesne van 1 oktober 1997](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1066-controle-in-buitenland-ingeschreven-belgische-8065) (Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1997-1998, nr. 134, blz. 18573-18576), wat de toepassingsvoorwaarden van deze regeling betreft.

## Aangehaalde teksten

1

[Zesde richtlijn 77/388 art. 9](https://juriel.be/nl/unierecht/zesde-richtlijn-77-388/artikel-9) 1 voorkomen

## Rechtspraak

1

### België

1

Rechtbank van eerste aanleg 31.07.2001

#### [Rechtbank van eerste aanleg, 31 juli 2001](https://juriel.be/nl/rechtspraak/rechtbank-mechelen-2001-07-31-859d)
