---
title: "Parlementaire vraag 107 · Hypothecair krediet. Onroerend goed. Kredietnemer. Schuldvordering. Collectieve schuldenregeling. Statistieken. Hypotheekstelling. Notariële akte"
description: "Hypothecair krediet. Onroerend goed. Kredietnemer. Parlementaire vraag nr. 107 van 15 mei 1996 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/107-hypothecair-krediet-onroerend-goed-kredietnemer-10b8"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/107-hypotheque-representant-didden-11e8"
---

# Hypothecair krediet. Onroerend goed. Kredietnemer. Schuldvordering. Collectieve schuldenregeling. Statistieken. Hypotheekstelling. Notariële akte. · Hypothecair krediet. Onroerend goed. Kredietnemer. Schuldvordering. Collectieve schuldenregeling. Statistieken. Hypotheekstelling. Notariële akte. Wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet

**Nummer**

107

**Datum**

15 mei 1996

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

28 paragrafen

**Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1996-1997 blz. 9645**

*Hypothecair krediet - Onroerend goed - Kredietnemer - Schuldvordering - Collectieve schuldenregeling - Statistieken - Hypotheekstelling - Notariële akte - Wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet*

## **VRAAG**

De wet van 13 april 1995 betreffende het hypothecair krediet maakte het mogelijk een hypotheek te verlenen tot zekerheid voor alle schulden. Zo kan een onroerend goed door iemand worden bezwaard om de betaling te waarborgen van alle schulden, ongeacht de oorzaak ervan, die deze persoon aan de bank verschuldigd is of ooit verschuldigd kan zijn. Enerzijds kan dit leiden tot een al te gemakkelijke verlening van kredieten met alle gevolgen vandien wat betreft overmatige schulden. Anderzijds kan dit aanleiding geven tot een structurele onmogelijkheid om later nog elders krediet te verkrijgen aangezien de particuliere kredietnemer quasi-totaal aan eenzelfde bank gebonden is. Overigens kan een derde persoon die zich borg stelt (vaak door ouders jegens de bank voor hun kinderen) hiervan mee het slachtoffer worden.

1\. Kan u mij meedelen in hoeveel gevallen gebruik werd gemaakt van deze mogelijkheid ?

2\. Ingeval een dergelijke hypotheek wordt gebezigd, welk criterium wordt dan gehanteerd om te bepalen of een "bepaalde of bepaalbare" schuldvordering onder de hypotheek valt of niet ?

3\. a) Is u niet van oordeel dat een dergelijke mogelijkheid grote gevaren inhoudt voor particuliere kredietnemers ?

b) Is zulks niet in tegenstelling tot het nieuwe wetsontwerp inzake de collectieve schuldenregeling ?

## **ANTWOORD**

Het geacht Lid vindt hieronder de antwoorden op zijn vragen.

1\. De techniek van de hypotheek voor al de (toekomstige) schulden bestaat reeds lang. De praktijk is echter niet veralgemeend in de betrekkingen tussen een kredietverlener en een particulier kredietnemer. Daarom bestaan er geen statistieken terzake. Ik kan dus onmogelijk zeggen hoeveel kredietovereenkomsten een dergelijke hypotheekstelling bevatten. A fortiori is het onmogelijk te zeggen in hoeveel gevallen de hypothecaire waarborg bepaald door een dergelijke clausule werd uitgevoerd.

2\. Artikel 51bis van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecaire krediet, ingevoegd door de wet van 13 april 1995, bepaalt nader dat de schuldvorderingen, voor elk bedrag gewaarborgd door de hypotheek, bepaald of bepaalbaar moeten zijn op het ogenblik van de hypotheekstelling.

Aan deze vereiste is voldaan, zoals de memorie van toelichting nader bepaalt, "indien de overeenkomst het mogelijk maakt de schuldvorderingen te bepalen en indien blijkens de gegevens van de zaak de schuldvorderingen werkelijk die zijn welke de partijen hadden willen waarborgen" (Memorie van toelichting, artikel 5, §§ 5 en 6).

Men kan drie categorieën schuldvorderingen onderscheiden die vallen onder een dergelijke hypotheek :

\- de schuldvorderingen die bestaan op het ogenblik van de hypotheekstelling en die bepaald worden in de vestigingsakte;

\- de komende schuldvorderingen die moeten ontstaan uit een bestaande overeenkomst, op voorwaarde dat deze overeenkomst bepaald wordt in de vestigingsakte;

\- de komende schuldvorderingen die moeten ontstaan uit een overeenkomst die nog niet bestaat, maar die bepaalbaar is volgens de voorwaarden van de vestigingsakte.

Deze laatste categorie kan aanleiding geven tot interpretatieproblemen. Zoals de memorie van toelichting doet opmerken : "de effectieve beoordeling of een welbepaalde schuldvordering al dan niet door de hypotheek is gewaarborgd, zal uiteraard gebeuren op het ogenblik van de uitvoering van de zekerheid" (ibidem). Omdat er zo weinig statistieken beschikbaar zijn, is het niet mogelijk te weten of er hieromtrent een rechtspraak bestaat.

3\. a) Artikel 51bis van voornoemde wet van 4 augustus 1992 regelt een bestaande toestand, maar die het voorwerp niet uitmaakte van welke specifieke regel ook en aanleiding gaf tot interpretatieproblemen.

De tweede paragraaf van dit artikel bepaalt dat de schuldenaar of de hypothecair bezwaarder de hypotheek op ieder ogenblik kan opzeggen, middels een vooropzeg van drie tot zes maanden. Deze opzegmogelijkheid maakt het de kredietnemer mogelijk niet definitief gebonden te zijn aan een enkele kredietinstelling.

Bovendien, zelfs wanneer er geen opzeg is, kan de kredietnemer een krediet verkrijgen bij een andere instelling dan deze die de hypotheek van elk bedrag geniet, aangezien de gewaarborgde schuldvorderingen bepaald of bepaalbaar moeten zijn in de vestigingsakte. Dit laat aan de tweede instelling toe de waarborgen die de kredietnemer biedt, in te schatten.

Dit soort hypotheek biedt niet enkel voordelen voor de kredietinstellingen, maar ook voor de kredietnemers, die door een betere waarborg aan te bieden minder dure kredieten kunnen verkrijgen.

Ik geef niettemin toe dat dit mechanisme een bron van gevaar kan betekenen voor de kredietnemers en de hypothecair bezwaarders die niet steeds bewust zijn van de risico's die zij nemen. Aangezien de oprichting van een hypotheek een notariële akte vereist, kan men denken dat de notaris de aandacht van zijn cliënten vestigt op dit potentiële gevaar.

Indien deze praktijk aanleiding zou geven tot misbruiken of significante moeilijkheden voor de kredietnemers zou inhouden, zou ik een initiatief nemen. Men zou bijvoorbeeld kunnen denken aan het beperken, voor de particulieren, van het toepassingsveld van artikel 51bis tot de kredieten nodig voor de aankoop van een particuliere woonst.

b) Men kan immers vrezen dat het scheppen van een toestand waarbij de consument een krediet verkrijgt, gedekt door een reeds bestaande waarborg, tot overmatige schuldenlast zou kunnen leiden.

Elke voorzichtige en toegewijde kredietgever zal echter zijn beslissing steunen op de analyse van de financiële toestand van de kredietnemer. Hij zal slechts een krediet toestaan indien, rekening houdend met de inlichtingen waarover hij beschikt of zou moeten beschikken, hij redelijkerwijze kan oordelen dat de consument in staat zal zijn de verplichtingen te eerbiedigen die voortvloeien uit de overeenkomst, naar het voorbeeld van wat voorzien is in artikel 15 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet.

Dus zou de kredietgever zijn verantwoordelijkheid op het spel zetten, mocht hij zijn toekenningsbeslissing nemen, zich daarbij voornamelijk baserend op het bestaan van de waarborg.

In elke hypothese, zal het wetsontwerp betreffende de collectieve schuldenregeling vanaf zijn inwerkingtreding een doeltreffend middel zijn om de overmatige schuldenlast te voorkomen en om de sociale gevolgen ervan te reduceren.
