---
title: "Parlementaire vraag 1066 · Controle van in het buitenland ingeschreven en door Belgische inwoners gebruikte voertuigen"
description: "Controle van in het buitenland ingeschreven en door Belgische inwoners gebruikte. Parlementaire vraag nr. 1066 van 1 oktober 1997 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1066-controle-in-buitenland-ingeschreven-belgische-8065"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1066-controle-vehicules-immatricules-etranger-utilises-c2e6"
---

# Controle van in het buitenland ingeschreven en door Belgische inwoners gebruikte voertuigen

**Nummer**

1066

**Datum**

1 oktober 1997

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

29 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1066 van de heer Antoine Duquesne d.d. 01.10.1997

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 1997-1998, QRVA 49/134, d.d. 29.06.1998, blz. 18573**

*Controle van in het buitenland ingeschreven en door Belgische inwoners gebruikte voertuigen*

## **VRAAG**

In augustus jongstleden kondigde de Dienst inschrijving van de voertuigen (DIV) en de Administratie van douane en accijnzen een campagne aan om de in het buitenland ingeschreven en door Belgische inwoners gebruikte voertuigen te controleren.

De campagne is bedoeld om Belgische fraudeurs die proberen bepaalde taksen te omzeilen door hun voertuig in het buitenland te laten inschrijven, te vervolgen.

In de pers zijn berichten verschenen over een controverse tussen de Belgische Staat en het groothertogdom Luxemburg; blijkbaar hebben beide landen terzake een andere mening en verwijzen naar verschillende wettelijke voorschriften.

Er is geen probleem wat de taks op de inverkeerstelling of de BTW betreft, maar over het land waar de verkeersbelasting moet worden betaald, bestaat onenigheid. Er wordt verwezen naar een Belgisch-Luxemburgs akkoord van 1929, een Benelux-reglementering van 20 november 1989 en een EG-richtlijn van 25 oktober 1993.

**1.** Op grond van welke regelgeving voeren de Administratie van douane en accijnzen en de DIV hun actie?

**2.** Luidens het bilateraal akkoord van 1929 is de taks op de inverkeerstelling verschuldigd in België als het voertuig waarover de werkgever permanent of gewoonlijk beschikt, «voor particuliere doeleinden» wordt gebruikt. Luidens een arrest van het Hof van justitie van de Europese Gemeenschap van 1986, het zogeheten «arrest-Ledoux», dat uitspraak deed over het gebruik voor particuliere doeleinden in België van een voertuig waarover een Belgisch-Frans werknemer beschikte, moet niet-professioneel gebruik dat ondergeschikt is aan professioneel gebruik en waarin is voorzien in de arbeidsovereenkomst, als professioneel gebruik worden beschouwd en is de inschrijvingstaks bijgevolg niet in België verschuldigd.

Welk belang hechten respectievelijk de Administratie van douane en accijnzen en de DIV aan die Europese rechtspraak?

**3.** Wordt voorts een onderscheid gemaakt tussen de Belgische belastingbetaler die aan bepaalde taksen probeert te ontsnappen door zijn voertuig in het buitenland in te schrijven en de grensarbeider die over een in het buitenland ingeschreven bedrijfsvoertuig beschikt, dat hij in België zowel voor particuliere als voor professionele doeleinden gebruikt?

**4.** Ten slotte is er sprake van een wijziging van het koninklijk besluit betreffende de inschrijving van de motorvoertuigen.

a) Wat is daar precies van aan?

b) Waarop hebben eventuele wijzigingen betrekking?

## **ANTWOORD**

(van de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en Buitenlandse Handel Financiën)

Eerst en vooral moet ik aan het geacht lid signaleren dat de Administratie der douane en accijnzen in de loop van de maand augustus 1997 geen enkele controlecampagne voor in het buitenland ingeschreven en door Belgische inwoners gebruikte voertuigen heeft aangekondigd.

Het geacht lid gelieve hierna de antwoorden te vinden op zijn vragen.

**1.** Het is krachtens artikel 14 van het koninklijk besluit houdende de Algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen dat de ambtenaren en beambten van de Administratie der directe belastingen, van de Administratie der douane en accijnzen, van de Administratie van het kadaster, de beëdigde gemeenteambtenaren en -beambten, de rijkswacht, de gerechtelijke agenten bij de parketten, de speciale controleurs van de Administratie van het vervoer en de leden van het toezichtspersoneel van het Hoog comité van toezicht bevoegd zijn om over het ganse grondgebied de overtredingen op te sporen en om, zelfs alleen, de processen-verbaal inzake de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, waaronder de verkeersbelasting op de autovoertuigen (VB), op te stellen.

Wat het fiscaal aspect van de beoogde problematiek betreft, verzoek ik het geacht lid het antwoord op de vraag nr. 225 van 4 april 1997 gesteld door senator Milquet (*Vragen en Antwoorden*, Senaat, 1997-1998, nr. 1-56, blz. 2837) te raadplegen.

**2.** Werkelijk en hoofdzakelijk ingevolge een arrest van het Europese Hof van justitie uitgesproken in juli 1988 aangaande de heffing van de BTW bij de tijdelijke invoer van een zowel voor beroeps- als voor privé-doeleinden gebruikte personenauto (zaak 127/86, PB nr. C 211 van 11 augustus 1988 - *«arrest-Ledoux» genaamd*), *heeft de Belgische Administratie* der douane en accijnzen de vrijstellingregeling van tijdelijke invoer toegekend aan een Belgische ingezetene die een voertuig ter beschikking had gekregen van een in het buitenland gevestigde werkgever en dit *zowel voor zijn beroeps- als privé-verplaatsingen*.

Sinds 1 januari 1993 is, ten gevolge van de afschaffing van de *fiscale grenzen binnen de Europese Unie*, de douaneregeling van tijdelijke invoer uiteraard niet meer van toepassing op Belgische ingezetenen die een voertuig gebruiken dat hen ter beschikking gesteld werd door een in een andere lidstaat gevestigde werkgever.

Dit neemt niet weg dat, voor de toepassing van de BTW, *het loutere feit* van *het vervoeren door een* BTW-belastingplichtige van een goed van zijn onderneming van de ene lidstaat van de Europese Unie naar de andere in principe gelijkgesteld wordt met een handeling onder bezwarende titel. Zo wordt de overbrenging van *het goed* in de *lidstaat van vertrek gelijkgesteld* met een intracommunautaire levering die kan worden vrijgesteld van de belasting, terwijl in de lidstaat van aankomst de bestemming van het goed gelijkgesteld wordt met een belastbare *intracommunautaire verwerving* (gecombineerde toepassing van de artikelen [12bis, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis), en [25quater, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quater), van het BTW-Wetboek).

Nochtans wordt, in welbepaalde gevallen, de overbrenging door een belastingplichtige van goederen van zijn bedrijf van de ene lidstaat naar de andere niet gelijkgesteld met een handeling onder bezwarende titel. Zo wordt, volgens de gecombineerde toepassing van de artikelen [12bis, tweede lid, 7°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis), en [25quater, § 1, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quater), van het BTW-Wetboek, de goederenbeweging ingevolge het gebruik van vervoermiddelen, ter beschikking gesteld van een Belgisch ingezetene door een in een andere lidstaat gevestigde werkgever die BTW-belastingplichtige is, niet gelijkgesteld met een intracommunautaire verwerving onder bezwarende titel en is dus niet onderworpen aan de belasting in België, wanneer hetzelfde voertuig, in dezelfde omstandigheden, doch komende van een derde land, de regeling voor tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van invoerrechten zou kunnen genieten.

De voordelen van de regeling worden echter afhankelijk gesteld van het naleven van een aantal voorwaarden (vestiging van de werkgever in een andere lidstaat, hoofdzakelijk gebruik voor beroepsdoeleinden en slechts bijkomstig voor privé-doeleinden zoals uitdrukkelijk overeengekomen in de arbeidsovereenkomst, band van ondergeschiktheid tussen de belastingplichtige en diegene aan wie het voertuig ter beschikking wordt gesteld, ...).

De toekenning van de regeling is ondergeschikt aan de aflevering van een attest door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen. Dit attest moet zich steeds aan boord bevinden van het door de begunstigde gebruikte voertuig en met voorgelegd worden op elk verzoek van de agenten gemachtigd controle uit *te oefenen op de toepassing van de BTW*.

**3.** Het bovenvermeld attest, uitgereikt door het *BTW-controlekantoor dat territoriaal bevoegd is voor* het gebied waarbinnen zich de verblijfplaats van de gebruiker bevindt, dient hoofdzakelijk om de personen die deze regeling kunnen genieten te kunnen identificeren.

Een wetsontwerp tot hervorming van de VB zal eerlang aan het Parlement worden voorgelegd.Een bepaling strekkend tot het specifiek vrijstellen van deze firmawagens op voorwaarde dat deze laatste van een attest ad hoc zijn voorzien, zal aan het Parlement voorgelegd worden door middel van een amendement. In de tussentijd heeft de Administratie der douane en accijnzen aan haar beambten die belast zijn met het toezicht van de VB op de openbare weg, de instructie gegeven geen nodeloze vaststellingen te doen voor de voertuigen die reeds van het voormelde attest zijn voorzien.

**4.** De fiscale Administraties werken momenteel samen met het ministerie van Verkeerswezen en Infrastructuur met de bedoeling de aanpassingen aan de reglementering voor te stellen, die zich opdringen om de inschrijving in België mogelijk te maken van de voertuigen aangehaald in de vraag van het geacht lid.

## Aangehaalde teksten

2

[WBTW art. 12bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) 2 voorkomens

[WBTW art. 25quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quater) 2 voorkomens

## Administratieve doctrine

4

[Parlementaire vragen 4](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1066-controle-in-buitenland-ingeschreven-belgische-8065/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … een voertuig ter beschikking stelt aan één van haar werknemers, woonachtig in België, voor diens beroepsverplaatsingen en bijkomstig voor zijn privé-verplaatsingen. Zoals dit reeds werd uiteengezet in het gedetailleerde antwoord op de parlementaire vraag nr. 1066 van de volksvertegenwoordiger Duquesne van 1 oktober 1997 (Vragen en Antwoorden, Kamer, 1997-1998, nr. 134, blz. 18573-18576), waarnaar ik het geachte lid verwijs, wordt de bestemming in België, in hoofde van de Duitse onderneming van de wagen ter beschikking gesteld aan zijn werknemer, niet gelijkgesteld met een … »

[Bedrijfswagen. Buitenlandse nummerplaat](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/329-bedrijfswagen-buitenlandse-nummerplaat-denis-bedrijfsvoertuig-e7fe) Parlementaire vraag 10.05.2000

[Bekijk de 4 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1066-controle-in-buitenland-ingeschreven-belgische-8065/documenten)
