Huur van directie- of demonstratiewagens door dealer. Aftrekbeperking · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1047 5 juli 2002

Zoeken

Huur van directie- of demonstratiewagens door dealer. Aftrekbeperking

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1047-huur-directie-demonstratiewagens-dealer-aftrekbeperking-72d4

Nummer
1047
Datum
5 juli 2002

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2002-2003, nr. 143 , blz. 18136-18138

Huur van directie- of demonstratiewagens door dealer - Aftrekbeperking

VRAAG

Zowel op het vlak van directe belastingen als op het vlak van de BTW bestaat er voor autohandelaars een speciale regeling wat betreft de toepassing van de 75 % beperking van autokosten (directe belastingen) en de 100 % aftrekbaarheid van de BTW bij tijdelijke onttrekking van een nieuwe personenwagen of een wagen voor dubbel gebruik aan de voorraad van de autohandelaar.

Een en ander wordt door de administratie toegelicht in de commentaar op de inkomstenbelastingen onder de nummers 66/32 en in de BTW-aanschrijving 9 van het jaar 1985.

Beide administratieve regelingen vertrekken van de onttrekking aan de voorraad van een personenwagen of een wagen voor dubbel gebruik om hem onder dekking van een handelaarsplaat tijdelijk in het verkeer te brengen.

Vastgesteld wordt dat invoerders van grote automerken hun dealers om commerciële redenen verplichten een aantal wagens van hen te huren. Deze auto's worden voor enkele weken gehuurd en daarna door de dealers ofwel als directie- of nieuwe wagen verkocht ofwel door de invoerder teruggenomen. Hierdoor beschikken de dealers steeds over de laatste nieuwe modellen en dienen zij niet meer te beschikken over een handelaarsplaat om de auto's in het verkeer te brengen.

De aldus gehuurde wagens worden door de autohandelaars gebruikt, voor onder meer het bezorgen van demonstratie- en testritten voor geïnteresseerde kopers, ter beschikking stellen aan klanten als vervangwagen, het tentoonstellen in de showroom of te gebruiken voor de verplaatsingen van de autohandelaar.

Hieruit blijkt dat de gehuurde wagen voor identiek dezelfde doeleinden wordt gebruikt als de wagens die door de autohandelaar tijdelijk aan hun voorraad worden onttrokken en onder de dekking van een handelaarsplaat in het verkeer worden gebracht.

Gelet op deze situatie zou het logisch zijn dat de BTW die geheven wordt op de door de invoerder aangerekende huurgelden volledig aftrekbaar zou zijn, en dat de regeling die opgenomen is in Com/IB 66/31 ook van toepassing zou zijn op de betaalde huurgelden. Dit laatste zou er op neer komen, dat slechts 10 % in plaats van 25 % van de huurgelden als niet-aftrekbaar zou worden beschouwd.

1. Gaat u akkoord met deze zienswijze?

2. Zo neen, waarom niet?

ANTWOORD

Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te vinden op zijn vraag.

1. Inzake inkomstenbelastingen

De bijzondere regeling die erin bestaat dat 60% van de kosten met betrekking tot het gebruik van zogenaamde "directiewagens" als kosten mogen worden aangemerkt die rechtstreeks op de verkoop drukken en bijgevolg niet onder de 75%-beperking vallen, mag slechts worden toegepast mits inachtneming van welbepaalde voorwaarden die in het aangehaalde nr. 66/ 32 van de administratieve commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 worden toegelicht en strikt moeten worden geïnterpreteerd.

Zo mogen alleen nieuwe autovoertuigen die voor de autohandelaar de aard hebben van koopwaar en die door hem tijdelijk aan zijn voorraad worden onttrokken om ze hoofdzakelijk voor proefritten en demonstraties voor mogelijke klanten te gebruiken, in aanmerking worden genomen.

Bovendien betreffen de kosten waarop de voormelde verhouding van 60% moet worden toegepast uitsluitend de verkeersbelasting, de verzekeringspremies en de gewone onderhoudskosten, met uitsluiting dus van mogelijke huurkosten.

Aangezien in hoofde van de autohandelaar aan geen van beide hiervoor vermelde voorwaarden wordt voldaan, vallen in de voorgelegde situatie de beoogde huurgelden onder de toepassing van artikel 66, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992.

2. Inzake BTW De BTW-aanschrijving nr. 9 van 30 juli 1985, waarnaar het geachte lid verwijst, beoogt inderdaad geen voertuigen die worden gehuurd om te worden gebruikt als vervang- of demonstratiewagen. Overigens wordt de aandacht van het geachte lid erop gevestigd dat de regeling van voornoemde aanschrijving nr. 9, de toepassing van de aftrekbeperking van artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek niet integraal opheft.

De aftrekbeperking van artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek is van strikte toepassing. Hierop wordt enkel uitzondering gemaakt in de gevallen vermeld in het tweede lid van genoemd wetsartikel. Voertuigen die worden gebruikt als vervang- of demonstratiewagen, vallen niet onder de uitzondering van het tweede lid van genoemd wetsartikel. Bijgevolg is het logisch dat de aftrek van de BTW die opeisbaar is met betrekking tot de huurgelden, in hoofde van de dealer in geen geval hoger mag zijn dan 50% van de betaalde belasting.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 452 voorkomens