---
title: "Parlementaire vraag 1032 · Eindafrekening btw op elektriciteit en gas"
description: "Eindafrekening btw op elektriciteit en gas, aardgas, Btw-tarief. Parlementaire vraag nr. 1032 van 10 mei 2022 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1032-eindafrekening-btw-elektriciteit-gas-wouter-57fa"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1032-tva-facture-decompte-final-electricite-32a9"
---

# Eindafrekening btw op elektriciteit en gas

**Nummer**

1032

**Datum**

10 mei 2022

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

32 paragrafen

Parlementaire vraag nr. 1032 van de heer Wouter Vermeersch d.d. 10.05.2022

**Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/088 d.d. 27.06.2022, blz. 180**

Vraag nr. 1032 van De heer volksvertegenwoordiger Wouter Vermeersch van 10 mei 2022 (N.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:

*Eindafrekening btw op elektriciteit en gas.*

## **VRAAG**

Voorschotfacturen voor elektriciteit en gas worden met btw belast aan het tarief dat van toepassing is op het ogenblik van facturatie. Dat geldt ook voor de eindfactuur.

Dit kan ervoor zorgen dat consumenten meer of minder btw betalen afhankelijk van het moment van facturatie en niet van het moment van levering (en verbruik).

Als de eindafrekening resulteert in een te betalen bedrag (wat voor de meeste consumenten verwacht wordt) betaalt, wie deze afrekening krijgt in de periode waarin een verlaagd btw-tarief van toepassing is, minder btw dan wie diezelfde afrekening zou krijgen in een periode waarin een hoger btw-tarief geldt.

**1.** Kan u deze interpretatie bevestigen?

**2.** Is een verschil in btw-tarief, dat louter afhangt van het tijdstip van facturatie en niet van het moment van levering wel verenigbaar met het gelijkheidsbeginsel?

**3.** Welke maatregelen zal u nemen om hieraan te verhelpen?

## **ANTWOORD**

**van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 17.06.2022:**

Uw vraag heeft betrekking op de toepassing van het verlaagd btw-tarief van leveringen van elektriciteit ([artikel 1bis van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) van 20 juli 1970 inzake btw-tarieven) en van aardgas ([artikel 1bis/1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-b113) van voormeld koninklijk besluit).

Ik kan uw interpretatie onmogelijk bevestigen, aangezien deze foutief is. Het antwoord op uw vraag kan u terugvinden op de website van de FOD Financiën waar u gedetailleerde FAQ's kan terugvinden met betrekking tot de tijdelijke btw-verlaging.

Door de technische en administratieve beperkingen bij de betrokken elektriciteitsleveranciers was een onmiddellijke operationalisering van de btw-verlaging niet mogelijk voor de voorschotten gefactureerd of aangerekend in maart 2022.

Om die reden werd een maatregel van praktische aard in de btw-reglementering opgenomen die voorziet dat de elektriciteitsleverancier - ondanks de tariefwijziging die ingaat op 1 maart 2022 - op de ten laatste op 31 maart 2022 gefactureerde of aangerekende voorschotten het btw-tarief van 21 % in rekening brengt, zelfs als die voorschotten geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een levering van elektriciteit gedaan met ingang van 1 maart 2022.

Vanaf 1 april 2022 tot en met 30 september 2022 zullen de voorschotten door de elektriciteitsleveranciers worden gefactureerd aan het verlaagd btw-tarief van 6 %.

Via de eindafrekening zal de toestand van de klant echter op een correcte wijze worden geregulariseerd:

\- voor het verbruik van elektriciteit vóór 1 maart 2022 en vanaf 1 oktober 2022: 21 % btw;

\- voor het verbruik vanaf 1 maart 2022 tot en met 30 september 2022: 6 % btw.

Door de technische en administratieve beperkingen bij de betrokken leveranciers van aardgas en/of warmte was een onmiddellijke operationalisering van deze maatregel niet altijd mogelijk voor de voorschotten gefactureerd of aangerekend in april 2022.

Om die reden werd een maatregel van praktische aard in de btw-reglementering opgenomen die voorziet dat de leverancier van aardgas en/of warmte - ondanks de tariefwijziging die ingaat op 1 april 2022 - op de ten laatste op 30 april 2022 gefactureerde of aangerekende voorschotten het btw-tarief van 21 % in rekening mag brengen, zelfs als die voorschotten geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een levering van aardgas en/of warmte gedaan met ingang van 1 april 2022. Het betreft dus een keuze die elke leverancier van aardgas en/of warmte moest doen rekening houdend met de praktische beperkingen die hij ondervond. Vanaf 1 mei 2022 tot en met 30 september 2022 zullen de voorschotten door de leveranciers van aardgas en/of warmte worden gefactureerd aan het verlaagd btw-tarief van 6 %. Indien uw leverancier van aardgas en/of warmte ervoor koos het btw-tarief van 21 % toe te passen op de voorschotten die u ten laatste op 30 april 2022 werden gefactureerd, zal uw toestand echter op een correcte wijze worden geregulariseerd via de eindafrekening:

\- voor het verbruik van aardgas en/of warmte vóór 1 april 2022 en vanaf 1 oktober 2022: 21 % btw;

\- voor het verbruik vanaf 1 april 2022 tot en met 30 september 2022: 6 % btw (zie ook de punten 12 en 13).

Indien uw leverancier van aardgas en/of warmte het verlaagd btw-tarief van 6 % heeft toegepast op de voorschotten die gefactureerd zijn vanaf 1 april 2022, zal er geen regularisatie moeten gebeuren.

Het verbruik wordt automatisch bepaald door uw energieleverancier. De leverancier zal het gebruik zelf opsplitsen in drie periodes:

\- het verbruik vóór 1 maart 2022;

\- het verbruik vanaf 1 maart 2022 tot en met 30 september 2022;

\- het verbruik vanaf 1 oktober 2022.

In principe gebeurt dit op basis van het daadwerkelijk verbruik van de afnemer-natuurlijke persoon.

Wanneer de leverancier niet beschikt over gegevens met betrekking tot dat daadwerkelijke verbruik zal dat verbruik worden bepaald aan de hand van het vastgelegde verbruiksprofiel.

Ik verwijs voor meer toelichting naar de administratieve circulaires 2022/C/35 en 2022/C/48.

## Aangehaalde teksten

2

[KB nr. 20 art. 1bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-20cc) 1 voorkomen

[KB nr. 20 art. 1bis/1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1bis-b113) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

3

[Fiches van de administratieve commentaar 3](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1032-eindafrekening-btw-elektriciteit-gas-wouter-57fa/documenten?type=commentaar)

« … voor leveringen van elektriciteit in het kader van residentiële contracten’ gepubliceerd op de website van de FOD Financiën. Over de draagwijdte van deze tijdelijke maatregel wordt ook verwezen naar de antwoorden op volgende parlementaire vragen: de schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.032 van de heer Volksvertegenwoordiger Wouter Vermeersch van 10.05.2022 de schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.257 van de heer Volksvertegenwoordiger Peter De Roover van 01.12.2022 die, onder andere, betrekking heeft op de doorfacturatie van het verbruik van elektriciteit in het kader van een onroerende verhuur Artikel … »

[Tarieven van de belasting (01.11.2025)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/tarieven-belasting-51bf) Administratieve commentaar 12.11.2025

[Bekijk de 3 documenten](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1032-eindafrekening-btw-elektriciteit-gas-wouter-57fa/documenten)
