---
title: "Parlementaire vraag 103 · Maatstaf van heffing. Minimummaatstaf van heffing. Werk in onroerende staat. Nieuwbouw. Bouwwaarde"
description: "Maatstaf van heffing. Minimummaatstaf van heffing. Parlementaire vraag nr. 103 van 24 december 1986 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/103-maatstaf-heffing-minimummaatstaf-werk-in-b85d"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/103-base-imposition-minimale-valeur-normale-8412"
---

# Maatstaf van heffing. Minimummaatstaf van heffing. Werk in onroerende staat. Nieuwbouw. Bouwwaarde. · Maatstaf van heffing. Minimummaatstaf van heffing. Werk in onroerende staat. Nieuwbouw. Bouwwaarde. Oprichtingswaarde. Bestek. Plan. Gebouw. Onroerend goed. Controlemaatregel. Verplichtingen. Bouwdossier. Fiscale geldboete. Boete. Expertise. Deskundige schatting. Wettelijk vermoeden. Bewijs

**Nummer**

103

**Datum**

24 december 1986

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

9 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1986-1987 blz. 956**

*Maatstaf van heffing - Minimummaatstaf van heffing - Werk in onroerende staat - Nieuwbouw - Bouwwaarde - Oprichtingswaarde - Bestek - Plan - Gebouw - Onroerend goed - Controlemaatregel - Verplichtingen - Bouwdossier - Fiscale geldboete - Boete - Expertise - Deskundige schatting - Wettelijk vermoeden - Bewijs*

## **VRAAG**

Iedereen die een BTW-bouwaangifte doet, stelt vast dat de waarde van het gebouw, geschat door de administratie van de BTW, ver de werkelijke verkoopwaarde op dat moment, overtreft. En dit terwijl in deze laatste de waarde van de grond is begrepen.

Graag vernam ik van de geachte Minister hoe het komt dat de geschatte waarde zo ver boven de werkelijke verkoopwaarde ligt en waarom er tevens geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende streken in dit land, aangezien de waarde van onroerend goed niet overal dezelfde is.

## **ANTWOORD**

Ten aanzien van werk in onroerende staat met betrekking tot de oprichting van een gebouw mag de maatstaf van heffing waarover de BTW geheven wordt niet lager zijn dan de normale waarde van dat werk, dit is de prijs die kan worden verkregen onder vrije mededinging tussen een aannemer en een bouwheer die van elkaar onafhankelijk zijn (art. 36, § 1, b, en 32, tweede lid, van het BTW-Wetboek).

Wanneer de opdrachtgever meer dan een aannemingscontract heeft gesloten voor de oprichting van het gebouw, mag het totaal van de maatstaven van heffing betreffende die contracten niet lager zijn dan de normale waarde van de gezamenlijke werken ([art. 36, § 2, eerste lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-36)).

Uit wat voorafgaat blijkt dat, in geval van oprichting van een gebouw, de minimummaatstaf van heffing niet de verkoopwaarde is van het gebouw maar de oprichtingswaarde die inderdaad, in bepaalde omstandigheden hoger kan zijn dan de verkoopwaarde.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 36](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-36) 1 voorkomen
