Vr. en Antw., Senaat
BTW - Besluiten met terugwerkende kracht
VRAAG
Zeventien artikelen van het koninklijk besluit van 22 november 1994 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 8, 18, 24, 31, 46, 48 en 50 inzake belasting over de toegevoegde waarde treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 1993 ( Belgisch Staatsblad van 1 december 1994, blz. 29788).
1. In hoeverre is dit besluit bestaanbaar met artikel 106 van de wet van 4 augustus 1986 houdende fiscale bepalingen ( Belgisch Staatsblad van 20 augustus 1986) dat bepaalt dat de ter uitvoering van de belastingwetten genomen besluiten alleen beschikken voor het toekomende?
2. Waarom werd het advies van de Raad van State niet gevraagd voor de artikelen die geen betrekking hebben op de inschrijving van voertuigen en waarvoor geen hoogdringendheid kan worden ingeroepen?
ANTWOORD
In antwoord op zijn vraag kan ik het geacht lid het volgende mededelen.
1. De wijzigingen aangebracht door de door het geachte lid aangehaalde zeventien artikelen hebben enkel tot doel kleine onnauwkeurigheden te herstellen in de tekst van de op 1 januari 1993 uitgevaardigde besluiten. Die wijzigingen zijn derhalve van louter technische aard en raken niet aan de inhoud van de oorspronkelijke teksten. Ze brengen in sommige gevallen de Nederlandse en de Franse teksten met elkaar in overeenstemming terwijl in andere gevallen verwijzingen naar andere besluiten aangepast worden ingevolge wijzigingen van die laatste. Ze zijn dan ook niet in tegenspraak met de bepalingen van artikel 108 van de wet van 4 augustus 1986 daar ze geen nieuwe fiscale verplichtingen opleggen noch bestaande verplichtingen wijzigen.
Een strikte toepassing van de genoemde wet zou dergelijke correcties onmogelijk maken wat op termijn aanleiding zou kunnen geven tot verwarring en verkeerde interpretatie, waar, naar ik aanneem, ook het geachte lid geen voorstander van is.
2. Ook voor de andere artikelen die geen betrekking hebben op de inschrijvingen van voertuigen en waarvoor geen terugwerkende kracht werd ingeroepen, was de hoogdringendheid verantwoord.
Die artikelen kunnen in drie groepen worden opgesplitst.
Een eerste groep heeft betrekking op op te maken stukken en inschrijvingen in het garageregister. De maatregelen die deze artikelen inhouden dienden onverwijld te worden genomen om een correcte inning en controle van de verschuldigde belasting niet in het gedrang te brengen.
Een tweede groep heeft betrekking op het vignet dat het communautaire karakter van voertuigen vastlegt. Indien voor een voertuig waarvoor een dergelijk vignet voorhanden is geen nummerplaat wordt aangevraagd, blijft dit vignet ongebruikt. Om misbruik ervan te vermijden moest zo vlug mogelijk voorzien worden in een mogelijkheid om het vignet onbruikbaar te maken.
Een laatste groep heeft betrekking op het uitoefenen van het recht op aftrek door personen die toevallige belastingplichtigen worden voor de verkoop van een nieuw vervoermiddel. De genomen maatregelen dienden zo vlug mogelijk van toepassing te worden om te vermijden dat de genoemde personen hun recht op aftrek niet zouden kunnen uitoefenen.
Bovendien werd ook hier van de gelegenheid gebruik gemaakt om een paar verbeteringen aan te brengen in de zin van wat onder punt 1 werd uiteengezet.
(Vr. en Antw. Senaat, G.Z. 1994-95, nr. 156)
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.