Parlementaire vraag nr. 1007 van de heer Josy Arens d.d. 27.04.2022
Kamer, Vragen en Antwoorden, 2021-2022, QRVA 55/086 d.d. 25.05.2022, blz. 173
Vraag nr. 1007 van De heer volksvertegenwoordiger Josy Arens van 27 april 2022 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding:
Betalingsuitstel in geval van leveringen door in het buitenland gevestigde belastingplichtigen met een globaal btw-identificatienummer beginnend met 796.5.
VRAAG
1. Mag een in het buitenland gevestigde belastingplichtige, die bij de Belgische btw-diensten geïdentificeerd wordt door middel van een nummer beginnend met 796.5 en die goederen uit derde landen invoert in België, goederen leveren aan een in België gevestigde belastingplichtige?
2. Wie moet er in dat geval de btw betalen op de levering van de goederen in België aan een belastingplichtige die bij de btw-diensten periodieke aangiften indient?
3. Wie moet de btw betalen op de invoer van de goederen die door die belastingplichtige in België geïmporteerd worden?
ANTWOORD
van de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding van 23.05.2022:
1. Artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit nr. 31 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen, somt op limitatieve wijze de situaties op waarin een niet in België gevestigde belastingplichtige die er niet geïdentificeerd is onder een individueel nummer, kan worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon onder een globaal nummer dat begint met 796.5 of 796.6.
Zodoende bepaalt artikel 2, § 1, 1°, van dat koninklijk besluit nr. 31 dat de niet in België gevestigde belastingplichtige die er niet is geïdentificeerd kan worden vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon (via een globaal nummer dat begint met 796.5), wanneer hij schuldenaar is van de belasting ingevolge invoeren van goederen in België die niet geplaatst zijn onder een andere regeling van entrepot dan douane-entrepot, in de mate waarin de invoer is geschied met het oog op een volgende levering van dezelfde goederen.
2. Artikel 51, § 2, eerste lid, 5°, van het Btw-Wetboek, voorziet onder meer dat de belasting verschuldigd is door de in België gevestigde medecontractant die gehouden is tot het indienen van de periodieke aangiften, wanneer de handeling, een levering van goederen of een dienst, wordt verricht door een niet in België gevestigde belastingplichtige en de handeling niet vrijgesteld is ingevolge de artikelen 39 tot 44bis van het Btw-Wetboek.
Bijgevolg betekent dit dat de in België gevestigde belastingplichtige die gehouden is om periodieke aangiften in te dienen de schuldenaar is van de btw voor wat betreft de erop volgende levering van de goederen die werden ingevoerd door die buitenlandse belastingplichtige.
3. Artikel 6, § 2, van het koninklijk besluit nr. 7 met betrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt wie de geadresseerde is bij invoer, met andere woorden diegene die de schuldenaar is van de btw bij invoer. In de regel is de geadresseerde de verkrijger aan wie de goederen worden verzonden op het tijdstip waarop de belasting opeisbaar wordt en, wanneer er geen verkrijger is, degene die op dat moment eigenaar is van de goederen. Echter, de leverancier of een vorige leverancier mag ervoor kiezen om als geadresseerde op te treden op voorwaarde dat hij in België is gevestigd, in België voor de btw is geïdentificeerd via een individueel nummer of hij er wordt vertegenwoordigd door een vooraf erkende persoon.
In zover de buitenlandse belastingplichtige optreedt als geadresseerde bij invoer in de hoedanigheid van verkrijger, van eigenaar of van vorige verkoper, wordt een invoeraangifte met inverbruikstelling opgemaakt op zijn naam, met onder andere vermelding van het globaal btw-identificatienummer dat begint met BE0796.5 van de vooraf erkende persoon die hem vertegenwoordigt voor deze handeling.
De verschuldigde btw moet in principe worden voldaan bij de douane op het ogenblik van de aanvaarding van de aangifte ten verbruik, maar de betaling kan, mits een machtiging, uitgesteld worden tot de donderdag van de week die volgt op die waarin de aangifte ten verbruik wordt aanvaard. De betaling van de btw kan eveneens worden verlegd in de periodieke btw-aangifte als de vooraf erkende persoon houder is van een vergunning tot verlegging van de voldoening van de btw bij invoer.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.