---
title: "Parlementaire vraag 1 · Ontvangstbewijzen: uitreiking"
description: "Ontvangstbewijzen: uitreiking, uitreiking van een ontvangstbewijs. Parlementaire vraag nr. 1 van 7 juni 1977 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1-ontvangstbewijzen-uitreiking-lahaye-ontvangstbewijs-0631"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1-recus-delivrance-lahaye-d1b6"
---

# Ontvangstbewijzen: uitreiking

**Nummer**

1

**Datum**

7 juni 1977

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Ontvangstbewijzen: uitreiking*

## **VRAAG**

Overeenkomstig het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969 inzake de BTW (art. 82), in werking getreden op 1 april 1973, wordt bepaald in paragraaf 1, 2°, dat de belastingplichtige is gehouden aan zijn klant een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken, ten aanzien van de nagenoemde handelingen:... 2° het verschaffen van maaltijden en van dranken die worden verbruikt bij die maaltijden, door de exploitant van een restaurant.

Is deze regeling eveneens van toepassing op de uitbater van een café die enkel en alleen, naast zijn bieren, eveneens «kip aan het spit met brood» en «croque-monsieur» verschaft en dit zonder dat hiervoor een bestek wordt uitgereikt?

Dient hij eveneens ontvangstbewijzen te laten drukken bij een door de administratie erkende drukker overeenkomstig artikel 82, § 2, van voornoemd koninklijk besluit?

Dient hij zich tevens te houden aan het artikel 82, § 3, van zelfde koninklijk besluit?

## **ANTWOORD**

De verplichting een rekening of ontvangstbewijs uit te reiken die voorgeschreven is bij artikel 82 van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt opgelegd aan de restauranthouders, d.w.z. de exploitanten die in een inrichting warme of koude maaltijden verschaffen, ongeacht of die maaltijden bestaan uit één of meer schotels.

Wordt niet als restauranthouder aangemerkt, de cafehouder die in hoofdzaak een drankgelegenheid exploiteert en daarnaast bijkomstig aan zijn klanten afzonderlijk of tegelijk lichte maaltijden verschaft bestaande uit een klein voorgerecht.

Dit is het geval voor de caféhouder die, zoals het geachte lid vermeldt, een drankslijterij uitbaat, en die bijkomstig aan een klant «kip aan het spit met brood» en «croque-monsieur serveert.

In dit geval moet de caféhouder geen rekening of ontvangstbewijs uitreiken en hij moet evenmin de verplichtingen van artikel 82, §§ 2 tot 7, van het voormelde koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969 naleven.
