---
title: "Parlementaire vraag 1 · Egalisatiebelasting. Bedoelde sectoren. Boekhouding"
description: "Egalisatiebelasting. Bedoelde sectoren. Boekhouding, boekhouden. Parlementaire vraag nr. 1 van 15 oktober 1970 (Belgisch federaal parlement)."
url: "https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1-egalisatiebelasting-bedoelde-sectoren-boekhouding-maisse-3622"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/1-taxe-egalisation-secteurs-concernes-comptabilite-4a7a"
---

# Egalisatiebelasting. Bedoelde sectoren. Boekhouding

**Nummer**

1

**Datum**

15 oktober 1970

## Over het document

**Verzameling**

Parlementaire vragen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

27 paragrafen

**Vr. en Antw., Senaat**

*Egalisatiebelasting - Bedoelde sectoren - Boekhouding*

## **VRAAG**

[Artikel 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) van het Wetboek op de BTW liet vermoeden dat alle kleine detaillisten wier omzet na aftrek van belasting 1 miljoen 500.000 frank niet te boven gaat de toepassing van de egalisatiebelasting zouden bekomen. Uw bestuur schijnt echter dat artikel restrictief op te vatten en talrijke kleine detaillisten van de toepassing ervan te willen uitsluiten.

Naar ik verneem, zou de egalisatiebelasting alleen gelden voor volgende sectoren van de kleinhandel:

1° algemene voeding, behalve groenten en fruit;

2° schoenen;

3° weefsels, tafel- en huishoudlinnen, garen en band, hoeden, uitzet, confectie, meubelstoffen;

4° drogisterij, onderhoudsprodukten, verf;

5° boeken en dagbladen.

In alle andere sectoren zouden de detaillisten moeten kiezen tussen het normaal stelsel met volledige boekhouding en het forfaitair stelsel. Het forfaitair stelsel geldt echter ook niet voor alle sectoren, zodat zeer kleine bedrijven een volledige boekhouding zullen moeten bijhouden.

Kan u mij meedelen:

a) of bovenstaande inlichtingen juist zijn;

b) waarom de egalisatiebelasting restrictief wordt toegepast: een handelaar in suikerwaren, of in groenten en fruit, of nog in geschenkartikelen, in artikelen voor hengelaars, in papierwaren, enz., zal het even moeilijk hebben om een boekhouding bij te houden en om zijn omzet aan te geven met bewijsstukken als een handelaar in algemene voeding, textiel of schoenen;

c) met welke documenten die detaillisten het bedrag van hun verkoop voldoende kunnen bewijzen om niet bij vergelijking of anderszins te worden belast op grond van een omzet die hoger is dan de werkelijk geboekte cijfers?

Is de Minister niet van oordeel dat de niet-toepassing van de egalisatiebelasting op vele kleine detaillisten zijn bestuur een uitgebreide controletaak zal opleggen, die zeer moeilijk zal vallen, daar vele belastingplichtigen in deze categorie niet al hun verplichtingen zullen kunnen nakomen?

## **ANTWOORD**

Het stelsel van de egalisatiebelasting dat wordt voorgeschreven bij [artikel 56, § 2, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56), wordt geregeld bij het koninklijk besluit nr. 19, van 20 juli 1970 ( Belgisch Staatsblad van 31 juli 1970).

In artikels 1, 2 en 3 van dat besluit worden de voorwaarden gepreciseerd waaraan de belastingplichtigen moeten voldoen om aan dat stelsel te worden onderworpen. Een van die voorwaarden is dat de werkzaamheid moet betrekking hebben op een van de vijf bedrijfssectoren die het geachte lid vermeldt.

Bij het opstellen van het koninklijk besluit nr. 19, heeft de regering inzonderheid de talrijke verwikkelingen menen te moeten vermijden, die het gevolg zouden zijn van het groot aantal tarieven van de egalisatiebelasting. Er werd onder meer rekening gehouden met de vrees van fabrikanten en groothandelaars welke die egalisatiebelasting op hun facturen hadden moeten toepassen. Gelet op de zeer grote verschillen die de winstmarges gemiddeld in de verschillende sectoren van de kleinhandel vertonen, heeft de regering beslist de toepassing van dat stelsel te beperken tot de kleinhandelaars van vijf bedrijfssectoren.

Voor de kleinhandelaars die niet aan de egalisatiebelasting zijn onderworpen, maar van wie de jaaromzet niet meer bedraagt dan 5 miljoen, werden andere maatregelen getroffen om de verplichtingen die uit de normale regeling voortvloeien te vereenvoudigen.

Ze kunnen worden onderworpen aan de bij [artikel 56, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56), van het Wetboek bepaalde forfaitaire regeling voor de bedrijfssectoren waarvoor een dergelijke forfaitaire regeling werd vastgesteld. Voor 1971, heeft de administratie, na overleg met de betrokken beroepsgroeperingen, een twintigtal forfaitaire regelingen vastgesteld. Met de forfaitaire regeling is de belastingplichtige er inzonderheid van ontslagen het bedrag van de handelingen met particulieren te bewijzen door middel van een dagboek van ontvangsten.

Bovendien moeten de betrokken kleine ondernemingen slechts om de drie maanden een aangifte indienen. Ze moeten echter wel iedere maand voorschotten storten, volgens eerstdaags vast te stellen modaliteiten.

Wat de boekhouding betreft, moeten ze geen gedetailleerde boekhouding van al hun handelingen voeren, maar alleen volgende boeken houden:

1° een boek voor inkomende facturen;

2° een boek voor uitgaande facturen, om de facturen in te schrijven die ze eventueel moeten uitreiken;

3° een dagboek van ontvangsten. Hierin moet dag na dag het totale bedrag van de ontvangsten betreffende de handelingen waarvoor geen factuur werd uitgereikt, worden aangetekend (verkopen van roerende goederen aan of roerende werken voor particulieren). Om het bedrag van de in de ontvangsten begrepen belastingen vast te stellen, moeten de aantekeningen in het dagboek in den beginne per BTW-tarief geschieden. Voor sommige toestanden waarbij de uitsplitsing moeilijkheden biedt, onderzoekt de administratie echter forfaitaire methodes voor de uitsplitsing van de ontvangsten.

## Aangehaalde teksten

1

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 3 voorkomens
