---
title: "a5063bce · 12/1984 · 10 oktober 1984 · Omzendbrief 12/1984 · Taux réduit, Tabel A"
description: "Taux réduit, Tabel A, Rubriek XXXI, Rubriek XXXII, Rubriek XXXIII. Omzendbrief nr. 12/1984 van 10 oktober 1984 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/omzendbrieven/12-1984-aanschrijving-taux-reduit-tabel-rubriek-a506"
lang: "nl"
---

# Taux réduit, Tabel A, Rubriek XXXI, Rubriek XXXII

**Nummer**

12/1984

**Datum**

10 oktober 1984

## Over het document

**Verzameling**

Omzendbrieven

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

181 paragrafen

**AANSCHRIJVING 84-012/2**

**Aanschrijving nr. 12 dd. 10.10.1984**

*Tarief*

*Verlaagd tarief*

*Tabel A*

*Rubriek XXXI*

*Rubriek XXXII*

*School*

*Rubriek XXXIII*

*Onroerend goed*

*Gebouw*

*Gehandicapte*

*Gebouw voor huisvesting van gehandicapten*

*Huisvesting van gehandicapten*

*Ondernemer*

*Werk in onroerende staat*

*Bejaarde*

*Leerling*

*Student*

*Rustoord*

*Internaat*

*Verblijfsinrichting*

*Vernieuwing*

*Onroerende verhuur*

*Sociale woning*

*Eindverbruiker*

*Herziening van de aftrek*

*Aftrek*

*Factuur*

*Appartement*

*Gemeenschappelijke delen van een appartement*

Onderafdeling III.--Invloed van de erkenning op de toepassing van het verlaagd tarief.

I. Situatie waarin de exploitant of de toekomstige exploitant op het ogenblik van de uitvoering van de handeling nog niet in staat is de erkenning aan te vragen.

39\. Onverminderd hetgeen gezegd wordt onder nr. 44, aanvaardt de administratie om voorlopig en onder voorbehoud van een herziening (z. nrs. 48, 49 en 53) de hoedanigheid van eindverbruiker en het onmiddellijke recht op de toepassing van het verlaagd tarief toe te kennen aan elke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke persoon die bewijst de vaste bedoeling te hebben een verblijfsinrichting voor bejaarden op te richten en te exploiteren en voor deze inrichting de erkenning voorzien in de wet van 12 juli 1966 te zullen bekomen. Dit geldt zowel voor de oprichting van een nieuwe inrichting als voor veranderingswerken aan en de uitbreiding van een reeds erkende inrichting, evenals voor de werken waartoe opdracht wordt gegeven door een inrichting waarvan de erkenning voorlopig is geweigerd of tijdelijk is ingetrokken ten einde zich in regel te kunnen stellen.

40\. De te leveren bewijzen verschillen naargelang de hoedanigheid van de persoon die de inrichting beheert of zal beheren.

41\. Wanneer de exploitant of de toekomstige exploitant een ondergeschikt bestuur, een instelling van openbaar nut of een vereniging zonder winstoogmerk is, kan hij aanspraak maken op de toelagen voor het bouwen, het verbouwen en/of de uitrusting van zijn inrichting (wet van 22 maart 1971 tot subsidiëring van de bouw van rustoorden voor bejaarden (Belgisch Staatsblad van 7 april 1971) en kon. besl. van 2 en 3 mei 1972 (Belgisch Staatsblad van 30 mei 1972)). Deze subsidiëring is ondergeschikt aan de indiening van een aanvraag met het oog op het bekomen van het principieel akkoord van de Minister onder wie de Volksgezondheid ressorteert en dit alvorens er enig werk werd besteld; ze veronderstelt de indiening ter goedkeuring van dossiers en plans, het sluiten van overeenkomsten volgens de procedure van de openbare aanbesteding en tenslotte de uitdrukkelijke ministeriële belofte tot subsidiëring. Het leveren van het bewijs tegenover de aannemers van de werken en tegenover de administratie dat er aldus werd gehandeld, is noodzakelijk doch voldoende voor de voorlopige toepassing van het verlaagd tarief.

42\. Wanneer de exploitant of de toekomstige exploitant niet van deze subsidies kan genieten bestaat er geen enkele officiële procedure tot voorafgaandelijke erkenning en de zuiver informele contacten welke er gelegd kunnen zijn met de administratie belast met de erkenning brengen geen enkele uitdrukkelijke verbintenis met zich mee. Het bewijs van het recht op de toepassing van het verlaagd tarief kan derhalve slechts blijken uit ondubbelzinnige daden door dewelke de exploitant of de toekomstige exploitant duidelijk zijn bedoeling tot oprichting, verandering of uitbreiding van een verblijfsinrichting voor bejaarden aantoont; onder de indiciën die in dit opzicht in aanmerking kunnen komen kan men als richtinggevend vermelden:

\- een koopakte van een gebouw die de latere bestemming ervan aanduidt;

\- de aanvraag van de bouwvergunning voor zover ze voldoende gedetailleerd is;

\- de met de architect of aannemer gevoerde briefwisseling; de plans en lastenboeken welke de aanpassing van het gebouw aan de bijzondere bestemming ervan aantonen;

\- de publiciteit toegespitst op de aard van de toekomstige exploitatie;

\- in geval van uitbreiding en veranderingswerken de omstandigheid dat de inrichting reeds erkend is voor de oorspronkelijke installatie.

43\. De exploitant of de toekomstige exploitant welke in één van de situaties verkeert beoogd in nr. 42 kan steeds contact opnemen met het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert om er zijn bedoeling ter kennis te brengen en ze te verrechtvaardigen. Indien de verstrekte aanwijzingen volstaan kan dit kantoor een voorlopig attest uitreiken onder voorbehoud van de aanvraag tot erkenning en van de erkenning zelf. Tegenover de aannemer van de onroerende werken kan dan tot staving van de toepassing van het verlaagd tarief worden verwezen naar dit attest.

44\. De exploitant of toekomstige exploitant kan zich in geen geval beroepen op de toepassing van het verlaagd tarief wanneer hij zich, tot op het ogenblik van de definitieve erkenning als BTW-belastingplichtige heeft beschouwd voor zijn werkzaamheid een aangifte van aanvang van werkzaamheid heeft ingediend en zich heeft laten registreren voor de BTW. Het op de onroerende handelingen toepasselijk tarief van 17 pct. is in een dergelijk geval van rechtswege opeisbaar (z. nr. 27 tweede lid in fine).

## II. Op het ogenblik dat de handeling wordt uitgevoerd heeft de exploitant de erkenning aangevraagd.

45\. Zoals voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in [artikel 44 § 2, 2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) en voor zover deze vrijstelling wordt ingeroepen tijdens de periode van afwachting (z. nrs. 27 tweede lid in fine en 44) aanvaardt de administratie dat de verblijfsinrichting voor bejaarden die haar erkenning heeft aangevraagd zich ten voorlopige titel en onder voorbehoud van herziening (z. nrs. 48, 49 en 53) op het voordeel van het verlaagd tarief kan beroepen voor onroerende werkzaamheden uitgevoerd aan deze inrichting zolang de erkenning niet definitief werd geweigerd.

46\. Een verwijzing naar de aanvraag tot erkenning en de ontvangstmelding ervan worden aangebracht op het attest uitgereikt aan de dienstverrichters ter verantwoording van de toepassing van het verlaagd tarief.

## III. Geval waarin de exploitant zijn erkenning heeft verkregen op het ogenblik van de uitvoering van de handeling.

47\. Het tarief van 6 pct. is van toepassing op de onroerende handelingen uitgevoerd aan de door de erkenning beoogde huisvestingslokalen. Een verwijzing naar deze erkenning wordt aangebracht op het attest uitgereikt aan de dienstverrichters voor de toepassing van het verlaagd tarief.

Onderafdeling IV.-- Gebeurlijke herziening van de belasting die voorlopig werd geheven tegen het tarief van 6 pct.

## I. Onrechtmatige toepassing van het verlaagd tarief van 6 pct.

48\. Er is een onrechtmatige toepassing van de nieuwe regeling telkens wanneer een persoon zich op het voordeel van het verlaagd tarief heeft beroepen op basis van een eventuele erkenning en hij deze erkenning niet daadwerkelijk heeft gevraagd of wanneer zelfs indien hij ze heeft gevraagd, hij aan zijn inrichting een eerste bestemming heeft gegeven die niet overeenkomt met deze welke de erkenning en de rechtmatige toepassing van het verlaagd tarief zou hebben toegestaan (b.v. openen van een hotel, verhuur van lokalen voor beroepsdoeleinden of voor elke andere bestemming die aan de belanghebbende niet de hoedanigheid van eindverbruiker verleent).

49\. In dergelijke gevallen gebeurt de herziening van het verlaagd tarief in het kader van een globale inregelstelling ten einde voor de beoogde persoon de voor zijn activiteit geldende belastingregeling toe te passen.

## II. Definitieve weigering van de erkenning.

50\. De situatie is anders wanneer de definitieve weigering van de erkenning gebeurt op het ogenblik waarop de exploitant een aanvang heeft genomen met de exploitatie van de huisvesting van bejaarden (bijvoorbeeld wegens het niet naleven van de veiligheidsnormen).

51\. Een strikte toepassing van de nieuwe wetgeving zou in dit geval voor de exploitant de verplichting meebrengen tot terugstorting van het verschil tussen de belasting verschuldigd tegen het normaal toepasselijk tarief (17 pct.) en deze geheven tegen het verlaagd tarief (6 pct.) voor de onroerende handelingen uitgevoerd tot op het ogenblik van de definitieve weigering van de erkenning.

52\. Om evenwel rekening te houden met de onzekerheid ontstaan door de wachtperiode, aanvaardt de administratie:

1 dat de definitieve weigering van de erkenning geen terugwerkende kracht heeft en dat de exploitant slechts de hoedanigheid van niet-belastingplichtige verliest (z. nr. 27) op het ogenblik dat de definitieve weigering wordt betekend;

2 dat het verlaagd tarief terecht werd toegepast in de mate dat het betrekking heeft op de activiteiten in de periode die voorafgaat aan de definitieve weigering van de erkenning.

53\. Hieruit volgt:

1 dat indien de exploitant, na de definitieve weigering van de erkenning, een geheel met BTW belastbare werkzaamheid uitoefent, de vijfjarige of de tienjarige herziening in zijn voordeel die, inzonderheid voor de investeringen, voorzien is bij [artikel 18, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art18), [4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb#ar3-art4), van het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969 inzake de aftrekregeling van de BTW, slechts betrekking heeft op het verlaagd tarief van 6 pct., waarvan hij tot op heden geen aftrek heeft kunnen doen, met dien verstande evenwel dat, zo er zich nadien een nieuwe vijfjarige of tienjarige herziening opdringt, dit keer in het voordeel van de Staat (bijvoorbeeld, omdat de belanghebbende een gemengde belastingplichtige zou worden of de hoedanigheid van belastingplichtige zou verliezen), deze dient te gebeuren op basis van een belasting van 17 pct.;

2 dat indien de exploitant, na de weigering van de erkenning, een niet met BTW belastbare werkzaamheid uitoefent, de herziening van het verlaagd tarief moet gebeuren in het voordeel van de Schatkist door een gelijkaardige berekening als die welke de vijfjarige of de tienjarige herziening van de belastingen geheven over investeringen regelt, tot beloop van een vijfde of een tiende voor het jaar van de weigering van de erkenning en voor de nog te lopen jaren van het herzieningstijdvak;

3 dat geen enkele herziening van het verlaagd tarief dient te gebeuren indien, na de weigering van de erkenning, de exploitant wegens een andere reden als eindverbruiker dient beschouwd te worden waardoor hij van dit tarief kan genieten (b.v. verhuur van woningen, al dan niet gemeubeld).

54\. Er wordt opgemerkt dat de voorlopige weigering van de erkenning op zichzelf (z. nr. 37, eerste lid) tot geen enkele herziening van het verlaagd tarief aanleiding geeft.

III.Intrekking van de erkenning. Stopzetting of wijziging van activiteit.

55\. Het kan gebeuren dat een vroeger toegestane erkenning wordt ingetrokken, tijdelijk of definitief, en dat in dit laatste geval ze vergezeld gaat van een beslissing tot sluiting van de inrichting (z. nr. 37, tweede lid). Anderzijds kan de exploitant op een bepaald ogenblik afzien van de exploitatie van zijn erkende inrichting, hetzij door stopzetting van alle activiteit, hetzij door zijn activiteit te wijzigen

56\. Geen van deze situaties doet afbreuk aan het integraal voordeel van het verlaagd tarief dat rechtmatig werd toegepast tijdens de periode waarop de erkenning betrekking had.

IV.Overname van de inrichting door een persoon die de exploitatie ervan voortzet.

57\. Er wordt opgemerkt dat, wanneer de exploitant zijn rechten tot exploitatie overdraagt aan een ander persoon die de exploitatie voortzet, laatstgenoemde gehouden is de erkenning voor hemzelf aan te vragen. Om dus op zijn beurt het verlaagd tarief te mogen toepassen, dient hij zelf een aanvraag tot erkenning in te dienen.

Afdeling III.-- Bijzondere toepassingsvoorwaarden. Homes voor gehandicapten.

## I. Omschrijving van de beoogde inrichting.

58\. Het voordeel van het verlaagd tarief kan, overeenkomstig de algemene voorwaarden voorzien in de eerste afdeling, worden ingeroepen door instellingen welke, met een internaatstelsel, op duurzame wijze gehandicapten opnemen die een tegemoetkoming van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten genieten.

59\. Er wordt opgemerkt dat de aldus omschreven privaatrechtelijke instellingen genieten van de vrijstelling van de BTW krachtens [artikel 44, § 2, 1 en 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), van het Wetboek.

## II. Exploitatievoorwaarden.

60\. Om zich op het verlaagd tarief te kunnen beroepen, moet de inrichting de volgende voorwaarden tezamen vervullen:

1 ze dient gehandicapten op te nemen die genieten van een tegemoetkoming van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten;

2 ze dient deze personen op te nemen op een duurzame wijze met internaatstelsel;

3 ze dient met het oog op deze opname erkend te zijn door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort.

## III. Hoedanigheid van de kostgangers.

61\. De personen die in aanmerking komen om te genieten van de tegemoetkoming van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten zijn opgenomen in een lijst - bijgevoegd als bijlage III - weergegeven in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 (Belgisch Staatsblad van 14 november 1967) tot oprichting van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, aangevuld bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 september 1970 (Belgisch Staatsblad van 13 oktober 1970).

62\. Op vraag van deze personen bij de Gouverneur van de provincie waar ze hun wettelijke woonplaats hebben, en na onderzoek van hun voorwaarden als rechthebbenden, bepaalt de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort het bedrag van de tegemoetkoming van het Fonds in de dagprijzen die toegepast worden door de erkende verblijfsinrichting.

63\. Het zijn de op die wijze uit hoofde van hun fysieke of mentale handicap gesubsidieerde personen die, in principe, de kostgangers van de beoogde tehuizen dienen te zijn.

## IV. Duurzaam verblijf met internaatstelsel.

64\. Het verkrijgen van de hoedanigheid van eindverbruiker is ondergeschikt aan de voorwaarde dat de beoogde gehandicapten op een duurzame wijze, met internaatstelsel, worden gehuisvest. Behalve de eenvoudige terbeschikkingstelling van woonruimten dient het home ook werkelijk te fungeren als de eigen woning van de gehandicapten waar hen de huishoudelijke en, desgevallend, ook de medische of paramedische zorgen worden verstrekt.

65\. De hoedanigheid van eindverbruiker, en het recht op de toepassing van het verlaagd tarief dat daaraan verbonden is, gelden inzonderheid voor de exploitanten van homes bestemd voor de huisvesting van volwassen gehandicapten die zelf, door hun eigen werk, geheel of gedeeltelijk voorzien in hun levensonderhoud maar waarvoor, wegens afwezigheid van alle familiale of sociale hulp, de huisvesting in een beschermde omgeving het onmisbaar middel is om een onafhankelijk leven te leiden. De omstandigheid dat een dergelijk home een integrerend deel zou kunnen zijn of een aanvulling zou kunnen vormen van een beschermde werkplaats, blijft in dit opzicht zonder invloed, met dien verstande evenwel dat de hoedanigheid van eindverbruiker slechts kan gelden voor het home en niet voor de beschermde werkplaats.

66\. De hoedanigheid van eindverbruiker wordt daarentegen niet toegekend aan de exploitanten van de homes die werken met het stelsel van semi-internaat.

67\. Anderzijds moet de exploitant aan de kostganger een duurzaam verblijf verstrekken, in tegenstelling tot een kortstondig of een tijdelijk verblijf. Benevens de vakantiecentra of herstellingscentra, is het home dat bestemd is voor de tijdelijke opvang vangehandicapten, waarvan de familie tijdelijk ingevolge bijzondere omstandigheden in de onmogelijkheid verkeert hen te verzorgen, aldus van deze regeling uitgesloten.

Het kan evenwel gebeuren dat homes, erkend voor de duurzame huisvesting van gesubsidieerde kostgangers, bijkomstig of tijdelijk personen opnemen die niet voldoen aan de vereiste voorwaarden. De administratie aanvaardt evenwel dat deze situatie niet onverenigbaar is met de toepassing van de gunstregeling. Slechts indien de door de nieuwe wetgeving beoogde huisvesting zelf bijkomstig is geworden, dient, voor de toepassing van het verlaagd tarief, een splitsing te worden gedaan volgens het aantal beoogde kostgangers in verhouding tot het totaal aantal kostgangers.

68\. Er mag tenslotte niet uit het oog worden verloren dat het verlaagd tarief slechts van toepassing is op de onroerende handelingen uitgevoerd aan de vertrekken gebruikt of bestemd om te worden gebruikt als internaat. In dit opzicht wordt aangenomen dat een centrum voor revalidatie of voor onderwijs dat, in het kader van het home, werkzaam is voor het noodzakelijk belang van de kostgangers, deel uitmaakt van de vertrekken voor huisvesting, uiteraard met uitsluiting van de beschermde werkplaats (z. nr. 65, in fine) waarvan de exploitatie overigens onderworpen is aan de BTW.

## V. Erkenning van het home voor gehandicapten.

69\. De instellingen bestemd om gehandicapten op te nemen, die gesubsidieerd worden door het bedoelde Fonds, zijn erkend door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft.

Anderzijds genieten deze instellingen, in het kader van deze erkenning en onder bijzondere voorwaarden, van subsidies ten laste van de begroting van de voornoemde Minister, en dit voor de oprichting, de inrichting, de vergroting, de modernisering en de uitrusting.

70\. Zoals voor de rusthuizen voor bejaarden is het recht op de toepassing van het verlaagd tarief inzonderheid ondergeschikt aan de beoogde erkenning. In dit opzicht gelden de regels uitgevaardigd voor de rusthuizen dus mutatis mutandis voor de homes voor gehandicapten. Het blijkt evenwel dat, inzonderheid wegens de subsidiëring van het home en van zijn erkenning in het kader van deze subsidiëring, dat de ter zake vereiste rechtvaardigingen zeer snel en op afdoende wijze kunnen worden verstrekt.

Afdeling IV.--Internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen.

Toepassingsgebied van het verlaagd tarief.

71\. Publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen, die scholen of universiteiten beheren, genieten slechts van het verlaagd tarief voor de onroerende handelingen die betrekking hebben op de vertrekken gebruikt of bestemd om te worden gebruikt als huisvesting voor leerlingen en studenten in de internaten toegevoegd aan hun instelling. Dit voordeel wordt, onder dezelfde voorwaarden, uitgebreid tot de instellingen die, zelfs indien ze worden beheerd door andere personen dan de eigenlijke school of universiteit, er niettemin direct afhankelijk van zijn.

Scholen of universiteiten.

72\. Als scholen of universiteiten worden aangemerkt de instellingen die school- of universitair onderwijs verstrekken en die in deze hoedanigheid, ingevolge [artikel 44, § 2, 4, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), van de BTW zijn vrijgesteld. Het beoogde onderwijs is, in de regel, dat wat wordt verstrekt in instellingen van de traditionele onderwijsnetten, zowel de officiële als de vrije, zoals de bewaarschool, het lager, middelbaar, normaal-, technisch, kunst-, universitair of buitengewoon onderwijs (z. aanschr. 19/1978 (5), nr. 4, 1, a).

(5) Z. Revue nr. 36, blz. 517.

Internaten die zijn toegevoegd aan of die afhangen van de beoogde instellingen.

73\. Onder "internaat" wordt verstaan, welke ook zijn benaming (internaat, pensionaat, enz.) is, de instelling waar leerlingen en studenten, internen genoemd, in principe voor de volledige duur van hun studiejaar worden gehuisvest. Dit begrip veronderstelt bijgevolg dat, naast de terbeschikkingstelling van de woongelegenheid op duurzame wijze huishoudelijke zorgen worden verstrekt aan de kostgangers om hen gedurende de tijd gewijd aan hun studies werkelijk een eigen woonst te verschaffen, naast hun familiale woning; de leerlingen en studenten die dagelijks naar huis terugkeren worden uiteraard niet aangemerkt als kostgangers van het internaat, zelfs niet indien ze bepaalde maaltijden op school gebruiken.

74\. Als "internaat dat toegevoegd is aan een school of universiteit" wordt aangemerkt het internaat dat wordt beheerd door deze instelling zelf, ongeacht of het al dan niet een integrerend deel uitmaakt van het gebouwencomplex van de school of universiteit.

Als "internaat dat afhangt van de school of universiteit" wordt aangemerkt het internaat dat, ofschoon het wordt beheerd door een andere persoon dan de onderwijsinstelling, afhankelijk is van en onder het gezag staat van deze laatste, voor zover het internaat het door de school voor de internen uitgevaardigd reglement onderschrijft en de controle op de toepassing ervan aanvaardt. In de praktijk betwist de administratie niet dat de band van afhankelijkheid bestaat van zodra de ouders van de leerlingen en/of de leden van het onderwijzend personeel actief deelnemen aan het bestuur van het internaat.

Bepaling van de lokalen van het internaat.

75\. Om te bepalen welke lokalen dienen te worden aangemerkt als zijnde bestemd voor het internaat kan, in het algemeen, worden verwezen naar de criteria uiteengezet onder de nrs. 17 en 18.

Wanneer meer in het bijzonder het internaat geïntegreerd is in de school, kunnen de gemeenschappelijke lokalen die, zoals de klassen en auditoria, zowel toegankelijk zijn voor internen als voor externen niet worden aangemerkt als een deel van het internaat. De lokalen die speciaal bestemd zijn voor het gebruik door internen, zoals de eetzalen, moeten daarentegen voor het geheel worden aangemerkt als zijnde bestemd voor het internaat, zelfs indien ze van tijd tot tijd voor andere doeleinden worden gebruikt (b.v. toegang tot de refter voor bepaalde externen voor het nuttigen van het middagmaal).

76\. Tenslotte wordt er opgemerkt dat het feit dat het internaat, tijdelijk en bijkomstig, dienstig is als verblijf voor andere personen dan leerlingen of studenten (bijvoorbeeld gedurende de vakantie) de toepassing van het verlaagd tarief niet belet.

77\. De school of universiteit, die moeilijkheden ondervindt om te bepalen in welke mate ze recht heeft op het verlaagd tarief van 6 pct., kan zich daarvoor wenden tot de hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor waaronder zij ressorteert.

Bijlage I

Tijdelijke bepaling.

Tot 31 december 1985 is de belasting over de toegevoegde waarde, voor de onroerende handelingen beoogd in het tweede lid, schuldig tegen het tarief van 6 pct.

Deze heffing is van toepassing:

1 op het werk in onroerende staat en op de andere handelingen, bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli 1969, met betrekking tot de regeling voor de voldoening vande belasting over de toegevoegde waarde, indien dat werk in onroerende staat en die andere handelingen betrekking hebben op een woning, hoofdzakelijk gebruikt of bestemd om te worden gebruikt als privé-woning; en voor zover die verrichtingen worden verstrekt en gefactureerd aan een eindverbruiker;

2 op het studiewerk en het toezicht die behoren tot de geregelde werkzaamheid van architecten, landmeters en ingenieurs, en die verricht worden ter voorbereiding of ter coördinatie van de uitvoering van een onder 1 verrichte handeling;

3 op de leveringen van goederen, bedoeld in [artikel 9, § 3, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9), indien die goederen woningen zijn, hoofdzakelijk gebruikt of bestemd om te worden gebruikt als privé-woning, en voor zover zij worden geleverd en gefactureerd aan een eindverbruiker.

Worden beschouwd als eindverbruikers in de zin van deze bepaling, voor bovengenoemde werken en leveringen met betrekking tot de woningen gebruikt of bestemd om te worden gebruikt voor de huisvesting van bejaarden, gehandicapten, leerlingen en studenten, de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke personen die beheren:

1 verblijfsinrichtingen voor bejaarden in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 juli 1966 op de rustoorden voor bejaarden;

2 instellingen welke, met een internaatstelsel, op duurzame wijze gehandicapten opnemen die een tegemoetkoming van het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten. genieten;

3 internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen.".

Bijlage II

Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 15 juni 1984

10 mei 1984 -- Franse Gemeenschap --

Decreet in verband met de rustoorden voor bejaarden

De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en wij, Executieve, bekrachtigen hetgeen volgt :

Artikel 1. Dit decreet is van toepassing op alle publieke of private verblijfsinrichtingen, waar de huisvesting evenals de huishoudelijke en gezinsverzorging gezamenlijk worden verschaft aan personen van 60 jaar of ouder, die er op duurzame wijze verblijven.

Art. 2. Wanneer een in artikel 1 bedoelde inrichting wordt beheerd door een of meerdere rechtspersonen of door meerdere natuurlijke personen, moet een natuurlijke persoon worden aangewezen om de inrichting tegenover de administratie te vertegenwoordigen.

Art. 3. § 1. De in artikel 1 omschreven inrichtingen moeten worden erkend door de Executieve of de minister die deze afvaardigt.

§ 2. De erkenning is slechts geldig voor de inrichting gelegen op het adres dat in de erkenningsaanvraag wordt vermeld. Van rechtswege wordt er een einde aan gesteld indien er een wijziging van de natuurlijke persoon of rechtspersoon, die de inrichting beheert, plaatsheeft.

Art. 4. Om erkend te worden moeten in artikel 1 bedoelde inrichtingen voldoen aan de door de Executieve vastgestelde normen, nadat het advies van de Raad van Advies van de Derde Leeftijd is ingewonnen.

Die normen hebben onder meer betrekking op:

\- de vrijheid van de opgenomen personen, de eerbiediging van hun overtuiging en hun deelneming;

\- de voeding, de hygiëne en de zorg voor de gezondheid;

\- de veiligheid;

\- het aantal, de bekwaamheid en de moraliteit van de personen werkzaam in de inrichting;

\- het gebouw;

\- de boekhouding.

Art. 5. § 1. De Executieve of de minister die deze afvaardigt mag de erkenning van een inrichting, die niet aan de in artikel 4 vastgestelde normen voldoet, weigeren of intrekken; hij mag eveneens de sluiting van de inrichting beslissen.

§ 2. De beslissingen van toekenning, van weigering of van intrekking van de erkenning evenals deze in verband met de sluiting worden genomen, na het advies van de Raad van Advies van de Derde Leeftijd te hebben ingewonnen, onder de voorwaarden en in de vormen door de Executieve vastgesteld. Deze beslissingen worden gemotiveerd en aan de inrichting betekend.

Art. 6. De Executieve of de minister die deze afvaardigt mag een voorlopige werkingsvergunning aan een inrichting, die een erkenningsaanvraag indient, toekennen. Deze wordt door de Executieve of de minister die deze afvaardigt afgeleverd onder de voorwaarden en in de vormen door de Executieve vastgesteld, ten einde het onderzoek van eerbiediging der normen toe te laten.

Zij neemt een einde bij toekenning of weigering van de erkenning.

art. 7. Iedere inrichting waarvan de erkenning van rechtswege een einde heeft genomen als gevolg van een wijziging van de natuurlijke of rechtspersoon die haar beheert geniet van een voorlopige werkingsvergunning waarvan de duur door de Executieve of de minister die deze afvaardigt wordt vastgesteld.

Art. 8. De erkenningsaanvragen evenals alle beslissingen die er betrekking op hebben, met inbegrip van de voorlopige werkingsvergunningen, worden aan de burgemeester medegedeeld. Deze houdt er een register op na van alle verblijfsinrichtingen voor bejaarden op het grondgebied van zijn gemeente. Uit register is ter beschikking gesteld van de bevolking.

Art. 9. Deze erkenning moet worden vermeld op alle akten, facturen, brieven, bestelbiljetten en andere bescheiden uitgaande van de inrichting. De erkenning moet eveneens heel goed zichtbaar worden bekendgemaakt door aanplakbiljetten aan de buitenkant van de inrichting.

Art. 10. § 1. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van de gerechtelijke politie, oefenen de door de Executieve aangewezen ambtenaren van het Ministerie van de Franse Gemeenschap, toezicht uit op de toepassing van de bepalingen van dit decreet en van de krachtens dit decreet genomen uitvoeringsbesluiten.

§ 2. Dit toezicht brengt het recht mede de instellingen te bezoeken en ter plaatse zelf kennis te nemen van alle stukken en bescheiden en de overtredingen vast te stellen in processen-verbaal, waarvan binnen de vijftien dagen een afschrift aan de overtreders wordt gezonden.

Art. 11. § 1. Wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 26 tot 5.000 frank, of één van die straffen alleen:

-- hij die een inrichting voor bejaarden beheert zonder de erkenning of de voorafgaande vergunning bepaald bij de artikelen 6, 7 of 13 te hebben bekomen, hetzij bij overtreding van een beslissing van weigering, van intrekking van de erkenning of van sluiting;

\- hij die ten onrechte melding heeft gemaakt van de erkenning bepaald bij artikel 3 of van de werkingsvergunning bedoeld bij de artikelen 6, 7 of 13.

§ 2. Alle bepalingen van boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op de in dit decreet bepaalde overtredingen toepasselijk.

§ 3. De hoven en de rechtbanken kunnen bovendien de daders van de misdrijven volgens de bepalingen van dit decreet en van zijn uitvoeringsbesluiten verbieden een in artikel 1 bedoelde inrichting te beheren, zowel persoonlijk als door een tussenpersoon, voor een duur die zij bepalen.

Het verbod treedt in werking acht volle dagen na het betekenen van de veroordeling. Overtreding van dit verbod wordt gestraft met gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met een boete van 50 tot 5.000 frank, of met één van die straffen alleen.

Art. 12. Bij wijze van overgangsmaatregel beschikken de inrichtingen die erkend werden voor het in werking treden van dit decreet over een termijn van drie jaar, ingaand op de datum van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de door de Executieve vastgestelde normen, om zich te richten naar de nieuwe van kracht zijnde bepalingen en de vernieuwing van hun erkenning aan te vragen

Art. 13. Dit decreet is van toepassing op de erkenningsaanvragen die voor zijn in werking treden werden ingediend. De inrichting voor dewelke soortgelijke aanvraag werd ingediend geniet van rechtswege van een voorlopige werkingsvergunning. De termijn ervan wordt door de Executieve of door de minister die deze afvaardigt vastgesteld.

Art. 14. De wet van 12 juli 1966 betreffende de rustoorden voor bejaarden, gewijzigd door de wet van 10 mei 1967, wordt voor wat betreft de Franse Gemeenschap ingetrokken.

Art. 15. Dit decreet heeft uitwerking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Vaardigen dit decreet uit, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Brussel, 10 mei 1984.

De Minister-Voorzitter belast met de Culturele Aangelegenheden en de Buitenlandse Betrekkingen,

Ph. MOUREAUX

De Minister van Sociale Zaken,

Ph. MONFILS

De Minister van Gezondheid en Onderwijs,

R. URBAIN

Bijlage III

Lijst der personen die in aanmerking komen om te genieten van de tegemoetkoming van het Fonds voor medische sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten.

Krachtens artikel 3 § 1, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 (Belgisch Staatsblad van 14 november 1967) tot instelling van een Fonds voor medische sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten en artikel 1 van het koninklijk besluit van 8 september 1970 (Belgisch Staatsblad van 13 oktober 1970) tot uitbreiding van de tegemoetkoming uit het Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten ten gunste van de kinderen aangetast door een lichamelijke niet besmettelijke chronische aandoening die geen verzorging in een dienst voor kindergeneeskunde meer vereist kunnen enkel de personen die behoren tot de volgende categorieën van gehandicapten genieten van het voordeel van de tegemoetkoming van het Fonds voor medische sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten:

1) minderjarigen met motorische stoornissen;

2) minderjarigen getroffen door hersenverlamming;

3) minderjarigen met ademhalingsstoornissen;

4) minderjarigen met hartafwijkingen;

5) minderjarigen getroffen door dysmelie;

6) minderjarigen getroffen door kinderverlamming;

7) minderjarigen met zware spraak- gezichts- of gehoorstoornissen;

8) minderjarigen getroffen door sclerosis multiplex;

9) minderjarigen getroffen door spinabifida of myopathie;

10) minderjarigen getroffen door epilepsie;

11) minderjarigen met mentale stoornissen;

12) minderjarigen met skeletafwijkingen of afwijkingen van de ledematen;

13) meerderjarigen van de categorieën 1 tot 12 die zich niet op eigen kracht in het sociale leven kunnen inschakelen;

14) minderjarigen met karakterstoornissen die neurotische of prepsychotische toestanden kennen, welke een aangepaste opvoeding vereisen;

15) minderjarigen die aangetast zijn door een lichamelijke niet besmettelijke chronische aandoening waarvoor geen verzorging in een dienst voor kindergeneeskunde meer vereist is en die in een speciale inrichting, werkend onder het regime van het internaat zijn opgenomen.

## Aangehaalde teksten

4

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 3 voorkomens

[KB nr. 3 art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[KB nr. 3 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-december-betrekking-aftrekregeling-toepassing-belasting-8aeb) 1 voorkomen

[WBTW art. 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-9) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

5

[Fiches van de administratieve commentaar 4](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/12-1984-aanschrijving-taux-reduit-tabel-rubriek-a506/documenten?type=commentaar) [Administratieve beslissingen 1](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/12-1984-aanschrijving-taux-reduit-tabel-rubriek-a506/documenten?type=administratieve-beslissingen)

« … inzake groepen van assistentiewoningen en met de hierboven geschetste evolutie in betreffende sector overeenkomstig de doelstellingen van die nieuwe regelgeving. Volgens die beslissing is, rekening houdend met het principe van punt 20 en punt 21 van de aanschrijving nr. 12/1984 , het verlaagd Btw-tarief van 12 pct. dan ook van toepassing ten aanzien van een afzonderlijk geleverd nieuwe bejaardenflat (nieuwbouw, desgevallend verkocht op plan) wanneer de volgende voorwaarden tezamen vervuld zijn : - de bejaardenflat is een … »

[Erkende of aangemelde groepen van assistentiewoningen. Nieuwbouw. Afzonderlijk geleverde assistentiewoningen. Btw-tarief](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-124-535-erkende-aangemelde-groepen-assistentiewoningen-nieuwbouw-963c) Administratieve beslissing 17.10.2013

[Bekijk de 5 documenten](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/12-1984-aanschrijving-taux-reduit-tabel-rubriek-a506/documenten)
