Foornijveraars · btw-forfait 2011 · Forfaitaire regelingen

Naar de tekst
Juriel

F19 2011 14 januari 2011

Zoeken

Foornijveraars · btw-forfait 2011

https://juriel.be/nl/forfaitaire-regelingen/f19-2011-foornijveraars-38c8

Forfait
F19
Jaar
2011
Datum
14 januari 2011

Over het document

Verzameling
Forfaitaire regelingen
Sector
Foornijveraars (F19)
Jaar van de regeling
2011
Bron
Pdf van de FOD Financiën, 13 pagina's
Formulieren
Berekeningsblad
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

122 paragrafen

Federale Overheidsdienst FINANCIEN

Algemene administratie van de FISCALITEIT

BTW

F 2011/19

FORFAITAIRE REGELING INZAKE BTW VOOR FOORNIJVERAARS

JAAR 2011

1. Voorafgaande opmerking.

De foornijveraars die inzake BTW volgens forfaitaire grondslagen van aanslag worden belast zijn onderworpen :

1° aan de bepalingen die het voorwerp uitmaken van de onderhavige regeling;

2° aan de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake BTW, vooral aan het K.B. nr. 2, van 7 november 1969, met betrekking tot de vaststelling van forfaitaire grondslagen, voor zover hiervan in de onder 1° bedoelde regeling niet is afgeweken;

3° aan een regeling van betaling van forfaitair berekende en voor regularisatie vatbare voorschotten. Deze regeling is voorzien voor de foornijveraars welke vermaak- of spektakelinrichtingen uitbaten (z. punt 4 van onderhavige forfaitaire regeling).

2. Foornijveraars.

Als foornijveraars worden aangemerkt, voor de toepassing van deze forfaitaire regeling, de fysieke personen waarvan de bedrijvigheid bestaat, door tijdelijke opstelling van beweegbare of uiteenneembare inrichtingen op de openbare pleinen, markten of straten, ter gelegenheid van kermissen, jaarmarkten of feesten, aan het publiek vermaak of spektakel te bezorgen of het koopwaren te verkopen of te serveren die bij deze gelegenheden gebruikelijk worden verkocht of geserveerd (b.v. speelgoed, confiserie, wafels, frieten, ijsroom, enz.).

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat sommige foornijveraars gedeeltelijke belastingplichtigen kunnen zijn naargelang de aard van de uitgebate automatische ontspanningstoestellen.

Door onderhavige regeling worden niet bedoeld (z. evenwel nr. 7, 6°, hierna) :

- vennootschappen en verenigingen (met uitzondering van de familiebedrijven) die foorinrichtingen uitbaten;

- de circussen;

- de biertenten. Blijven evenwel als foornijveraars beschouwd, de aannemers die warme en koude dranken, andere dan bier aangekocht in vaten, bij de door hen bereide frieten, hot-dogs of gebak serveren;

- danstenten en de gelijkaardige inrichtingen;

- de inrichtingen die permanent buiten de kermissen of jaarmarkten worden opgesteld; de vaste frietkramen;

- foornijveraars die nog een andere werkzaamheid uitoefenen waarvoor zij gehouden zijn periodieke aangiften in te dienen.

3. Indeling der foorinrichtingen.

Huidige regeling stelt verschillende forfaitaire grondslagen van aanslag vast voor de volgende categorieën van foornijveraars en van foorinrichtingen.

A. Inrichtingen waarbij aan het publiek enkel vermaak of spektakel wordt bezorgd zonder levering van goederen of met levering van goederen, en die op kermissen en jaarmarkten zijn opgesteld (z. nr. 4).

B. Inrichtingen die forfaitair worden belast uitgaande van de inkoopprijs van de aangekochte koopwaren of grondstoffen (z. nrs. 5.0 tot 5.5).

C. De vermaak- of spektakelinrichtingen, bedoeld in A hiervoor, die niet permanent worden uitgebaat buiten de kermissen of jaarmarkten (bijv. op private terreinen, in de onmiddellijke omgeving of op de terreinen van grootwarenhuizen (z. nr. 6).

4. Vermaak- of spektakelinrichtingen die opgesteld zijn op kermissen en jaarmarkten en waarbij geen of wel goederen aan de gebruikers worden geleverd (zie nr. 3. A).

Enkel de foornijveraars die in België aangiften indienen inzake inkomstenbelastingen kunnen genieten van het bijzonder stelsel beoogd onder punt 4.

De vermaak- of spektakelinrichtingen, al dan niet uitgerust met automatische ontspanningstoestellen, die opgesteld zijn op kermissen en jaarmarkten en waarbij geen of wel goederen aan de gebruikers worden geleverd, worden belast volgens de volgende regelingen :

1° a) Vermaak- of spektakelinrichtingen, niet uitgerust met automatische ontspanningstoestellen :

De belastingplichtigen die de bedoelde inrichtingen uitbaten betalen als voorschot aan de Schatkist een bedrag berekend tegen het tarief van 6 pct. per installatie op het hoogste bedrag, vermenigvuldigd met 2,5 als er geen levering van goederen is of met 4,5 als er wel levering van goederen is en dat blijkt uit de vergelijkingen van de standplaatsvergoedingen of andere vergoedingen, verschuldigd aan gemeenten, verenigingen of andere personen uit hoofde van hun deelneming aan kermissen, jaarmarkten of feesten met het trimestrieel minimum.

b) Vermaak- of spektakelinrichtingen, uitgerust met automatische ontspanningstoestellen :

De belastingplichtigen die de bedoelde inrichtingen uitbaten betalen als voorschot aan de Schatkist een bedrag berekend tegen het tarief van 21 pct. op 100/121 van het hoogste bedrag, vermenigvuldigd met 4 als er geen levering van goederen is of de uitbating zich beperkt tot één type van toestellen en met 6 als er wel levering van goederen is en dat blijkt uit de vergelijking van de standplaatsvergoedingen of andere vergoedingen, verschuldigd aan gemeenten, verenigingen of andere personen uit hoofde van hun deelneming aan kermissen, jaarmarkten of feesten met het trimestrieel minimum.

2° Wanneer de foornijveraar deelneemt aan een kermis, een jaarmarkt of een feest waarvoor geen standplaatsvergoeding of een standplaatsvergoeding van minder dan 72,00 EUR verschuldigd is, moet ten aanzien van die kermis, die jaarmarkt of dit feest minstens een bedrag van 72,00 EUR, aan de maatstaf van heffing worden toegevoegd.

3° Wanneer het globaal bedrag van de voor het trimester verschuldigde standplaatsvergoedingen en sommen bedoeld onder nrs. 1 en 2 per inrichting lager is dan 850,00 EUR, dient het voorschot als volgt te worden berekend :

- Inrichtingen niet uitgerust met automatische ontspanningstoestellen :

850,00 EUR x 2,5 x 6 pct. = (Zonder levering van goederen) 850,00 EUR x 4,5 x 6 pct. = (Met levering van goederen)

- Inrichtingen uitgerust met automatische ontspanningstoestellen :

850,00 EUR x 4 x 100/121 x 21 pct. = (Zonder levering van goederen)

850,00 EUR x 6 x 100/121 x 21 pct. = (Met levering van goederen)

Voor de toepassing van deze bepaling moet het minimum van 850,00 EUR afzonderlijk vastgesteld worden voor elk van de verschillende inrichtingen die door de belastingplichtige tijdens de bedoelde aangifteperiode werden uitgebaat, en dit ongeacht de duur van de uitbating. De standplaatsvergoedingen en de sommen bedoeld onder 2° hierboven moeten worden begrepen in de BTW-aangifte van de aangifteperiode waarin de kermis, de jaarmarkt of het feest werd geopend waarop die sommen betrekking hebben.

4° Bij de indiening van zijn aangifte m.b.t. de inkomsten van het jaar 2011 (aanslagjaar 2012) inzake inkomstenbelastingen, moet de foornijveraar het totaal bedrag van de grondslagen die voor de berekening van de voorschotten hebben gediend, vergelijken met het bedrag van het omzetcijfer (met uitsluiting van de handelingen die door het BTW-Wetboek worden vrijgesteld en van de handelingen die betrekking hebben op de levering van goederen en eetwaren) dat als grondslag voor de berekening van de brutowinst inzake inkomstenbelastingen heeft gediend.

In de mate waarin uit die vergelijking een verschil (in min of in meer) blijkt van ten minste 2 pct. van het forfaitair berekende omzetcijfer (totaal van de grondslagen die voor de berekening van de voorschotten hebben gediend), is de foornijveraar ertoe gehouden tot een regularisatie van de betaalde voorschotten over te gaan rekening houdend met het inzake directe belastingen, aangegeven omzetcijfer.

In voorkomend geval zal het bedrag van deze regularisatie per BTW-tarief worden uitgesplitst in verhouding tot de bedragen der grondslagen die voor de berekening der voorschotten hebben gediend (jaarlijks totaal bedrag van de afzonderlijk beschouwde kaders I,A + B en III, G + I van de berekeningsbladen).

Een afschrift van de inzake directe belastingen ingediende aangifte moet binnen dezelfde termijn toekomen bij het BTW-controlekantoor waaronder de foornijveraar ressorteert.

Het spreekt vanzelf dat indien inzake directe belastingen een omzetcijfer wordt bepaald dat hoger is dan datgene aangegeven door de foornijveraar inzake BTW, een tweede regularisatie dient te worden verricht.

De toepassing van voornoemde bepalingen wordt opgeschort tot de twintigste van de maand die volgt op het kalenderkwartaal waarin de inzake directe belastingen, verleende termijn voor het indienen van de aangifte m.b.t. het aanslagjaar 2012 (inkomsten van het jaar 2011) verstrijkt.

5. 0. Forfaitaire regeling uitgaande van de inkomfacturen (zie nr. 3. B).

Voor bepaalde door de foornijveraars gedane verrichtingen wordt de belastbare opbrengst bekomen door de vermenigvuldiging van de inkoopprijs van de tijdens het aangiftetijdvak aangekochte koopwaren of grondstoffen met een hierna aangeduide vermenigvuldiger.

De bedoelde verrichtingen zijn volgende :

- verkoop van confiserie, speelgoed en versieringsvoorwerpen;

- verkoop van warme en koude dranken;

- verkoop van spijzen (frieten, gebak, wafels, ijsroom, enz.) in kraampjes die al dan niet speciaal uitgerust zijn voor het verbruik ter plaatse.

5. 1. Verkoop van aangekochte confiserie.

De belastbare opbrengst van de verkoop van aangekochte confiserie, snoepgoed en dergelijke (belastbaar met 6 pct.) wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte koopwaren te vermenigvuldigen met 1,25.

5. 2. Verkoop van speelgoed en versieringsvoorwerpen.

De belastbare opbrengst van de verkoop van speelgoed en van versieringsvoorwerpen wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte koopwaren te vermenigvuldigen met 1,5.

De bedoelde verkopen zijn de volgende :

- verkoop van speelgoed (21 pct.);

- verkoop van versieringsvoorwerpen, zakhorloges, polshorloges en dergelijke toestellen, fancy-bijouterie en fancy-juwelen (21 pct.).

5. 3. Verkoop van warme dranken (1) belastbaar tegen het BTW-tarief van 21 pct. (al dan niet ter plaatse verbruikt).

De belastbare opbrengst, tegen het tarief van 21 pct., van warme dranken wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte grondstoffen (koffie, thee, bouillon, enz.) te vermenigvuldigen met 5.

------------ (1) Bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol.

5. 4. Verkoop van koude dranken (1) belastbaar tegen het BTW-tarief van 21 pct. (al dan niet ter plaatse verbruikt).

De belastbare opbrengst, tegen het tarief van 21 pct., van koude dranken wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte koude dranken te vermenigvuldigen met 3.

5. 5. Verkoop van spijzen (frieten, gebak, wafels, ijsroom, enz.) en bepaalde dranken.

A. In kraampjes die niet speciaal uitgerust zijn voor het verbruik ter plaatse.

Het BTW-tarief van toepassing is 6 pct.

a) Frietkramen.

De belastbare opbrengst van de in frietkramen verkochte waren (frieten en toegevoegde producten) wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte grondstoffen (aardappelen, vetstoffen, pickles, mayonaise, worstjes, enz.), te vermenigvuldigen met 4,5

b) Gebak-, wafel-, ijsroomkramen alsook zelfbereide confiserie (bv. suikerspin, appels in rode siroop enz.)

De belastbare opbrengst van de in deze kramen verkochte waren wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte grondstoffen (bloem, suiker, vetstoffen, enz.) te vermenigvuldigen met 4.

Opmerking voor a) en b) : de foornijveraars die zowel frieten als onder b) hierboven bedoelde producten bereiden, moeten de inkoopprijs van de grondstoffen die voor de beide bereidingen worden aangewend (vetstoffen bv.) splitsen onder toezicht van de administratie. Het gedeelte dat wordt aangewend voor de bereiding van frieten moet worden vermenigvuldigd met 4,5, het overige gedeelte met 4.

c) Hot-dog- en alikruikenkramen.

De belastbare opbrengst van de in die kramen verkochte sandwiches of alikruiken (eetbare slakken) wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte koopwaren te vermenigvuldigen met 5,5.

d) Warme dranken belastbaar tegen het BTW-tarief van 6 pct. (2).

De belastbare opbrengst tegen het BTW-tarief van 6 pct. van warme dranken wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte grondstoffen (koffie, thee, bouillon, enz.) te vermenigvuldigen met 5.

e) Koude dranken belastbaar tegen het BTW-tarief van 6 pct. (2).

De belastbare opbrengst tegen het BTW-tarief van 6 pct. van koude dranken wordt forfaitair bekomen door de inkoopprijs van de aangekochte koude dranken te vermenigvuldigen met 3.

------------- (1) Bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 0,5 % vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % vol. (2) Bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van minder of gelijk aan 0,5 % vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van minder of gelijk aan 1,2 % vol.

B. In kraampjes waar de foornijveraar slechts spijzen en dranken serveert om ter plaatse verbruikt te worden in een inrichting die daartoe speciaal is uitgerust.

Het BTW-tarief van toepassing is 12 pct. (behalve voor de dranken waarvoor het BTW-tarief van 21 pct. geldt) is van toepassing op de belastbare opbrengst die forfaitair bekomen wordt zoals hierboven onder A is aangeduid.

C. In kraampjes waar de foornijveraar zowel spijzen en bepaalde dranken om mee te nemen verschaft als spijzen om ter plaatse verbruikt te worden in een inrichting die daartoe speciaal is uitgerust.

De totale forfaitaire opbrengst, die bekomen wordt zoals hierboven onder A is aangeduid, moet verdeeld worden in opbrengst "kraampje" en in opbrengst "verbruiksalon". Die verdeling wordt door de belastingplichtige uitgevoerd, onder controle van de administratie, volgens een jaarlijks percentage dat met de in elk van voormelde sectoren gerealiseerde omzet rekening houdt. De aldus bepaalde opbrengst "kraampjes" is onderworpen aan het tarief van 6 pct. en de opbrengst "verbruiksalon" aan het tarief van 12 pct., behalve voor de dranken waarvoor het BTW-tarief van 21 pct. geldt.

6. Vermaak- of spektakelinrichtingen zonder levering van goederen, of met levering van goederen opgesteld buiten de kermissen of jaarmarkten (zie 3. C).

De foornijveraar die anders dan ter gelegenheid van kermissen of jaarmarkten op een niet permanente wijze een of meer inrichtingen van de regeling bedoeld onder 3, A, uitbaat (bijv. op private domaniale terreinen of op private terreinen zoals de terreinen van grootwarenhuizen), wordt belast overeenkomstig de volgende regelen :

1° Indien de bruto-ontvangsten voortkomend van de uitbating van inrichtingen opgesteld buiten de kermissen of jaarmarkten niet hoger zijn dan 2.500,00 EUR per trimester, dan betaalt de foornijveraar voor elke inrichting, boven de belasting verschuldigd overeenkomstig de regelingen hiervoor onder A, B en C :

- de BTW tegen het tarief van 6 pct. op het grootste van de hierna vermelde drie bedragen, en dit voor de niet met automatische ontspanningstoestellen uitgeruste inrichtingen;

- de BTW tegen het tarief van 21 pct. op het grootste van de hierna vermelde drie bedragen, vermenigvuldigd met de breuk 100/121, en dit voor de met automatische ontspanningstoestellen uitgeruste inrichtingen.

a. het bedrag van de bruto-ontvangsten voortkomend van die inrichting. Dit bedrag moet door de foornijveraar worden geschat.

b. het globaal bedrag van de voor die uitbating door de foornijveraar verschuldigde standplaatsvergoedingen die betrekking hebben op de aangifteperiode waarin de uitbating plaats heeft.

c. 150,00 EUR per openingsdag van de inrichting voor de auto-skooters, en 72,00 EUR per openingsdag voor de andere inrichtingen.

2° Indien de bruto-ontvangsten die voortkomen van de uitbating van inrichtingen, al dan niet uitgerust met automatische ontspanningstoestellen, buiten de kermissen of jaarmarkten 2.500,00 EUR per trimester overschrijden, kan de foornijveraar deze forfaitaire regeling niet volgen (z. evenwel nr. 7, 6° hierna).

7. Administratieve voorschriften.

1° Aangifte en betaling. De belastingplichtigen moeten een aangifte indienen bij het kantoor van de BTW waaronder ze ressorteren en tevens de BTW waarvan de eisbaarheid blijkt uit de door hen ingediende aangifte(n) storten.

2° Register der kermissen. De belastingplichtigen die een inrichting uitbaten als bedoeld in nr. 4. hiervoor moeten een register houden waarin ze, afzonderlijk voor elk van de door hen uitgebate inrichtingen en per kermis, jaarmarkt of feest waaraan ze hebben deelgenomen of, in voorkomend geval, per uitbating buiten de kermissen of feesten, inschrijven : de datum van de opening van de kermis, jaarmarkt of van het feest, de openings- en sluitingsdatum van de uitbating buiten de kermissen of jaarmarkten, de naam van de gemeente, instelling of persoon aan wie de standplaatsvergoeding verschuldigd is, het bedrag van de verschuldigde standplaatsvergoeding, het bedrag waarover de BTW moet worden berekend.

3° Een boek voor inkomende facturen waarvan het model door de administratie wordt bepaald. Dit boek moet oprecht en volledig al de gedane aankopen vermelden, ongeacht of die aankopen in de groot- of kleinhandel werden verricht.

4° Berekeningsblad. Ieder trimester moet een berekeningsblad, dat door de administratie aan de belastingplichtigen zal worden bezorgd, worden ingevuld en als boekhoudkundig stuk bewaard.

5° Toepassing van een uitsluitingsclausule. De foornijveraar die de uitbating van zijn inrichting(en) zodanig wijzigt dat hij onder de toepassing valt van een uitsluitingsclausule van deze forfaitaire regeling dient hiervan onmiddellijk het BTW-controlekantoor waarvan hij afhangt te verwittigen.

6° Individueel forfait. De foornijveraar die op grond van een uitsluitingsclausule van de forfaitaire grondslagen is uitgesloten kan evenwel, in akkoord met de plaatselijke BTW-controleur, een individuele forfaitaire regeling volgen die aan zijn toestand is aangepast. Zo geen dergelijk akkoord kan worden bereikt, moet de belastingplichtige overgaan naar de normale regeling.

7° Verwerping van de forfaitaire regeling ingeval van belastingontduiking. De forfaitaire regeling kan door de foornijveraars slechts worden ingeroepen mits de gegevens waarop deze regeling steunt (standplaatsvergoeding, aantal uitgebate inrichtingen, inkoopfacturen) juist en volledig door de belastingplichtige ter kennis worden gebracht van de administratie. Er wordt aan herinnerd dat alle verkrijgingen door foornijveraars, zelfs die welke in de kleinhandel worden verricht, het voorwerp moeten uitmaken van een factuur.

Indien tijdens een controle bij de belastingplichtige, tekortkomingen aan deze boekhoudkundige verplichtingen worden vastgesteld, is de administratie niet meer gebonden door onderhavige regeling bij het bepalen van de omzet.

8° Hetzelfde geldt indien zou blijken dat de werkelijke ontvangsten gerealiseerd door de belastingplichtige gevoelig zouden afwijken van de forfaitair berekende ontvangsten.

Wanneer de belastingplichtige in het kader van zijn economische activiteit, om welke reden ook, gebruik maakt van een kasregister, dient hij de dubbels van de kasbons en/of de controlebanden te bewaren en deze stukken op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, zonder verplaatsing, ter inzage voor te leggen.


Handelingen die buiten de forfaitaire regeling vallen.

8. 1° De verkoop van bedrijfsmiddelen (b.v. verkoop van foorinrichtingen of van auto's door een foornijveraar aan een andere) blijft volledig buiten deze regeling. Voor bedoelde verkoop moet een factuur in regel worden opgesteld en de er op aangerekende BTW moet door de verkoper in zijn trimestriële aangifte worden begrepen.

2° Wanneer de belastingplichtigen eventueel andere goederen verkopen dan die welke door onderhavige forfaitaire regeling worden beoogd mogen de bruto-ontvangsten van deze verkopen globaal per aangifteperiode en per tarief in het berekeningsblad worden geraamd wanneer deze bruto-ontvangsten de som van 250,00 EUR BTW inbegrepen per trimester niet overschrijden. Dezelfde toegeving geldt voor het slijpen van scharen, het herstellen van zetels en de andere dienstverrichtingen die deel uitmaken van de normale beroepswerkzaamheid van de foornijveraars.

Wanneer de bruto-ontvangsten (BTW inbegrepen) van de verkopen of diensten, die niet door onderhavige forfaitaire regeling zijn beoogd, per trimester hoger zijn dan 250,00 EUR kunnen de belastingplichtigen deze forfaitaire regeling absoluut niet volgen.

TOELICHTING BIJ HET BEREKENINGSBLAD

(1) Ten aanzien van de buitenlandse foornijveraars die aan kermissen, jaarmarkten of feesten in België deelnemen worden de modaliteiten van aangifte en betaling van de BTW bepaald door het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen.

(2) Worden hier bedoeld de op de kermissen en jaarmarkten opgestelde foorinrichtingen waarbij aan het publiek enkel vermaak of spektakel wordt bezorgd met of zonder levering van goederen (b.v. molens, skooters, schommels, spektakeltenten, karabijnschietingen ...).

(3) Foornijveraars die aanvullende ontvangsten aangeven onder de letter B van Kaders I en III moeten eveneens de normale opbrengst van hun deelneming aan gewone jaarmarkten of kermissen aangegeven (zie Kaders I en III, Letter A, alsook Kaders II tot VII). Onder de letter B Kaders I en III, moeten de betrokkenen de VIER voorziene kolommen (a), (b), (c) en (d) invullen.

(4) De inkoopprijs is de prijs die voor de goederen werd betaald (is vermeld op de inkoopfactuur) en waarop de BTW werd of moest worden berekend. Alle aankopen in de groothandel of in de kleinhandel moeten in aanmerking worden genomen.

(5) Handelingen begrepen onder Kader II B (levering van eetwaren en bepaalde dranken om mee te nemen). Worden hier bedoeld de kramen die niet speciaal zijn ingericht voor het verbruik ter plaatse (z. nr. 5, 5°, A van de forfaitaire regeling). Om het totaal belastbaar bedrag (letter D) te bekomen, moet, voor ieder van de 5 bedrijfssectoren, de totale aankoopprijs van de goederen en grondstoffen die aan de foornijveraar werden geleverd, gedurende het kwartaal, worden vermenigvuldigd met de coëfficiënt die op het berekeningsblad is afgedrukt.

(6) In Kader VII worden uitsluitend de handelingen van foornijveraars beoogd die beschikken over een inrichting die speciaal is ingericht voor verbruik ter plaatse, zelfs indien ze tevens eetwaren en dranken verschaffen om mee te nemen (z. nr. 5, 5°, B en C van de forfaitaire regeling). Om het totaal belastbaar bedrag (letter N) te bekomen, moet, voor ieder van de 5 bedrijfssectoren, de totale aankoopprijs van de goederen en grondstoffen die aan de foornijveraar werden geleverd, gedurende het kwartaal, worden vermenigvuldigd met de coëfficiënt die op het berekeningsblad is afgedrukt. Vervolgens moeten de forfaitaire ontvangsten door de foornijveraar worden uitgesplitst in ontvangsten voortkomende van "verkoop van eetwaren en dranken om mee te nemen" en ontvangsten voortkomende van "verkoop van eetwaren en dranken voor het verbruik ter plaatse". De foornijveraar schat, onder controle van de administratie, het percentage van zijn omzet dat betrekking heeft op beide sectoren. Hij splitst de totale ontvangsten (letter N) volgens die percentages. Het gedeelte van de forfaitaire ontvangsten dat betrekking heeft op de sector "verkoop van eetwaren en dranken (*) om mee te nemen" wordt overgedragen als het tegen tarief van 6 pct. belastbaar bedrag (letter O), het deel van de ontvangsten dat betrekking heeft op de sector "verkoop van eetwaren voor het verbruik ter plaatste" wordt overgedragen als het tegen het tarief van 12 pct. belastbaar bedrag (letter P) en het deel aan de dranken (*) welke ter plaatse worden verbruikt worden overgedragen als het tegen het tarief van 21 pct. belastbaar bedrag (letter R).

------------- (*) Bieren met een effectief alcoholvolumegehalte van minder of gelijk aan 0,5 % vol. en andere dranken met een effectief alcoholvolumegehalte van minder of gelijk aan 1,2 % vol.

(7) Hier in te schrijven de ontvangsten voortkomend van de niet forfaitair belaste handelingen die door de forfaitaire regeling zijn toegelaten (z. nr. 8, 2° van de forfaitaire regeling). Als voorbeelden van dergelijke handelingen kunnen worden vermeld :

de verkoop van garnalen (BTW-tarief : 6 pct.);

de verkoop van rieten manden en korven (BTW-tarief : 21 pct.);

het slijpen van scharen en messen (BTW-tarief : 21 pct.).

Die ontvangsten mogen gobaal per kwartaal en per tarief geraamd worden indien ze 250,00 EUR, BTW inbegrepen, per kwartaal niet overschrijden. Indien ze hoger zijn dan dit bedrag kunnen de belastingplichtigen deze forfaitaire regeling niet volgen.

(8) Hier in te schrijven het bedrag, exclusief BTW, voortkomend van de verkoop van tegen 21 pct. belastbare bedrijfsmiddelen (b.v. auto's station-wagons, vrachtwagens, foorinstallaties). Voor deze verrichtingen geldt de normale regeling, d.w.z. opstellen van factuur en storten van de aangerekende BTW.

Tekst gelezen in de pdf van de FOD Financiën en opnieuw opgemaakt ; berekeningsblad en in te vullen modellen in de pdf · Pdf van de FOD Financiën

Opeenvolgende regelingen

20 versies eerste in 2006
JaarDocumentdatumBron
2026van kracht9 december 2025PDF, 19 pagina's
202523 december 2024PDF, 19 pagina's
20241 januari 2024PDF, 19 pagina's
20231 januari 2023PDF, 19 pagina's
20221 januari 2022PDF, 19 pagina's
20211 januari 2021PDF, 19 pagina's
20201 januari 2020PDF, 19 pagina's
20191 januari 2019PDF, 19 pagina's
20181 januari 2018PDF, 19 pagina's
20171 januari 2017PDF, 14 pagina's
20161 januari 2016PDF, 14 pagina's
20151 januari 2015PDF, 14 pagina's
20141 januari 2014PDF, 14 pagina's
201317 januari 2013PDF, 14 pagina's
201211 januari 2012PDF, 13 pagina's
2011getoond14 januari 2011PDF, 13 pagina's
2009PDF, 13 pagina's
2008HTML
2007HTML
2006HTML