---
title: "1 juli 2026 · Btw-commentaar · Vrijstellingen bij gebruik van de regeling btw-entrepot (01.07.2026)"
description: "Vrijstellingen bij gebruik van de regeling btw-entrepot. Btw-commentaar van de Belgische belastingadministratie, stand 1 juli 2026."
url: "https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-gebruik-regeling-entrepot-9f93"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/commentaire-tva/exemptions-utilisation-regime-entrepot-1d38"
---

# Vrijstellingen bij gebruik van de regeling btw-entrepot (01.07.2026)

**Datum**

1 juli 2026

## Over het document

**Verzameling**

Btw-commentaar

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

254 paragrafen

Btw-Commentaar. Vrijstellingen bij gebruik van de regeling btw-entrepot (01.07.2026)

BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief

Hoofdstuk 8: Vrijstellingen voor uitvoer, intracommunautaire leveringen en verwervingen, invoer en internationaal vervoer

## Afdeling 4 - Vrijstellingen bij gebruik van de regeling btw-entrepot

Bijwerking **01.07.2026** – Vorige versies: \[01.07.2018\] \[01.06.2020\] \[01.07.2021\] \[01.10.2022\] \[01.05.2023\]

**Inhoud · 36 onderdelen**

1\. Algemeen

2\. Het btw-entrepot

A. Het begrip btw-entrepot

B. Als btw-entrepot erkende plaatsen

a. Accijnsproducten en goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten

b. Andere goederen

3\. Goederen toegelaten tot de regeling btw-entrepot

A. Criterium inzake herkomst

a. Ingevoerde goederen

b. Goederen afkomstig uit België of uit een andere lidstaat van de Gemeenschap

B. Criterium inzake bestemming

4\. Vrijgestelde handelingen

A. Algemeen

B. Handelingen tot plaatsing van goederen onder de regeling btw-entrepot

C. Leveringen van goederen met handhaving van de regeling btw-entrepot

D. Diensten verricht onder de regeling btw-entrepot

a. Diensten verricht aan goederen die in België het voorwerp zijn van een handeling tot plaatsing onder de regeling btw-entrepot

b. Diensten verricht aan goederen die zich in België onder de regeling btw-entrepot bevinden

5\. Vergunning

6\. Werking van de regeling btw-entrepot

A. Algemeen

B. Voorlopige vrijstelling

a. Gevallen waarin de voorlopige vrijstelling definitief wordt

b. Gevallen waarin op de voorlopige vrijstelling moet worden teruggekomen

C. Aanzuivering van de regeling

a. De regeling wordt beëindigd ingevolge een levering van goederen onder bezwarende titel zonder handhaving van de regeling

b. De regeling wordt beëindigd ingevolge de onttrekking van de goederen aan de regeling btw-entrepot los van enige handelstransactie

D. Overbrenging van goederen van een btw-entrepot naar een ander btw-entrepot door de eigenaar

a. Principe

b. Administratieve tolerantie

E. Schuldenaar van de belasting

F. Bijzonderheden met betrekking tot accijnsproducten en goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten

a. Uitsluiting van tabaksfabrikaten

b. Dwingend karakter van de regeling btw-entrepot

c. Diensten verricht aan goederen vóór hun werkelijke opslag in het btw-entrepot

d. Vergunning btw-entrepot

\[Top\]

### 1. Algemeen

In de economische kringloop zijn alle productie- en distributiestadia in de regel aan de btw onderworpen. Dankzij het aftrekmechanisme dat inherent is aan het btw-stelsel, blijft de belastingdruk op de prijs van een goed evenwel steeds dezelfde, ongeacht het aantal handelingen die de levering van het goed aan de eindverbruiker voorafgaan.

Met het oog op het vereenvoudigen van de heffing van de belasting, biedt de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd, elke lidstaat de mogelijkheid om onder duidelijk omschreven voorwaarden af te wijken van de verplichte belastingheffing in elk stadium van het economisch proces.

In die zin laten de artikelen [154](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-154) tot en met [163](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-163) van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd, de lidstaten toe een vrijstelling in te voeren voor de handelingen die op hun grondgebied worden verricht in het kader van de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot (hierna ‘btw-entrepot’ genoemd). Die regeling strekt er in wezen toe de verplichtingen te vereenvoudigen van personen die actief zijn in de handel van grondstoffen en van andere goederen, welke het voorwerp uitmaken van kettingverkopen of op internationale termijnmarkten worden verhandeld.

De Belgische wetgever heeft gebruik gemaakt van die door de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd, geboden mogelijkheid. [Artikel 39quater van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) voorziet daartoe in een aantal vrijstellingen die aan de toepassing van de regeling btw-entrepot zijn verbonden.

Het koninklijk besluit nr. 54, van 21.12.2023, met betrekking tot de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot bedoeld in [artikel 39quater van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), bevat bepaalde toepassingsmodaliteiten van deze vrijstellingen.

Hierna volgt een beknopte omschrijving van de regeling btw-entrepot. Voor een omstandige toelichting van genoemde regeling wordt verwezen naar [circulaire AOIF nr. 14/2003 (nr. E.T. 98.973) van 19.05.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/14-2003-aoif-reglementation-entrepot-tva-vrijstelling-665b).

Merk op dat een nieuwe circulaire over de regeling btw-entrepot in voorbereiding is ten gevolge van de vervanging van de tekst van [artikel 39quater van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) met ingang van 11.12.2023 en van het nieuwe koninklijk besluit nr. 54, voornoemd. Die wijzigingen op het vlak van de reglementering vinden hun oorsprong in het [arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 9/2023 van 19.01.2023](https://juriel.be/nl/rechtspraak/fiscaal-recht-vrijstellingen-handelingen-verricht-grondwettelijk-hof-brussel-2023-01-19-a5ec). Voor meer informatie daaromtrent wordt verwezen naar de [circulaire 2024/C/74 van 28.11.2024 betreffende de wijzigingen aangebracht aan het Btw-Wetboek en koninklijke besluiten door de wet van 23.11.2023 houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde en houdende bijzondere invorderingsregels van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en het koninklijk besluit van 17.12.2023 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 2bis, 3, 14, 19, 22, 31, 41 en 44 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en tot uitstel van de datum van inwerkingtreding van de wet van 12 maart 2023 tot modernisering van de btw-ketting en van de inning van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen binnen de FOD Financiën (nr. E.T. 141.097)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2024-c-74-wijzigingen-aangebracht-btw-wetboek-koninklijke-0b03).

De werking van de regeling btw-entrepot is evenwel dezelfde gebleven, waarbij een deel van de inhoud van de [circulaire AOIF nr. 14/2003 (nr. E.T. 98.973) van 19.05.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/14-2003-aoif-reglementation-entrepot-tva-vrijstelling-665b) is overgebracht naar het nieuwe koninklijk besluit nr. 54, voornoemd, en bepalingen uit het opgeheven koninklijk besluit nr. 54, van 25.02.1996, met betrekking tot de andere regeling van entrepot dan douane-entrepot bedoeld in [artikel 39quater van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) rechtstreeks zijn opgenomen in het huidige [artikel 39quater van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater).

### 2. Het btw-entrepot

#### A. Het begrip btw-entrepot

Op grond van [artikel 39quater van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) wordt vrijstelling van de belasting verleend voor handelingen met betrekking tot goederen die in België onder de regeling btw-entrepot worden geplaatst of die zich reeds onder die regeling bevinden.

Het Btw-Wetboek bevat geen definitie van het begrip btw-entrepot, maar duidt alleen de plaatsen aan die als btw-entrepot kunnen worden aangemerkt. Gelet op [artikel 39quater, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), kan een btw-entrepot evenwel worden omschreven als een in België gelegen plaats die door de bevoegde autoriteiten is erkend om er goederen met vrijstelling van de btw op te slaan. Het betreft steeds een duidelijk omschreven fysieke plaats (magazijn, deel van een gebouw, fabriek, silo, industriële site, tank, netwerk van pijpleidingen …).

#### B. Als btw-entrepot erkende plaatsen

De plaatsen die als btw-entrepot kunnen worden erkend, verschillen naargelang de aard en de herkomst van de op te slagen goederen.

##### a. Accijnsproducten en goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), worden voor accijnsproducten uitsluitend als btw-entrepot beschouwd, de in België gelegen plaatsen die aangemerkt worden als belastingentrepots in de zin van artikel 3, punt 11), van richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19.12.2019 houdende een algemene regeling inzake accijns.

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 2, 2°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), worden voor goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten uitsluitend als btw-entrepot beschouwd, de in België gelegen plaatsen die aangemerkt worden als belastingentrepots in de zin van artikel 3, punt 11), van de richtlijn (EU) 2020/262, voornoemd, waar accijnsproducten worden geproduceerd of verwerkt onder schorsing van accijnsrechten.

Het is daarbij van geen belang of voornoemde goederen in België worden ingevoerd, afkomstig zijn uit België of afkomstig zijn uit een andere lidstaat van de Gemeenschap.

Onder accijnsproducten wordt overeenkomstig [artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) verstaan: energieproducten, alcohol en alcoholhoudende dranken en tabaksfabrikaten, zoals omschreven in de vigerende communautaire bepalingen, met uitzondering van gas dat geleverd wordt via een op het grondgebied van de Gemeenschap gesitueerd aardgassysteem of eender welk op een dergelijk systeem aangesloten net. Het betreft met andere woorden de goederen die onderworpen zijn aan communautaire accijnsrechten. De goederen die in België aan autonome nationale accijnsrechten (koffie en alcoholvrije dranken) onderworpen zijn, worden voor de toepassing van de regeling btw-entrepot derhalve niet als accijnsproducten aangemerkt.

Onder belastingentrepot wordt overeenkomstig artikel 3, punt 11), van de richtlijn (EU) 2020/262, voornoemd, verstaan: iedere plaats waar de erkende entrepothouder bij de bedrijfsuitoefening van die persoon accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling produceert, verwerkt, voorhanden heeft, opslaat, ontvangt of verzendt, zulks onder bepaalde voorwaarden die zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar dit belastingentrepot gelegen is.

De erkenning van een plaats in België als belastingentrepot door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen houdt, overeenkomstig [artikel 39quater, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) en [artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit nr. 54](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art3), voornoemd, tevens de ambtshalve erkenning in van die plaats als btw-entrepot voor de goederen die overeenkomstig titel 3, van deze Afdeling 4, hierna, tot de regeling btw-entrepot zijn toegelaten.

##### b. Andere goederen

Wat de andere goederen dan accijnsproducten en dan goederen bestemd voor de productie of de verwerking van accijnsproducten betreft, wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds in België ingevoerde goederen en anderzijds goederen afkomstig uit België of uit een andere lidstaat van de Gemeenschap.

## In België ingevoerde goederen

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 2, 2°, b), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), kunnen voor de andere goederen dan die bedoeld in subrubriek a, van deze rubriek B, hiervoor, die in België worden ingevoerd in de zin van [artikel 23 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-23), uitsluitend als btw-entrepot worden beschouwd, de in België gelegen plaatsen die overeenkomstig de communautaire douanereglementering als douane-entrepot worden gedefinieerd.

Voor de plaatsing onder de regeling btw-entrepot van bedoelde in België ingevoerde goederen, is de erkenning van een douane-entrepot als btw-entrepot afhankelijk van een vergunning verleend door de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen (zie titel 5 van deze Afdeling 4).

## Goederen afkomstig uit België of uit een andere lidstaat van de Gemeenschap

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 2, 2°, c), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), kunnen voor de andere goederen dan die bedoeld in subrubriek a en subrubriek b, ‘In België ingevoerde goederen’, van deze rubriek B, hiervoor, uitsluitend als btw-entrepot worden beschouwd, de in België gelegen plaatsen die door de Algemene Administratie van de Fiscaliteit als zodanig worden erkend.

Die erkenning geschiedt op grond van een door de Algemene Administratie van de Fiscaliteit uitgereikte vergunning (zie titel 5 van deze Afdeling 4).

### 3. Goederen toegelaten tot de regeling btw-entrepot

[Artikel 39quater, § 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) voert twee criteria in die de plaatsing van goederen onder de regeling btw-entrepot beperken. Eén criterium houdt verband met de herkomst van de goederen en het andere criterium met de bestemming van de goederen.

#### A. Criterium inzake herkomst

Er dient een onderscheid te worden gemaakt tussen enerzijds goederen die in België zijn ingevoerd in de zin van [artikel 23 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-23) en anderzijds goederen die afkomstig zijn uit België of uit een andere lidstaat van de Gemeenschap.

##### a. Ingevoerde goederen

De plaatsing onder de regeling btw-entrepot van goederen (zowel accijnsproducten als andere goederen) die in België worden ingevoerd in de zin van [artikel 23 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-23), is beperkt tot dezelfde goederen als die welke overeenkomstig de geldende communautaire douanereglementering onder de regeling douane-entrepot mogen worden geplaatst.

Voor opslag onder de regeling douane-entrepot komen in beginsel alle goederen, met inbegrip van accijnsproducten, in aanmerking. Niettemin kan de opslag aan bepaalde goederen worden ontzegd, om redenen van bijvoorbeeld de goede zeden, de openbare orde, de publieke veiligheid, de volksgezondheid en het milieu.

Hoewel tabaksfabrikaten onder de regeling douane-entrepot kunnen worden geplaatst, zijn ze evenwel van de regeling btw-entrepot uitgesloten (zie titel 6, rubriek F, subrubriek a, van deze Afdeling 4, hierna).

##### b. Goederen afkomstig uit België of uit een andere lidstaat van de Gemeenschap

Goederen afkomstig uit België of uit een andere lidstaat van de Gemeenschap, ongeacht of het accijnsproducten dan wel andere goederen betreft, kunnen slechts onder de regeling btw-entrepot worden geplaatst in de mate dat ze voorkomen op de lijst van goederen die in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) is opgenomen.

De opgenomen goederen zijn voornamelijk metalen en grondstoffen die het voorwerp uitmaken van kettingverkopen, zoals die op internationale grondstoffenmarkten plaatsvinden.

#### B. Criterium inzake bestemming

Op grond van [artikel 39quater, § 3, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) zijn de goederen die bestemd zijn om in het kleinhandelsstadium te worden geleverd, ongeacht hun herkomst of hun aard, van de regeling btw-entrepot uitgesloten.

Plaatsen waar eindgebruikers toegang toe hebben, kunnen bijgevolg niet als btw-entrepot worden erkend (bijvoorbeeld warenhuizen, tankstations …).

### 4. Vrijgestelde handelingen

#### A. Algemeen

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), zijn van de belasting vrijgesteld:

•de invoeren, de intracommunautaire verwervingen en de leveringen van goederen die onder de regeling btw-entrepot worden geplaatst

•de leveringen van goederen die onder de regeling btw-entrepot zijn geplaatst, met handhaving van die regeling

•de diensten, andere dan die vrijgesteld bij toepassing van de artikelen [41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-41) en [42](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) van het Btw-Wetboek, die betrekking hebben op:

•goederen die het voorwerp uitmaken van de in het eerste punt bedoelde handelingen tot plaatsing onder de regeling btw-entrepot

•goederen die zich in België onder de regeling btw-entrepot bevinden.

#### B. Handelingen tot plaatsing van goederen onder de regeling btw-entrepot

[Artikel 39quater, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) verleent vrijstelling van de btw voor de volgende handelingen waarbij goederen in België onder de regeling btw-entrepot worden geplaatst:

•de binnenlandse levering

•de intracommunautaire verwerving

•de invoer.

De toepassing van de vrijstelling houdt de verplichting in om de goederen zonder uitstel in een btw-entrepot op te slaan, van zodra het belastbare feit met betrekking tot voornoemde handelingen heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt rekening gehouden met de benodigde tijd om de goederen naar het entrepot te vervoeren (zie evenwel rubriek D, subrubriek a, van deze titel 4, hierna, ingeval een dienst wordt verricht die de opslag in het btw-entrepot voorafgaat).

#### C. Leveringen van goederen met handhaving van de regeling btw-entrepot

[Artikel 39quater, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) verleent vrijstelling van de btw voor de leveringen van goederen die in België reeds onder de regeling btw-entrepot zijn geplaatst, voor zover ze worden verricht met handhaving van die regeling.

#### D. Diensten verricht onder de regeling btw-entrepot

[Artikel 39quater, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) verleent vrijstelling van de btw voor de diensten, andere dan die vrijgesteld bij toepassing van de artikelen [41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-41) en [42](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) van het Btw-Wetboek, die betrekking hebben op:

•goederen die in België het voorwerp zijn van een handeling tot plaatsing onder de regeling btw-entrepot, die bij toepassing van [artikel 39quater, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) is vrijgesteld (zie subrubriek a, van deze rubriek D, hierna)

•goederen die zich in België reeds onder de regeling btw-entrepot bevinden (zie subrubriek b, van deze rubriek D, hierna).

Onder bedoelde diensten moeten de materiële werken of expertises bedoeld in [artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) worden verstaan. Bepaalde van die diensten zijn evenwel van de vrijstelling uitgesloten (zie subrubrieken a en b, van deze rubriek D, hierna).

Diensten die op grond van [artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) in België plaatsvinden, maar betrekking hebben op goederen die zich in een andere lidstaat onder een gelijkaardige regeling als de regeling btw-entrepot bevinden, kunnen niet op grond van [artikel 39quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) worden vrijgesteld.

##### a. Diensten verricht aan goederen die in België het voorwerp zijn van een handeling tot plaatsing onder de regeling btw-entrepot

De beoogde diensten zijn die welke betrekking hebben op goederen die met vrijstelling van de btw worden ingevoerd, geleverd of intracommunautair verworven omwille van hun plaatsing in België onder de regeling btw-entrepot, maar die voorafgaand aan hun opslag in het btw-entrepot bedoelde diensten ondergaan.

Wanneer de diensten zijn verricht, in de zin van [artikel 22 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22), moeten de goederen zonder uitstel in het btw-entrepot worden opgeslagen. Daarbij wordt rekening gehouden met de benodigde tijd om de goederen naar het entrepot te vervoeren.

In beginsel kunnen alle materiële werken en expertises verricht aan de goederen vóór hun effectieve opslag in het entrepot van de belasting worden vrijgesteld op grond van [artikel 39quater, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater).

Er dient evenwel rekening te worden gehouden met de volgende beperkingen:

•de materiële werken en expertises kunnen slechts van de btw worden vrijgesteld op voorwaarde dat ze worden aangemerkt als diensten die, op grond van [artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21), in België plaatsvinden.

•de materiële werken die vóór de effectieve opslag van de goederen worden verricht en die tot gevolg hebben dat de na die werken verkregen goederen ingevolge de beperkende criteria bedoeld in titel 3 van deze Afdeling 4, hiervoor, niet in het btw-entrepot mogen worden opgeslagen, zijn van de vrijstelling uitgesloten.

•krachtens de communautaire reglementering inzake accijnzen moeten de productie, de verwerking evenals elke andere behandeling van accijnsproducten steeds in een belastingentrepot worden verricht, met andere woorden na de inslag van de goederen. Vermits het belastingentrepot ambtshalve als btw-entrepot wordt aangemerkt voor de accijnsproducten die tot de regeling btw-entrepot zijn toegelaten, mogen die goederen vóór hun opslag in het btw-entrepot geen enkele dienst ondergaan. Hetzelfde geldt voor goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten.

##### b. Diensten verricht aan goederen die zich in België onder de regeling btw-entrepot bevinden

De vrijstelling voorzien in [artikel 39quater, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) voor diensten verricht aan goederen die zich in België reeds onder de regeling btw-entrepot bevinden, wordt beperkt door artikel 39*quater*, § 1, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek.

## Beperking van de vrijstelling tot de gebruikelijke behandelingen toegelaten onder de regeling douane-entrepot

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), wordt de vrijstelling voor diensten die betrekking hebben op goederen die zich onder de regeling btw-entrepot bevinden, beperkt tot de handelingen die door de communautaire douanereglementering zouden zijn toegelaten indien die goederen zich onder de regeling douane-entrepot zouden bevinden.

De vrijstelling is aldus beperkt tot de gebruikelijke behandelingen om de goederen in goede staat te bewaren, hun presentatie of handelskwaliteit te verbeteren of hun distributie of wederverkoop voor te bereiden. De lijst van toegestane gebruikelijke behandelingen is opgenomen in bijlage 71-03 van de gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446, voornoemd.

De vrijstelling is niet van toepassing indien de goederen, na hun inslag in het btw-entrepot, andere diensten ondergaan dan die voornoemd.

**Beperking van de vrijstelling tot de diensten die betrekking hebben op goederen die niet het voorwerp zijn van een levering zonder handhaving van de regeling btw-entrepot**

De hiervoor bedoelde gebruikelijke behandelingen die betrekking hebben op goederen die zich onder de regeling btw-entrepot bevinden, zijn slechts van de belasting vrijgesteld binnen de beperkingen gesteld in [artikel 39quater, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater).

Overeenkomstig die bepaling is de vrijstelling niet van toepassing op gebruikelijke behandelingen die betrekking hebben op goederen die, hoewel ze fysiek nog aanwezig zijn in het btw-entrepot, reeds het voorwerp hebben uitgemaakt van een levering zonder handhaving van de regeling btw-entrepot.

### 5. Vergunning

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), is de toepassing van de regeling btw-entrepot voor de volgende handelingen onderworpen aan de uitreiking van een vergunning aan de in België gevestigde entrepothouder:

•de plaatsing van goederen onder de regeling btw-entrepot

•het verrichten van diensten aan goederen vóór hun plaatsing onder de regeling btw-entrepot.

De aanvraag van de vergunning moet door de entrepothouder schriftelijk worden ingediend bij:

•de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen, wanneer de diensten of de plaatsing van de goederen onder de regeling btw-entrepot betrekking hebben op in België ingevoerde goederen die op het tijdstip van de invoer onder die regeling worden geplaatst

•de Algemene Administratie van de Fiscaliteit, wanneer de diensten of de plaatsing van de goederen onder de regeling btw-entrepot betrekking hebben op andere goederen.

Wanneer de aanvraag betrekking heeft op de plaatsing van goederen onder de regeling btw-entrepot, dient ze de vermeldingen opgenomen in [artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit nr. 54](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art3), voornoemd, te bevatten. Voor het verrichten van diensten aan goederen vooraleer ze worden geplaatst onder de regeling btw-entrepot, dient de aanvraag de vermeldingen opgenomen in [artikel 3, § 3, van het koninklijk besluit nr. 54](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art3), voornoemd, te bevatten.

Voor accijnsproducten en goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten moet evenwel geen afzonderlijke vergunning btw-entrepot worden aangevraagd, wanneer die goederen overeenkomstig [artikel 39quater, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) geacht worden zich onder de regeling btw-entrepot te bevinden (zie titel 6, rubriek F, subrubriek b, van deze Afdeling 4, hierna). De vergunning erkend entrepothouder die de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen voor het (de) belastingentrepot(s) van de erkend entrepothouder heeft uitgereikt, geldt dan immers tevens als vergunning btw-entrepot.

Voor de volgende handelingen is de toepassing van de regeling btw-entrepot daarentegen niet onderworpen aan de uitreiking van een vergunning:

•de leveringen van goederen die geplaatst zijn onder de regeling btw-entrepot, met handhaving van die regeling

•het verrichten van diensten aan goederen die zich in België onder de regeling btw-entrepot bevinden.

De bijhorende vrijstellingen voorzien in [artikel 39quater, § 1, eerste lid, 2° en 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) zijn aldus van toepassing wanneer aan de toepassingsvoorwaarden van die vrijstellingen is voldaan, zonder dat het bezit van een vergunning als een voorwaarde moet worden beschouwd.

### 6. Werking van de regeling btw-entrepot

#### A. Algemeen

De regeling btw-entrepot vloeit voort uit de omzetting in Belgisch recht van de artikelen [154](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-154) tot en met [163](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-163) van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd.

Overeenkomstig die bepalingen, moeten de lidstaten die vrijstellingen van de btw verlenen in het kader van de regeling btw-entrepot, ervoor zorgen dat het bedrag van de btw dat is verschuldigd bij de onttrekking van de goederen aan de regeling overeenstemt met het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest indien de vrijgestelde handelingen in het binnenland waren belast.

Op de goederen die aan de regeling btw-entrepot worden onttrokken, moet met andere woorden dezelfde fiscale druk rusten als in de situatie waarin ze niet onder die regeling waren geplaatst, rekening houdend met het aftrekmechanisme ingeval van opeenvolgende handelingen.

Vermits dergelijke onttrekking geen belastbare handeling vormt, heeft België voornoemde doelstelling verwezenlijkt door de invoering van een voorlopige vrijstelling. De vrijstelling wordt definitief wanneer de goederen ofwel het voorwerp uitmaken van een levering met of zonder handhaving van de regeling btw-entrepot, ofwel definitief buiten België worden vervoerd. Indien de goederen in andere omstandigheden aan de regeling worden onttrokken, moet de belasting worden geregulariseerd om de juiste belastingdruk op die goederen te bereiken (zie rubriek B, van deze titel 6, hierna).

Gelet op het voorlopige karakter van de vrijstelling en het feit dat de verkoper niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor de bestemming die zijn koper na de levering aan de goederen geeft, wordt de afnemer van de goederen of de ontvanger van de diensten in het kader van de regeling btw-entrepot steeds aangewezen als schuldenaar van de belasting die moet worden voldaan in de gevallen waarin op de voorlopige vrijstelling moet worden teruggekomen.

#### B. Voorlopige vrijstelling

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 5, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), wordt de vrijstelling voor de handelingen bedoeld in [artikel 39quater, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) voorlopig verleend.

De voorlopige vrijstelling wordt voor bepaalde handelingen definitief (zie subrubriek a, van deze rubriek B, hierna), terwijl andere handelingen moeten worden geregulariseerd (zie subrubriek b, van deze rubriek B, hierna).

##### a. Gevallen waarin de voorlopige vrijstelling definitief wordt

[Artikel 39quater, § 5, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) somt de gevallen op waarin de voorlopige vrijstelling van de btw, voor de handelingen die onder de regeling btw-entrepot zijn verricht, definitief wordt.

Meer bepaald, wordt de voorlopige vrijstelling definitief voor de handelingen die voorafgaan aan:

•een levering van goederen onder bezwarende titel met handhaving van de regeling btw-entrepot

•de onttrekking van de goederen aan de regeling btw-entrepot door de belastingplichtige die een in [artikel 10, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-10) bedoelde levering van goederen onder bezwarende titel verricht

•de onttrekking van de goederen aan de regeling btw-entrepot door hun eigenaar, los van enige handelstransactie, in het kader van hetzij een overbrenging van goederen zoals bedoeld in [artikel 12bis, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis), hetzij een vervoer of een verzending van die goederen buiten de Gemeenschap verricht door die eigenaar of voor zijn rekening.

De voorlopige vrijstelling wordt derhalve definitief:

•voor de in [artikel 39quater, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) bedoelde invoeren, intracommunautaire verwervingen en leveringen van goederen die onder de regeling btw-entrepot worden geplaatst evenals voor de in [artikel 39quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) bedoelde diensten die vóór de opslag in het btw-entrepot worden verricht aan goederen die het voorwerp zijn van één van voornoemde vrijgestelde handelingen tot plaatsing onder de regeling btw-entrepot:

•wanneer die goederen worden doorverkocht met handhaving van de regeling btw-entrepot. Die levering is op zijn beurt voorlopig vrijgesteld van de btw.

•wanneer de persoon die de goederen onder de regeling btw-entrepot heeft geplaatst, die goederen aan de regeling onttrekt ingevolge een door hem verrichte verkoop. Die levering vindt dan niet plaats met handhaving van de regeling btw-entrepot en kan derhalve niet van de voorlopige vrijstelling van de btw genieten.

•wanneer de persoon die de goederen onder de regeling btw-entrepot heeft geplaatst, die goederen aan de regeling onttrekt om ze, los van enige handelstransactie, naar een plaats buiten België te verzenden of te vervoeren, voor zover de goederen niet naar een andere lidstaat worden verzonden of vervoerd in het kader van een handeling bedoeld in [artikel 12bis, tweede lid, 4°, 5° en 6° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) of van de regeling bedoeld in [artikel 12ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12ter) (zie daartoe subrubriek b, van deze rubriek B, hierna).

•voor de in [artikel 39quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) bedoelde leveringen van goederen met handhaving van de regeling btw-entrepot evenals voor de in [artikel 39quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) bedoelde diensten die worden verricht aan goederen die zich in België onder de regeling btw-entrepot bevinden:

•wanneer die goederen worden doorverkocht met handhaving van de regeling btw-entrepot. Die levering is op zijn beurt voorlopig vrijgesteld van de btw.

•wanneer die goederen aan de regeling btw-entrepot worden onttrokken door de belastingplichtige die ze verkoopt. Die levering vindt dan niet plaats met handhaving van de regeling btw-entrepot en kan derhalve niet van de voorlopige vrijstelling van de btw genieten.

•wanneer die goederen aan de regeling btw-entrepot worden onttrokken en door de eigenaar, los van enige handelstransactie, naar een plaats buiten België worden verzonden of vervoerd, voor zover de goederen niet naar een andere lidstaat worden verzonden of vervoerd in het kader van een handeling bedoeld in [artikel 12bis, tweede lid, 4°, 5° en 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) of van de regeling bedoeld in [artikel 12ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12ter) (zie daartoe subrubriek b, van deze rubriek B, hierna).

Onder onttrekking van goederen aan de regeling btw-entrepot door hun eigenaar los van enige handelstransactie, in de zin van [artikel 39quater, § 5, tweede lid, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), moet worden verstaan, de situatie waarin goederen uit het btw-entrepot worden uitgeslagen zonder dat die goederen daarbij het voorwerp zijn van een levering van goederen onder bezwarende titel, te rekenen vanaf hun laatste levering met handhaving van de regeling aan de eigenaar of vanaf hun plaatsing onder de regeling door de eigenaar, wanneer ze gedurende hun verblijf onder de regeling btw-entrepot niet onder bezwarende titel zijn geleverd.

##### b. Gevallen waarin op de voorlopige vrijstelling moet worden teruggekomen

[Artikel 39quater, § 5, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) somt de gevallen op waarin op de voorlopige vrijstelling van de btw, voor de handelingen die onder de regeling btw-entrepot zijn verricht, moet worden teruggekomen.

De voorlopige vrijstelling moet worden geregulariseerd wanneer de volgende twee voorwaarden samen zijn vervuld:

•de goederen worden door hun eigenaar, los van enige handelstransactie, aan de regeling btw-entrepot onttrokken

•de aan de regeling onttrokken goederen blijven in België of worden door of voor rekening van hun eigenaar naar een andere lidstaat van de Gemeenschap verzonden of vervoerd met het oog op een handeling bedoeld in [artikel 12bis, tweede lid, 4°, 5° of 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) of in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep bedoeld in [artikel 12ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12ter).

De verzending of het vervoer van goederen van België naar een andere lidstaat met het oog op een handeling bedoeld in [artikel 12bis, tweede lid, 4°, 5° of 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen – Hoofdstuk 2: Leveringen van goederen, Afdeling 7, titel 8, rubrieken D, E en F’) wordt niet met een levering van goederen onder bezwarende titel gelijkgesteld. Na het beëindigen van één van de in die bepalingen bedoelde handelingen kunnen de goederen terug naar België worden verzonden of vervoerd zonder dat er in België een belastbare handeling plaatsvindt. Bijgevolg dient die situatie op dezelfde manier te worden behandeld als die waarin de goederen in België blijven na aan de regeling btw-entrepot te zijn onttrokken.

Bij het bepalen van de voorlopig vrijgestelde handelingen die moeten worden geregulariseerd, dient een onderscheid te worden gemaakt naargelang de aan de regeling onttrokken goederen al dan niet het voorwerp hebben uitgemaakt van één of meerdere leveringen onder bezwarende titel tijdens hun verblijf onder de regeling btw-entrepot:

•indien de goederen niet het voorwerp hebben uitgemaakt van dergelijke levering, wordt de btw opeisbaar over de handeling (invoer, intracommunautaire verwerving of levering) waarbij de goederen door hun eigenaar onder de regeling werden geplaatst evenals over de aan die eigenaar verstrekte diensten met betrekking tot die goederen

•indien de goederen wel het voorwerp hebben uitgemaakt van één of meerdere van dergelijke leveringen, wordt de btw opeisbaar over de levering van goederen aan de eigenaar die de goederen aan de regeling btw-entrepot onttrekt evenals over de aan die eigenaar verstrekte diensten met betrekking tot die goederen.

Overeenkomstig [artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 54](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art2), voornoemd, wordt de btw die over de te regulariseren handelingen verschuldigd is, opeisbaar op het tijdstip dat de goederen aan de regeling btw-entrepot worden onttrokken tegen het tarief dat van toepassing zou zijn geweest op elk van die handelingen indien zij niet voorlopig waren vrijgesteld.

#### C. Aanzuivering van de regeling

De regeling btw-entrepot wordt beëindigd door enerzijds de levering van goederen onder bezwarende titel zonder handhaving van de regeling btw-entrepot, en anderzijds de onttrekking van goederen aan de regeling btw-entrepot door hun eigenaar, los van enige handelstransactie. De btw-gevolgen van de aanzuivering van de regeling btw-entrepot zijn in beide gevallen verschillend.

##### a. De regeling wordt beëindigd ingevolge een levering van goederen onder bezwarende titel zonder handhaving van de regeling

Indien de onttrekking van de goederen aan de regeling btw-entrepot het gevolg is van een levering van die goederen onder bezwarende titel, zonder handhaving van de regeling, kan die levering niet worden vrijgesteld op grond van [artikel 39quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater).

De normale btw-regels (inzake plaats van de levering, tijdstip van opeisbaarheid, schuldenaar van de belasting …) zijn derhalve van toepassing op bedoelde levering en dus ook de mogelijke toepassing van een vrijstelling (bijvoorbeeld de artikelen [39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39), [39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis), [39quater, § 1, 1°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), en [42](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) van het Btw-Wetboek). De goederen zijn op die manier bezwaard met eenzelfde fiscale druk als wanneer de regeling btw-entrepot niet zou zijn toegepast. Er is bijgevolg geen regularisatie nodig.

Er wordt opgemerkt dat voor accijnsproducten en voor goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten, die zich in een belastingentrepot bevinden en die tot de regeling btw-entrepot zijn toegelaten, evenwel rekening moet worden gehouden met het bepaalde in rubriek F, subrubriek b, van deze titel 6, hierna.

##### b. De regeling wordt beëindigd ingevolge de onttrekking van de goederen aan de regeling btw-entrepot los van enige handelstransactie

Wanneer de goederen aan de regeling btw-entrepot worden onttrokken, los van enige handelstransactie, moeten de goederen bij de beëindiging van de regeling een fiscale druk ondergaan. Vermits dergelijke uitslag uit het btw-entrepot op zich geen belastbare handeling is, kan de juiste fiscale druk enkel worden bereikt via een regularisatie van:

•ofwel de voorlopig vrijgestelde levering die met handhaving van de regeling btw-entrepot werd verricht aan de persoon die de goederen aan de regeling btw-entrepot onttrekt

•ofwel de voorlopig vrijgestelde handeling (invoer, intracommunautaire verwerving of levering) met plaatsing van de goederen onder de regeling btw-entrepot door de persoon die de goederen aan de regeling onttrekt, ingeval de goederen tijdens hun verblijf in het btw-entrepot niet het voorwerp zijn geweest van een levering onder bezwarende titel.

Daarnaast draagt ook de regularisatie van eventuele voorlopig vrijgestelde diensten bij tot het bereiken van de juiste fiscale druk op de goederen die aan de regeling btw-entrepot worden onttrokken, los van enige handelstransactie.

Merk evenwel op dat bedoelde regularisaties enkel moeten worden verricht wanneer de goederen in België blijven of naar een andere lidstaat worden verzonden of vervoerd met het oog op een handeling bedoeld in [artikel 12bis, tweede lid, 4°, 5° of 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) of in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep bedoeld in [artikel 12ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12ter). Ingeval van een overbrenging in de zin van [artikel 12bis, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) of van een uitvoer buiten de Gemeenschap, moeten de vervoerde of verzonden goederen immers geen fiscale druk ondergaan.

Tot slot draagt ook het belasten van de diensten die ingevolge de beperking van [artikel 39quater, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) niet van de belasting kunnen worden vrijgesteld op grond van [artikel 39quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), hoewel ze worden verricht aan goederen die zich fysiek in een btw-entrepot bevinden, bij tot het bereiken van de juiste fiscale druk op de goederen die aan de regeling btw-entrepot worden onttrokken.

#### D. Overbrenging van goederen van een btw-entrepot naar een ander btw-entrepot door de eigenaar

##### a. Principe

In geval van overbrenging van goederen van een btw-entrepot in België naar een andere locatie in België door de eigenaar van de goederen, los van enige handelstransactie, kunnen de goederen niet steeds opnieuw onder de regeling btw-entrepot worden geplaatst, rekening houdend met de beperkingen van toepassing op bepaalde goederen (zie titel 3, rubriek A, van deze Afdeling 4, hiervoor).

In tegenstelling tot de ingevoerde goederen waarvoor geen beperkingen inzake plaatsing onder de regeling zijn voorzien, zijn de goederen van communautaire oorsprong (België of een andere lidstaat) slechts tot de regeling btw-entrepot toegelaten indien zij in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) worden vermeld.

Indien goederen, die bij hun invoer onder de regeling btw-entrepot werden geplaatst, naar een andere locatie in België worden overgebracht, zijn ze van communautaire oorsprong en kunnen de meeste van die goederen, gelet op voornoemde beperking, niet meer onder de regeling btw-entrepot worden geplaatst.

Dergelijke overbrenging van goederen, los van enige handelstransactie, heeft voor de meeste goederen aldus tot gevolg dat de regeling btw-entrepot definitief verloren gaat, hoewel de goederen opgeslagen blijven. De voorlopig verleende vrijstelling dient in beginsel te worden geregulariseerd (zie rubriek B, subrubriek b, van deze titel 6, hiervoor).

##### b. Administratieve tolerantie

Teneinde de voordelen verbonden aan de regeling btw-entrepot niet verloren te laten gaan wanneer een eigenaar van goederen, bijvoorbeeld om economische redenen, beslist om goederen naar een andere locatie in België over te brengen (overbrenging die in beginsel de regeling beëindigd), staat de administratie in [beslissing nr. E.T. 124.559 van 11.09.2014](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-124-559-onderhavige-handelt-btw-toepassing-ten-bd72) toe dat, voor de toepassing van de bepalingen voorzien in de [artikel 39quater, §§ 3, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), en [5, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-5), van het Btw-Wetboek, de betrokken regeling niet wordt beëindigd maar blijft voortbestaan bij de uitslag van de goederen uit het btw-entrepot (E1), wanneer de volgende voorwaarden zijn vervuld:

•de eigenaar van de goederen blijft eigenaar tijdens de opslag van de goederen in het tweede btw-entrepot (E2). Het betreft een loutere overbrenging van de eigen goederen van een operator.

•E2 moet erkend zijn als btw-entrepot voor de opslag van de betrokken goederen, zoals indien de goederen er direct zouden zijn opgeslagen (zonder opslag in E1). Dit houdt in dat de status van de goederen bij hun inslag in E1 bepaalt voor welk type goederen E2 erkend moet zijn als btw-entrepot. Indien het ingevoerde goederen betreft, moet E2 erkend zijn als btw-entrepot voor de opslag van ingevoerde goederen, en analoog indien het goederen van communautaire oorsprong of accijnsproducten betreft.

•de vergunninghouder van E1 dient een bijzonder stuk op te maken waarvan hij een exemplaar bewaart en een tweede aan de vergunninghouder van E2 bezorgt. Dat bijzonder stuk dient de volgende gegevens te bevatten:

•de naam, het adres en het Belgisch btw-identificatienummer van de eigenaar van de goederen of, in voorkomend geval, het globaal btw-identificatienummer met beginkenmerk BE 0796.6 waaronder die eigenaar in E1 wordt vertegenwoordigd

•de naam, het adres en het Belgisch btw-identificatienummer van de vergunninghouder van E1

•het nummer van de vergunning van E2 waarin de goederen worden opgeslagen

•de status van het btw-entrepot E1 (invoer, goederen van communautaire oorsprong of accijnsproducten)

•een nauwkeurige omschrijving van de aard, de hoeveelheid en de waarde van de goederen

•de vermelding: ‘geen btw-regularisatie overeenkomstig de beslissing nr. E.T. 124.559 dd. 11.09.2014’.

•het uitslagdocument van E1, van waaruit de goederen vertrekken, dient naar het bijzonder stuk te verwijzen.

•het opslagdocument van E2, waar de goederen naartoe worden verplaatst, dient naar het bijzonder stuk te verwijzen.

Indien voormelde voorwaarden bij de overbrenging van goederen van een btw-entrepot naar een ander btw-entrepot zijn vervuld, heeft dat tot gevolg dat:

•er geen btw-regularisatie moet worden verricht

•de goederen onder de regeling btw-entrepot blijven, zoals ze dat in E1 waren.

Indien die voorwaarden daarentegen niet zijn vervuld, mag de administratieve tolerantie niet worden toegepast en dient de btw te worden geregulariseerd. De regeling btw-entrepot is dan definitief beëindigd.

#### E. Schuldenaar van de belasting

Krachtens de algemene regel vervat in [artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) is de btw verschuldigd door de belastingplichtige die in België een belastbare levering van goederen of een belastbare dienst verricht.

Wanneer die handelingen onder de regeling btw-entrepot worden verricht, genieten zij een voorlopige vrijstelling die slechts definitief wordt op voorwaarde dat de goederen worden doorverkocht met handhaving van de regeling of aan de regeling worden onttrokken in de omstandigheden beschreven in rubriek B, subrubriek a, van deze titel 6, hiervoor.

Mogelijks wordt die voorwaarde slechts vervuld lange tijd na het verrichten van de handeling die de voorlopige vrijstelling geniet. Bijgevolg heeft de gebruikelijke schuldenaar van de belasting geen enkele controle over de naleving van bedoelde voorwaarde.

Om die reden heeft de wetgever in een afwijking op de algemene regel vervat in [artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) voorzien. Overeenkomstig [artikel 51, § 2, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), wordt de medecontractant van de leverancier of van de dienstverrichter als schuldenaar van de belasting aangemerkt.

Die afwijking is uiteraard enkel van toepassing op de leveringen van goederen en de diensten die overeenkomstig [artikel 39quater, §§ 1 en 5, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) voorlopig van de belasting zijn vrijgesteld.

Om elke betwisting aangaande de schuldenaar van de belasting bij de aanzuivering van de regeling te vermijden, inzonderheid wanneer er goederen ontbreken in het entrepot, wordt de persoon die de goederen aan de regeling btw-entrepot onttrekt, op grond van [artikel 51, § 2, eerste lid, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), aangewezen als schuldenaar van de belasting over de handelingen waarvoor de voorlopige vrijstelling moet worden geregulariseerd.

#### F. Bijzonderheden met betrekking tot accijnsproducten en goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten

##### a. Uitsluiting van tabaksfabrikaten

Tabaksfabrikaten komen niet voor op de lijst van goederen opgenomen in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater). Tabaksfabrikaten van communautaire oorsprong (België of een andere lidstaat) zijn derhalve uitgesloten van de regeling btw-entrepot.

De regeling btw-entrepot is evenmin van toepassing op in België ingevoerde tabaksfabrikaten, vermits de heffing van de btw over die goederen nauw met de regeling inzake accijnsrechten is verbonden, overeenkomstig [artikel 58, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58).

##### b. Dwingend karakter van de regeling btw-entrepot

Overeenkomstig [artikel 39quater, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), moet de regeling btw-entrepot verplicht worden toegepast ten aanzien van accijnsproducten en van goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten, die in een in België gelegen belastingentrepot worden opgeslagen of er zich in bevinden, voor zover die goederen tot de regeling btw-entrepot zijn toegelaten.

In het algemeen kan worden gesteld dat de verplichte toepassing van de regeling geldt voor de accijnsproducten en voor de goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten, die in België zijn ingevoerd of, indien de goederen van communautaire oorsprong zijn, die in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) zijn opgenomen.

De regeling wordt slechts beëindigd bij de aangifte ten verbruik van de goederen voor de toepassing van de accijnsrechten of bij de daadwerkelijke uitslag van de goederen uit het belastingentrepot. Bijgevolg vinden alle leveringen van goederen die worden verricht vóór de aangifte ten verbruik van de goederen op het stuk van de accijnsrechten of vóór de daadwerkelijke uitslag van de goederen uit het belastingentrepot, plaats onder de regeling btw-entrepot en zijn ze aldus van de btw vrijgesteld.

##### c. Diensten verricht aan goederen vóór hun werkelijke opslag in het btw-entrepot

De productie, de verwerking of elke andere behandeling van accijnsproducten die zich onder schorsing van accijnsrechten bevinden, moet verplicht in een belastingentrepot plaatsvinden, met andere woorden na de plaatsing van de goederen in dat entrepot. Die goederen kunnen dan ook geen diensten ondergaan alvorens ze effectief in een btw-entrepot zijn opgeslagen, vermits het belastingentrepot voor die producten als een btw-entrepot wordt aangemerkt. Dezelfde regels gelden voor goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten.

De diensten die in het btw-entrepot worden verricht, kunnen slechts van de btw worden vrijgesteld op grond van [artikel 39quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), voor zover ze:

•betrekking hebben op accijnsproducten of op goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten, die tot de regeling btw-entrepot zijn toegelaten (zie titel 3, rubriek A, van deze Afdeling 4, hiervoor)

•bestaan uit gebruikelijke behandelingen die in een douane-entrepot zijn toegelaten (zie titel 4, rubriek D, subrubriek b, van deze Afdeling 4, hiervoor).

##### d. Vergunning btw-entrepot

## Algemeen

De plaatsing onder de regeling btw-entrepot van accijnsproducten en van goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten, impliceert dat die accijnsproducten en goederen in een belastingentrepot worden opgeslagen. Overeenkomstig [artikel 39quater, § 2, 1° en 2°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), worden voor accijnsproducten en goederen bestemd voor de productie of de verwerking van accijnsproducten immers als btw-entrepot beschouwd, de in België gelegen plaatsen die als belastingentrepot inzake accijnzen worden aangemerkt.

Daarbij bepaalt [artikel 39quater, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) dat de tot de regeling btw-entrepot toegelaten accijnsproducten en goederen die bestemd zijn voor de productie of de verwerking van accijnsproducten, die in een in België gelegen belastingentrepot worden opgeslagen of er zich in bevinden, worden geacht zich onder de regeling btw-entrepot te bevinden.

Als gevolg daarvan stelt [artikel 3, § 4, van het koninklijk besluit nr. 54](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art3), voornoemd, dat de vergunning erkend entrepothouder die de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen voor het (de) belastingentrepot(s) van de erkend entrepothouder heeft uitgereikt, tevens geldt als vergunning btw-entrepot voor accijnsproducten en goederen die overeenkomstig *39quater,* § 4, van het Btw-Wetboek geacht worden zich onder de regeling btw-entrepot te bevinden. Er moet bijgevolg geen afzonderlijke vergunning btw-entrepot worden aangevraagd en uitgereikt.

Merk op dat een belastingentrepot niet alleen kan gelden als een btw-entrepot voor goederen die onderworpen zijn aan de accijnsschorsingsregeling, maar eveneens voor goederen waarvoor de accijnsschorsingsregeling overeenkomstig richtlijn (EU) 2020/262, voornoemd, niet van toepassing is. Hierna worden de twee specifieke gevallen met betrekking tot energieproducten en ruwe tabak toegelicht.

## Specifiek geval: energieproducten

Om logistieke of praktische redenen gebeurt het dat energieproducten waarvoor de accijnsschorsingsregeling niet van toepassing is, maar die overeenkomstig de btw-wetgeving wel tot de regeling btw-entrepot zijn toegelaten, in een belastingentrepot worden opgeslagen. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer er een vermenging plaatsvindt met energieproducten die onder de accijnsschorsingsregeling zijn geplaatst.

Omwille van de verwevenheid met de accijnswetgeving en met het oog op een vereenvoudiging op administratief vlak, werd in samenspraak met de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen beslist dat voor ingevoerde en communautaire energieproducten de regeling btw-entrepot van toepassing is van zodra die in een belastingentrepot worden opgeslagen, ongeacht of zij aan de accijnsschorsingsregeling zijn onderworpen. Voor energieproducten van communautaire oorsprong blijft uiteraard de voorwaarde gelden dat zij in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) zijn opgenomen.

De regeling btw-entrepot is dan van toepassing zonder dat er een afzonderlijke vergunning btw-entrepot dient te worden aangevraagd. De vergunning erkend entrepothouder geldt dan als vergunning btw-entrepot.

Het is dus niet vereist dat de goederen moeten dienen voor de productie of de verwerking van goederen die aan de accijnsschorsingsregeling zijn onderworpen. Echter, is het fysiek en administratief (inschrijven in de voorraadadministratie) opslaan van de goederen in het belastingentrepot wel een minimumvereiste.

Bovenvermelde energieproducten dienen overigens onder dezelfde voorwaarden in een belastingentrepot te worden opgeslagen als die van toepassing op energieproducten die onder de accijnsschorsingsregeling zijn opgeslagen in het kader van de vergunning erkend entrepothouder, inzonderheid wat de voorraadadministratie betreft. Daarbij moet worden voldaan aan de boekhoudkundige verplichtingen voorzien in de artikelen [4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art4) en [5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art5) van het koninklijk besluit nr. 54, voornoemd. Voor meer informatie omtrent die boekhoudkundige verplichtingen, wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de [circulaire nr. AOIF 14/2003 (nr. E.T.98.973) van 19.05.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/14-2003-aoif-reglementation-entrepot-tva-vrijstelling-665b).

De volgende situaties kunnen zich voordoen:

•voor communautaire energieproducten die aan de accijnsschorsingsregeling zijn onderworpen en in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) zijn opgenomen, wordt de vergunning erkend entrepothouder automatisch beschouwd als een vergunning btw-entrepot. Er is geen afzonderlijke vergunning btw-entrepot vereist.

•voor communautaire energieproducten die niet aan de accijnsschorsingsregeling zijn onderworpen, in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) zijn opgenomen en zowel fysiek als administratief in een belastingentrepot worden opgeslagen, wordt de vergunning erkend entrepothouder automatisch beschouwd als een vergunning btw-entrepot. Er is geen afzonderlijke vergunning btw-entrepot vereist.

•voor communautaire energieproducten die niet aan de accijnsschorsingsregeling zijn onderworpen, en fysiek maar niet administratief in een belastingentrepot worden opgeslagen, wordt de vergunning erkend entrepothouder niet beschouwd als een vergunning btw-entrepot. Voor zover die energieproducten in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) zijn opgenomen, dient een afzonderlijke vergunning btw-entrepot te worden aangevraagd.

•voor ingevoerde energieproducten is de regeling btw-entrepot van toepassing wanneer die in een belastingentrepot worden opgeslagen.

## Specifiek geval: ruwe tabak

Ruwe tabak van de GN-code 2401 is geen accijnsgoed in de zin van de accijnswetgeving. Derhalve dient het niet verplicht in een belastingentrepot te worden opgeslagen. Er bestaat evenwel de mogelijkheid om het in een belastingentrepot op te slaan met het oog op zijn bewerking tot een accijnsgoed (tabaksfabrikaat). In dat geval wordt het aangemerkt als een goed dat bestemd is voor de productie of de verwerking van accijnsgoederen.

Omwille van de verwevenheid met de accijnswetgeving, met het oog op een vereenvoudiging op administratief vlak en vermits ruwe tabak van de GN-code 2401 opgenomen is in [artikel 39quater, § 3, tweede lid, 31°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater), werd in samenspraak met de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen beslist dat dergelijk goed zich steeds onder de regeling btw-entrepot bevindt wanneer het in een belastingentrepot wordt opgeslagen, ongeacht zijn oorsprong (ingevoerd of van communautaire oorsprong).

De regeling btw-entrepot is dan van toepassing zonder dat er een afzonderlijke vergunning btw-entrepot dient te worden aangevraagd. De vergunning erkend entrepothouder geldt dan als vergunning btw-entrepot voor de opslag van ruwe tabak van de GN-code 2401.

De ruwe tabak dient evenwel in een belastingentrepot te worden opgeslagen onder dezelfde voorwaarden als die van toepassing op accijnsgoederen die onder de accijnsschorsingsregeling zijn opgeslagen in het kader van de vergunning erkend entrepothouder, inzonderheid wat de voorraadadministratie betreft. Het fysiek en administratief (inschrijving in de voorraadadministratie) opslaan in het belastingentrepot is een minimumvereiste indien men gebruik wenst te maken van deze vereenvoudigde procedure. De niet-naleving sluit de toepassing van deze vereenvoudiging uit.

Bij de opslag moet worden voldaan aan de boekhoudkundige verplichtingen voorzien in de artikelen [4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art4) en [5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07#ar54-art5) van het koninklijk besluit nr. 54, voornoemd. Voor meer informatie omtrent die boekhoudkundige verplichtingen, wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van de [circulaire nr. AOIF 14/2003 (nr. E.T.98.973) van 19.05.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/14-2003-aoif-reglementation-entrepot-tva-vrijstelling-665b).

## Aangehaalde teksten

22

[WBTW art. 39quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39quater) 55 voorkomens

[WBTW art. 12bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) 7 voorkomens

[KB nr. 54 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07) 4 voorkomens

[WBTW art. 12ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12ter) 4 voorkomens

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 4 voorkomens

[WBTW art. 23](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-23) 3 voorkomens

[WBTW art. 42](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-42) 3 voorkomens

[KB nr. 54 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07) 2 voorkomens

[KB nr. 54 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07) 2 voorkomens

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 2 voorkomens

[WBTW art. 41](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-41) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 154](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-154) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 163](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-163) 2 voorkomens

[KB nr. 54 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-54-december-betrekking-andere-regeling-entrepot-6b07) 1 voorkomen

[WBTW art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) 1 voorkomen

[WBTW art. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-10) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) 1 voorkomen

[WBTW art. 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) 1 voorkomen

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-5) 1 voorkomen

[WBTW art. 58](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) 1 voorkomen
