Handelingen betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel · Btw-commentaar

Naar de tekst
Juriel

1 juni 2021

Zoeken

Handelingen betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel

https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-f873

Datum
1 juni 2021

Over het document

Verzameling
Btw-commentaar
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

35 paragrafen

Btw-Commentaar. Vrijstellingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek - Handelingen betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn - art. 44, § 3, 9° (01.06.2021)

BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief

Hoofdstuk 9: Vrijstellingen beoogd door artikel 44 van het Btw-Wetboek

Afdeling 30 – Handelingen betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn (artikel 44, § 3, 9°, van het Btw-Wetboek)

Bijwerking 01.06.2021 - Vorige versies: [01.07.2018] [01.06.2020]

Inhoud: · 5 onderdelen

1. Algemeen

2. Bitcoins en andere contractuele betaalmiddelen

3. Diverse handelingen die zijn uitgesloten van de bepalingen van artikel 44, § 3, 9°, van het Btw-Wetboek

A. Sorteren, verifiëren en tellen van munten en biljetten

B. Handelingen met betrekking tot munten en biljetten die niet als betaalmiddel worden gebruikt

1. Algemeen

Op grond van artikel 44, § 3, 9°, van het Wetboek zijn van de belasting vrijgesteld, de ‘handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn, met uitzondering van munten en biljetten die als verzamelobject worden beschouwd; als zodanig worden beschouwd gouden, zilveren of uit een ander metaal geslagen munten, alsmede biljetten die normaliter niet als wettig betaalmiddel worden gebruikt of die een numismatische waarde hebben’.

Deze vrijstelling is de omzetting in Belgisch recht van de artikel 135, lid 1, punt e), van richtlijn 2006/112/EG, voornoemd.

Wanneer een verrichting neerkomt op een overdracht van munten vormt deze een dienst in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 13°, van het Btw-Wetboek. Deze handeling wordt echter op grond van artikel 44, § 3, 9°, van het Wetboek uitdrukkelijk van de belasting vrijgesteld. In dit verband wordt er op gewezen dat de vrijstelling slechts geldt ten aanzien van de handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deviezen, bankbiljetten en munten die wettig betaalmiddel zijn, met uitzondering van munten en biljetten die als verzamelobject worden beschouwd. De overdracht van laatstgenoemde munten en biljetten is de levering van een lichamelijk goed die in de regel niet van de belasting is vrijgesteld.

De diensten van makelaars en lasthebbers vormen tevens diensten in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 13°, van het Btw-Wetboek. Deze diensten zijn evenwel ook uitdrukkelijk van de belasting vrijgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 44, § 3, 9°, van het Btw-Wetboek.

Van de vrijstelling worden uitgesloten de handelingen met betrekking tot munten en biljetten die niet als betaalmiddel worden gebruikt. Zijn bijgevolg belastbaar de handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, met betrekking tot gouden, zilveren of uit een ander metaal geslagen munten, alsmede biljetten die normaal niet als betaalmiddel worden gebruikt of die weliswaar nog als betaalmiddel kunnen worden gebruikt maar vanuit numismatisch oogpunt worden verhandeld.

Er wordt opgemerkt dat de overdracht van munten en bankbiljetten die geen wettig betaalmiddel zijn of die vanuit numismatisch oogpunt worden verhandeld, wordt beschouwd als de levering van een goed als bedoeld in artikel 10 van het Btw-Wetboek.

2. Bitcoins en andere contractuele betaalmiddelen

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft zich moeten uitspreken over de vraag of deze vrijstelling van toepassing is op de dienstverrichtingen die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen de virtuele valuta’s die, zonder een wettig betaalmiddel te zijn, een betaalmiddel vormen dat door de partijen bij een transactie wordt geaccepteerd, zoals bitcoins.

Ten aanzien van bitcoins heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voor recht gezegd dat deze een contractueel betaalmiddel vormen en dat de handelingen betreffende niet-traditionele valuta’s, dat wil zeggen andere dan de munten die in één of meerdere landen het wettelijke betaalmiddel vormen, voor zover deze valuta’s door de partijen bij een transactie zijn aanvaard als alternatief betaalmiddel op de wettelijke betaalmiddelen en geen andere doel hebben dan te worden gebruikt als betaalmiddel, financiële handelingen vormen. Het Hof stelt daarbij dat de handelingen die bestaan in het inwisselen van traditionele valuta’s tegen eenheden van de virtuele valuta ‘bitcoin’ en omgekeerd, die worden verricht tegen betaling van een bedrag dat overeenkomt met de marge die ontstaat uit het verschil tussen de prijs waarvoor de betrokken marktdeelnemer de valuta koopt en de prijs waarvoor hij deze verkoopt aan zijn klanten – van de btw vrijgestelde handelingen vormen in de zin van voornoemde bepaling (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Skatteverket tegen David Hedqvist, zaak C-264/14, van 22.10.2015).

Het Hof heeft haar standpunt onder meer gestaafd aan de hand van de moeilijkheden in verband met de vaststelling van de belastbare grondslag en van het bedrag van de aftrekbare btw, die identiek blijven of het nu gaat om het wisselen van traditionele valuta’s, die normaliter zijn vrijgesteld, of het inwisselen van dergelijke valuta’s tegen virtuele valuta’s. In dat verband blijkt inderdaad uit de vaste rechtspraak van het Hof dat de vrijstellingen voorzien in artikel 135, lid 1, onder d) tot en met f), van voornoemde richtlijn met name tot doel hebben de moeilijkheden in verband met de vaststelling van de belastbare grondslag en het bedrag van de aftrekbare btw te verhelpen (zie onder meer Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Velvet & Steel Immobilien und Handels GmbH tegen Finanzamt Hamburg-Eimsbüttel, zaak C-455/05, van 19.04.2007, punt 24 en Hof van Justitie van de Europese Unie, Beschikking Tiercé Ladbroke SA en Derby SA tegen Belgische Staat, zaken C-231/07 en C-232/07, van 14.05.2008, punt 24)

Op heden ontbreekt evenwel een gereguleerde en uniform toepasbare wisselkoers zodat de bepalingen van artikel 27, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek van toepassing zijn.

Het spreekt voor zich dat de maatstaf van heffing voor de onderliggende levering van goederen of diensten, naar analogie met de bepalingen van artikel 26 van het Btw-Wetboek, moet worden bepaald op basis van de gebruikelijke marktwaarde in het reguliere handelsverkeer van betreffende goederen of diensten dewelke wordt uitgedrukt in het wettig betaalmiddel.

Hetgeen voorafgaat is tevens van toepassing ten aanzien van gelijkaardige contractuele betaalmiddelen, voor zover deze door de partijen bij een transactie zijn aanvaard als alternatief betaalmiddel op de wettelijke betaalmiddelen en deze geen ander doel hebben dan te worden gebruikt als betaalmiddel.

Tot slot wordt opgemerkt dat de diensten inzake bemiddeling die worden verstrekt door een online wisselplatform dat zich beperkt tot het onder bezwarende titel ter beschikking stellen van specifieke software om bitcoingebruikers toegang te verlenen tot een digitale interface, niet kunnen worden aangemerkt als een vrijgestelde bemiddelingsdienst in de zin van artikel 44, § 3, 9°, van het Btw-Wetboek. De door dergelijk platform verrichte dienst vertoont geenszins de essentiële kenmerken van een bemiddelingsdienst zoals gedefinieerd door het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Commissioners of Customs and Excise tegen CSC Financial Services Ltd., zaak C-235/00, van 13.12.2001, punten 39 en volgende).

3. Diverse handelingen die zijn uitgesloten van de bepalingen van artikel 44, § 3, 9°, van het Btw-Wetboek

A. Sorteren, verifiëren en tellen van munten en biljetten

De dienstverrichtingen bestaande uit het sorteren, verifiëren en tellen van munten en biljetten vallen niet binnen de toepassingssfeer van artikel 44, § 3, 9°, van het Btw-Wetboek (zie in die zin beslissing nr. E.T. 90.561 van 07.10.1997). Het betreft inderdaad in hoofdzaak materiële handelingen die als zodanig niet de specifieke en essentiële kenmerken van een vrijgestelde dienst vertonen en niet beantwoorden aan de door het Hof van Justitie van de Europese Unie, onder meer in haar voornoemd Arrest Velvet & Steel Immobilien, gestelde voorwaarden. Zij kunnen evenwel van de belasting zijn vrijgesteld als handeling bijkomstig bij een handeling die van de belasting is vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 44, § 3, 7° of 9°, van het Btw-Wetboek (bijvoorbeeld bij de storting van de tegenwaarde van deze munten op een bankrekening).

B. Handelingen met betrekking tot munten en biljetten die niet als betaalmiddel worden gebruikt

Zoals hiervoor al werd benadrukt zijn de handelingen met betrekking tot munten en biljetten die niet als betaalmiddel worden gebruikt van het toepassingsgebied van artikel 44, § 3, 9°, van het Btw-Wetboek uitgesloten. Zijn bijgevolg belastbaar de handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, met betrekking tot gouden, zilveren of uit een ander metaal geslagen munten, alsmede biljetten die normaal niet als betaalmiddel worden gebruikt of die weliswaar nog als betaalmiddel kunnen worden gebruikt maar vanuit numismatisch oogpunt worden verhandeld.

De overdracht van munten en bankbiljetten die geen wettig betaalmiddel zijn of die vanuit numismatisch oogpunt worden verhandeld, worden als de levering van een goed in de zin van artikel 10 van het Btw-Wetboek beschouwd.

Voor wat het toe te passen btw-tarief betreft, kunnen enkel de invoeren van muntstukken met een numismatisch belang beoogd door § 2, 2°, b), van rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij koninklijk besluit nr. 20, van 20.07.1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, de toepassing van het verlaagde tarief van 6% genieten.

Bijgevolg zijn de overige leveringen van verzamelmuntstukken onderworpen aan het normale btw-tarief daar zij niet kunnen genieten van een btw-vrijstelling en zij overigens door geen enkele rubriek van de tabellen A en B van de bijlage bij koninklijk besluit nr. 20, voornoemd, worden beoogd.

[Top]

Aangehaalde teksten

9