---
title: "Btw-commentaar · De onroerende verhuur (15.05.2024)"
description: "De onroerende verhuur. Btw-commentaar van de Belgische belastingadministratie, stand 15 mei 2024."
url: "https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-58f0"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/commentaire-tva/exemptions-visees-article-44-code-8e75"
---

# De onroerende verhuur (15.05.2024)

**Datum**

29 mei 2024

## Over het document

**Verzameling**

Btw-commentaar

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

155 paragrafen

Btw-Commentaar. Vrijstellingen beoogd door [artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) - De onroerende verhuur (15.05.2024)

BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief

Hoofdstuk 9: Vrijstellingen beoogd door [artikel 44 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)

## Afdeling 23 – De onroerende verhuur ([artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44))

Bijwerking **15.05.2024** - Vorige versies: \[01.07.2018\] \[01.06.2020\] \[15.06.2021\] \[01.01.2023\]

**Inhoud: · 15 onderdelen**

1\. Principiële vrijstelling

2\. Uitzonderingen op de principiële vrijstelling

A. Verplichte belastingheffing (van rechtswege) bij wijze van uitsluiting van de vrijstelling met betrekking tot de onroerende verhuur

B. Optionele belastingheffing bij wijze van uitsluiting van de vrijstelling met betrekking tot de onroerende verhuur

a. Principe van de belastingheffing

b. Het begrip « bijhorend terrein »

c. Verwijzing

C. Samenvattende tabellen met betrekking tot de onroerende verhuur in functie van het doel van de handeling – Verwijzingen naar het Btw-Wetboek

a. Onroerende verhuur voor andere doeleinden dan de opslag van goederen

b. Terbeschikkingstelling van ruimten voor opslagdoeleinden van goederen in of op een (autonoom deel van een) gebouw

c. Terbeschikkingstelling van ruimten voor opslagdoeleinden van goederen op een onbebouwd terrein

3\. Het behoud, onder voorwaarden, van de btw-vrijstelling met betrekking tot het verstrekken van logies

\* Hotels en motels

\* Inrichtingen met een soortgelijke functie als hotelbedrijven

\[Top\]

### 1. Principiële vrijstelling

Een lichamelijk goed, roerend of onroerend, kan het voorwerp uitmaken van een belastbare verhuur.

Niettemin voorziet [artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), bij omzetting van artikel 135, paragraaf 1, punt l), van de richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van de belasting over de toegevoegde waarde, in een principiële **vrijstelling** van de belasting voor de verpachting en verhuur van uit hun aard onroerende goederen, behoudens bepaalde uitzonderingen (zie titel 2 van deze Afdeling).

Met het oog op een meer getrouwe omzetting van voornoemd artikel van de richtlijn, **slaat die vrijstelling sinds 01.01.2019 niet meer op de overdacht van een huur met betrekking tot een onroerend goed uit zijn aard**.

### 2. Uitzonderingen op de principiële vrijstelling

Bij wijze van **uitzondering** is de principiële **vrijstelling** met betrekking tot de onroerende verhuur, vernoemd in titel 1, van deze Afdeling, **uitgesloten,** daar:

• [artikel 135, paragraaf 2, eerste lid, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135), voornoemd, de belastingheffing oplegt (hotels en campings, stallingen voor rijtuigen, blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines, safeloketten)

• [artikel 135, paragraaf 2, tweede lid, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) het mogelijk maakt (facultatieve bijkomende uitsluitingen op de vrijstelling zoals deze aangenomen in het Belgische recht met betrekking tot de opslag van goederen of de onroerende verhuur op korte termijn, niet langer dan zes maanden).

Deze uitsluitingen zijn gerechtvaardigd omwille van de volgende redenen:

• Terugkeren naar een (verplichte) belastingheffing van rechtswege, (zie rubriek A van deze titel), in functie van:

o de aard van de prestatie, ongeacht:

\* de duur van de verhuur (gedurende enkele uren of per jaar), bijvoorbeeld bij de terbeschikkingstelling van een parkeerplaats

\* de hoedanigheid van de afnemer (in een B2B of B2C context), bijvoorbeeld bij het aanbieden van een hotelkamer voor een duur van minder dan drie maanden.

o de korte termijn (maximaal zes maanden) van de verhuur met behoud, evenwel, in enkele gevallen, van de principiële btw-vrijstelling (bijvoorbeeld voor doeleinden van huisvesting).

• De mogelijkheid voorzien om de vrijstelling op te heffen door te opteren voor de belastingheffing (zie rubriek B van deze titel).

Er wordt op gewezen dat de verplichte belastingheffing met betrekking tot:

• de opslag van goederen niet van toepassing is indien, om die handeling te belasten, de uitoefening van de optie mogelijk is

• de onroerende verhuur op korte termijn (niet langer dan zes maanden) van een uit zijn aard onroerend goed heeft voorrang op de optionele belastingheffing van een dergelijk goed zelfs indien de optie kan worden toegepast.

Indien niet aan alle voorwaarden met betrekking tot hetzij de verplichte, hetzij de optionele belastingheffing van de onroerende verhuur, zoals bepaald in artikel 44, § 3, 2°, a), tweede en zevende streepje, b) en d), van het Btw-Wetboek, wordt voldaan, geldt de algemene regel inzake deze materie, namelijk de principiële vrijstelling van de btw ([artikel 44, § 3, 2° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)).

#### A. Verplichte belastingheffing (van rechtswege) bij wijze van uitsluiting van de vrijstelling met betrekking tot de onroerende verhuur

Overeenkomstig [artikel 135, paragraaf 2 van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135), voornoemd, worden verplicht belast, bij wijze van uitsluiting van de vrijstelling met betrekking tot de onroerende verhuur, zoals bepaald in [artikel 44, § 3, 2°, a), b) en c), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44):

• de terbeschikkingstelling van stallingen voor rijtuigen

• de terbeschikkingstelling van ruimten gebruikt voor meer dan 50 % voor opslagdoeleinden van goederen, op voorwaarde dat deze niet voor meer dan 10% worden aangewend als verkoopruimte. Deze normen zijn van toepassing vanaf 01.01.2019.

Worden niet bedoeld: de terbeschikkingstelling van dergelijke ruimten waarvoor de in [artikel 44, § 3, 2°, d), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) voorziene optie kan worden uitgeoefend (zie rubriek B van deze titel*)*

*•* het verschaffen, voor een periode van minder dan drie maanden, van gemeubeld logies in hotels, motels en inrichtingen met een soortgelijke functie waar gewoonlijk aan betalende gasten onderdak wordt verleend voor een periode van minder dan drie maanden, tenzij die inrichtingen geen van de volgende nauw samenhangende diensten verrichten: instaan voor het fysiek onthaal van de gasten, de terbeschikkingstelling van huishoudlinnen en, wanneer het gemeubeld logies wordt verstrekt voor een periode van meer dan een week, de vervanging ervan tenminste eenmaal per week, en het dagelijks verschaffen van het ontbijt, door de exploitant van het logies of door een derde voor zijn rekening (de voorgeschreven regels zijn van toepassing met ingang van 01.07.2022, zie titel 3 van deze Afdeling)

• de terbeschikkingstelling van een plaats om te kamperen

• de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens

• de terbeschikkingstelling van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines

• vanaf 01.01.2019, de terbeschikkingstelling, voor andere doeleinden dan bewoning, van uit hun aard onroerende goederen, voor een periode van niet meer dan zes maanden.

Deze belastingheffing wordt opgeheven indien de afnemer:

o een natuurlijke persoon is die die goederen aanwendt voor privédoeleinden of, meer in het algemeen, voor andere doeleinden dan die van zijn economische activiteit

o een instelling (rechtspersoon of andere vereniging) is zonder winstdoeleinden

o iedere persoon is die de goederen aanwendt voor handelingen beoogd door [artikel 44, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) (socio-culturele activiteit…)

• de onroerende financieringshuur onder de voorwaarden van het [koninklijk besluit nr. 30 van 29.12.1992 met betrekking tot de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde op de onroerende financieringshuur](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-30-december-betrekking-toepassing-belasting-toegevoegde-d28a)

• de verhuur van safeloketten.

#### B. Optionele belastingheffing bij wijze van uitsluiting van de vrijstelling met betrekking tot de onroerende verhuur

##### a. Principe van de belastingheffing

Wanneer de **verhuurder en de huurder er gezamenlijk voor opteren** wordt de verhuur van een gebouw of een gedeelte van een gebouw (inclusief desgevallend het bijhorend terrein), dat door de huurder uitsluitend wordt gebruikt voor de economische activiteit die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent, onderworpen aan de belasting. Indien het bij het gebouw of het gedeelte van het gebouw horende terrein mee wordt verhuurd, moet de optie worden

uitgeoefend ten aanzien van beide onroerende goederen samen.

De optie geldt voor de gehele duur van de overeenkomst.

Wat de ouderdom van (een gedeelte van) het gebouw betreft, kan de optie enkel worden uitgeoefend voor overeenkomsten die betrekking hebben op gebouwen of gedeelten van gebouwen waarvan de belasting, op werk in onroerende staat bedoeld in [artikel 19, § 2, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), met betrekking tot (de delen van) het gebouw zelf en die bijdragen tot de oprichting (ingrijpende of belangrijke renovatie) ervan, ten vroegste op 01.10.2018 (scharnierdatum) voor de eerste keer opeisbaar is.

Inzake diensten is het begrip « een nieuw opgericht gebouw » met betrekking tot de optionele belastingheffing van de onroerende verhuur niet hetzelfde als het begrip « nieuw gebouw », dat het voorwerp is van een belastbare levering (zie Afdeling 22 van dit Hoofdstuk).

Voornoemde voorwaarde met betrekking tot de opeisbaarheid van de belasting is **niet** van toepassing op de overeenkomsten voor de terbeschikkingstelling van ruimtes die, gelet op hun totale oppervlakte/volume, voor meer dan 50% gebruikt worden voor het opslaan van goederen en voor niet meer dan 10% als verkoopruimte, waarvoor de optie kan worden uitgeoefend.

Dit regime van optionele belastingheffing dat in werking is getreden op 01.01.2019, is opgenomen in [artikel 44, § 3, 2°, d), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

De Koning bepaalt het tijdstip waarop de optie moet worden uitgeoefend en de vormvereisten die daarbij moeten worden nagekomen.

Het [artikel 7quater, van het koninklijk besluit nr. 10](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679#ar10-art7quater) van 29.12.1992 met betrekking tot de uitoefeningsmodaliteiten van de keuzen, bedoeld in de artikelen [15, § 2, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15), [21bis, § 2, 9°, vierde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis), [25ter, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25ter) en [44, § 3, 2°, d)](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de aangiften van aanvang, wijziging, stopzetting van activiteit en de voorafgaande kennisgevingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde, bepaalt de uitoefeningsmodaliteiten van de bedoelde optie.

Deze wettelijke bepaling preciseert, in het bijzonder, de vermeldingen die minimaal moeten worden opgenomen in de gemeenschappelijke keuzeverklaring van de contractspartijen (zie [circulaire 2020/C/89 van 30.06.2020 met betrekking tot de wijzigingen aangebracht aan koninklijke besluiten 1, 7, 10, 24, 31, 35, 46 et 56 inzake btw door het koninklijk besluit van 07.11.2019 (nr. E.T. 137.009)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2020-c-89-betrekking-wijzigingen-aangebracht-koninklijke-besluiten-acbe), nummers 7.2.2 en 12).

##### b. Het begrip « bijhorend terrein »

Het begrip ‘bijhorend terrein’, opgenomen in Afdeling 22, titel 1, rubriek B, subrubriek b, van dit hoofdstuk en omschreven in [artikel 1, § 9, eerste lid, 2° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) is **niet** van toepassing op een gebouw of een gedeelte van een gebouw waarvan de verhuur wordt belast door middel van uitoefening van de optie voor belastingheffing ([artikel 1, § 9, tweede alinea van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1)).

Dit begrip wordt gedefinieerd in [artikel 44, § 3, 2°, d), vierde lid van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44): ‘… *wordt verstaan onder "bijhorend terrein", het kadastraal perceel of de kadastrale percelen waarop het gebouw of het gedeelte van het gebouw is opgericht en dat of die tegelijk met dat gebouw of gedeelte van dat gebouw door éénzelfde persoon wordt of worden verhuurd’*.

##### c. Verwijzing

Voor een meer uitgebreide bespreking van de btw-vrijstelling voor onroerende verhuur en de uitzonderingen op die vrijstelling, hetzij verplicht, hetzij via uitoefening van de optie, wordt verwezen naar ‘Boekwerk VI: Specifieke topics - Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 2 – Onroerende goederen – Diensten, titels 2, 3, 4 en 5’ en de [circulaire 2019/C/25 van 21.03.2019 betreffende de wet van 14.10.2018 tot wijziging van het Btw-Wetboek op het vlak van de onroerende verhuur – FAQ (nr E.T.134.229)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-25-wijziging-btw-wetboek-vlak-onroerende-a58b).

#### C. Samenvattende tabellen met betrekking tot de onroerende verhuur in functie van het doel van de handeling – Verwijzingen naar het Btw-Wetboek

##### a. Onroerende verhuur voor andere doeleinden dan de opslag van goederen

| Vergelijking tussen de verhuur op korte termijn die verplicht wordt belast en de optioneel te belasten onroerende verhuur, uitgesloten van de principiële vrijstelling bedoeld in artikel 44, § 3, 2° |  |  |
| --- | --- | --- |
| Duur van de verhuur | Verplichte belastingheffing van de verhuur op korte termijn (artikel 44, § 3, 2°, a), zevende streepje) | Optionele belastingheffing (artikel 44, § 3, 2°, d)) |
|  | Maximum 6 maand | Meer dan 6 maand behalve indien de huurder een belastingplichtige vereniging is zonder winstoogmerk of iedere belastingplichtige die het goed bestemt voor doeleinden bedoeld in artikel 44, § 2 |
| Aard van het goed | Een uit zijn aard onroerend goed Geen scharnierdatum op 01.10.2018 voor de opeisbaarheid van de btw geheven op de bouw, bij uitbreiding, de ingrijpende of belangrijke renovatie van het onroerend goed | Een gebouw of een autonoom deel van een gebouw en het bijhorend terrein Scharnierdatum op 01.10.2018 voor de opeisbaarheid van de btw geheven op de bouw, bij uitbreiding, de ingrijpende of belangrijke renovatie van het (autonoom deel van het) gebouw |
| Hoedanig- heid van de afnemer | Iedereen behalve een instelling zonder winstoogmerk -> Vrijstelling behalve indien deze instelling als belastingplichtige kan opteren voor de belastingheffing | Een als zodanig handelende belastingplichtige |
| Bestem- ming van het goed door de afnemer | Zonder belang, behalve indien:• huisvesting → Vrijstelling• privédoeleinden of doeleinden andere dan voor de economische activiteit van een natuurlijk persoon → Vrijstelling• het verrichten van handelingen bedoeld in [artikel 44, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) door éénieder→ Vrijstelling behalve indien het goed bestemd is voor een economische activiteit, hetgeen de optie voor belastingheffing mogelijk maakt | Exclusief gebruik door de huurder als belastingplichtige in het kader van zijn economische activiteit waarvoor hij belastingplichtige is |

##### b. Terbeschikkingstelling van ruimten voor opslagdoeleinden van goederen in of op een (autonoom deel van een) gebouw

| Hoedanigheid afnemer | Duur van de verhuur | Opslagplaats volgens de normen (in verhouding tot de oppervlakte of het totaal volume, overschrijdt de opslagruimte 50% en bedraagt de verkoopsruimte maximaal 10%) | Opslagplaats buiten de normen |
| --- | --- | --- | --- |
| Belasting- plichtige als zodanig handelend | Maximum 6 maand | Btw van rechtswege verschuldigd (artikel 44, § 3, 2°, a), zevende streepje) behalve indien de afnemer:• een instelling is zonder winstoogmerk• of het goed gebruikt voor doeleinden bedoeld in artikel 44, § 2→ Vrijstelling behalve indien wordt geopteerd voor de optionele belastingheffing | Btw van rechtswege verschuldigd (artikel 44, § 3, 2° a), zevende streepje) behalve indien de afnemer:• een instelling is zonder winstoogmerk• het goed gebruikt voor doeleinden bedoeld in artikel 44, § 2→ Vrijstelling behalve indien wordt geopteerd voor de belastingheffing |
|  | Meer dan 6 maand | Btw verschuldigd bij optie (artikel 44, § 3, 2°, d)) Scharnierdatum op 01.10.2018 voor de opeisbaarheid van de btw bij oprichting, bij uitbreiding, de ingrijpende of belangrijke renovatie van het (autonoom deel van het) gebouw is niet van toepassing | Btw verschuldigd bij optie (artikel 44, § 3, 2°, d)) Scharnierdatum op 01.10.2018 voor de opeisbaarheid van de btw geheven op de bouw, bij uitbreiding, de ingrijpende of belangrijke renovatie van het (autonoom deel van het) gebouw |
| Niet-belasting- plichtige instelling met winstoog-merk | Maximum 6 maand | Btw van rechtswege verschuldigd (artikel 44, §3, 2°, a), tweede streepje) | Btw van rechtswege verschuldigd (artikel 44, § 3, 2°, a), zevende streepje) |
|  | Meer dan 6 maand | Btw van rechtswege verschuldigd (artikel 44, §3, 2°, a), tweede streepje) | Vrijstelling (artikel 44, § 3, 2°) |
| Niet belasting- plichtige instelling zonder winstoogmerk | Zonder belang | Btw van rechtswege verschuldigd (artikel 44, § 3, 2°, a), tweede streepje) | Vrijstelling (artikel 44, § 3, 2°) |

##### c. Terbeschikkingstelling van ruimten voor opslagdoeleinden van goederen op een onbebouwd terrein

• Opslagplaats binnen de oppervlaktenormen (zie subrubriek b van deze rubriek): btw van rechtswege verschuldigd, ongeacht de hoedanigheid van de afnemer en de duur van de verhuur (artikel 44, §3, 2°, a, tweede streepje)

• Opslagplaats buiten de normen:

o maximum 6 maand: btw van rechtswege verschuldigd (artikel 44, § 3, 2°, a), zevende streepje) **behalve indien** de afnemer ofwel:

\* een fysiek persoon is handelend voor privé- of andere dan economische doeleinden

\* of een instelling is zonder winstoogmerk

\* of een persoon is die het goed aanwendt voor de in artikel 44, § 2 bedoelde doeleinden

→ Vrijstelling (artikel 44, § 3, 2°)

o Meer dan 6 maand: vrijstelling (artikel 44, § 3, 2°)

### 3. Het behoud, onder voorwaarden, van de btw-vrijstelling met betrekking tot het verstrekken van logies

De vrijstelling van btw met betrekking tot de verhuur van onroerende goederen kent meerdere uitzonderingen, vergelijkbaar met de verplichte belastingheffing, zoals deze met betrekking tot het aanbieden van gemeubeld logies dat voldoet aan de voorwaarden bepaald in [artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) en van toepassing is met ingang van 01.07.2022 (zie titel 2, rubriek A, van deze Afdeling).

Deze verplichte belastingheffing met betrekking tot het verstrekken van gemeubeld logies beoogt slechts de **verblijven met een duur van minder dan drie maanden** in hotels, motels en in inrichtingen met een soortgelijke functie.

Bovendien vereist voornoemde verplichte belastingheffing dat de inrichtingen met een soortgelijke functie als hotels en motels gewoonlijk aan betalende gasten onderdak verlenen voor een periode van minder dan drie maanden **en** dat minstens één van de wettelijk vereiste samenhangende diensten wordt aangeboden.

Bijgevolg wordt de vrijstelling van btw met betrekking tot het verstrekken van logies, zoals geldt voor onroerende verhuur, enkel behouden in de volgende gevallen:

## \* Hotels en motels

Het verstrekken van logies door een hotel of een motel zal slechts in één geval van de belasting vrijgesteld zijn: een klant wordt gehuisvest voor een verblijf waarvan de contractuele duur ten minste drie maanden bereikt (drie maanden of meer).

Bijvoorbeeld, een hotel of motel dat om één of andere reden een kamer ter beschikking stelt van een klant voor een ongebruikelijk lange periode van meer dan drie maanden (bijvoorbeeld in het kader van een beroepsmatige detachering) dient deze dienst van de belasting vrij te stellen daar de termijn van drie maanden wordt overschreden, zelfs al gaat het om een inrichting die gewoonlijk dergelijke diensten verricht voor een periode van minder dan drie maanden.

## \* Inrichtingen met een soortgelijke functie als hotelbedrijven

Sommige inrichtingen oefenen een activiteit uit die soortgelijk is aan de functie die wordt vervuld door een hotelbedrijf, namelijk het verlenen van onderdak aan betalende klanten.

Ze vallen onder dezelfde btw-vrijstelling als deze die geldt voor hoteldiensten, namelijk deze die betrekking heeft op de duur van het verblijf van ten minste drie maanden, dat individueel en per contractuele handeling moet worden beoordeeld.

Bovendien zijn alle verstrekkingen van logies door een inrichting met een soortgelijke functie als deze van een hotelbedrijf van belasting vrijgesteld, ongeacht de duur van het verblijf, **indien** deze inrichting **gewoonlijk** aan betalende gasten onderdak verleent voor een periode van ten minste drie maanden of **indien geen enkele** van de volgende samenhangende diensten wordt aangeboden door de exploitant of door tussenkomst van een derde voor zijn rekening:

o het fysiek onthaal van de gasten

o het ter beschikking stellen van huishoudlinnen alsook het vervangen ervan

o het dagelijks verschaffen van het ontbijt.

Dient bijvoorbeeld van de belasting te worden vrijgesteld, de terbeschikkingstelling van een studentenkamer voor de duur van minder dan drie maanden door een belastingplichtige die gewoonlijk studenten huisvest in het kader van contracten die doorgaans voor drie, zes, tien of twaalf maanden worden afgesloten, zoals gebruikelijk is.

Op basis van deze criteria worden de verschillende gevallen waarin de btw-vrijstelling met betrekking tot het verstrekken van gemeubeld logies, voor een duur van minder dan drie maanden door een inrichting met een soortgelijke functie als een hotelbedrijf, hierna schematisch weergegeven.

Het onderscheid tussen het verstrekken van te belasten gemeubeld logies en het verstrekken van gemeubeld logies dat van de belasting moet worden vrijgesteld overeenkomstig de voorwaarden vastgelegd in het [artikel 44, § 3, 2°, a), derde streepje, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), dat van toepassing is met ingang van 01.07.2022, wordt omstandig toegelicht in de memorie van toelichting van de wet van 27.12.2021 houdende diverse bepalingen inzake belasting over de toegevoegde waarde (Kamer, Doc 55/2279/001, pagina’s 07 - 19) evenals middels [circulaire 2022/C/119 van 21.12.2022 betreffende het verstrekken van gemeubeld logies aan betalende gasten in hotels, motels en inrichtingen met een soortgelijke functie (nr. E.T. 139.050)](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2022-c-119-verstrekken-gemeubeld-logies-betalende-gasten-af53).

## \[Top\]

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 14 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 135](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) 3 voorkomens

[WBTW art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) 2 voorkomens

[KB nr. 10 art. 7quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-10-december-betrekking-uitoefeningsmodaliteiten-keuzen-5679) 1 voorkomen

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 1 voorkomen

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 1 voorkomen

[WBTW art. 21bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 25ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25ter) 1 voorkomen
