---
title: "21 april 2023 · Btw-commentaar · Bepaalde bancaire en financiële verrichtingen (01.04.2023)"
description: "Bepaalde bancaire en financiële verrichtingen. Btw-commentaar van de Belgische belastingadministratie, stand 1 april 2023."
url: "https://juriel.be/nl/btw-commentaar/vrijstellingen-beoogd-artikel-44-wetboek-3fc1"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/commentaire-tva/exemptions-visees-article-44-code-8bc2"
---

# Bepaalde bancaire en financiële verrichtingen (01.04.2023) · Vrijstellingen beoogd door artikel 44, § 3, 7°, van het Btw-Wetboek - Bepaalde bancaire en financiële verrichtingen

**Datum**

21 april 2023

## Over het document

**Verzameling**

Btw-commentaar

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

19 paragrafen

BOEKWERK II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief

Hoofdstuk 9: Vrijstellingen beoogd door [artikel 44 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)

## Afdeling 28 – Bepaalde bancaire en financiële verrichtingen ([artikel 44, § 3, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44))

Bijwerking **01.04.2023** - Vorige versies: \[01.07.2018\] \[01.06.2020\] \[01.06.2021\] \[01.04.2022\]

Overeenkomstig [artikel 44, § 3, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zijn van de btw vrijgesteld ‘handelingen, bemiddeling daaronder begrepen, betreffende deposito's, rekening-courantverkeer, schuldvorderingen, cheques en andere handelspapieren met uitzondering van de invordering van schuldvorderingen’.

Deze vrijstelling is de gedeeltelijke omzetting in Belgisch recht van de artikel 135, lid 1, punt d), van richtlijn 2006/112/EG, voornoemd.

De aandacht wordt erop gevestigd dat de diensten van makelaars en lasthebbers bij voornoemde handelingen eveneens van de belasting zijn vrijgesteld.

De **invordering van schuldvorderingen** vormt een problematiek die met inachtname van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient te worden geanalyseerd (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Finanzamt Groß-Gerau en MKG-Kraftfahrzeuge-Factoring GmbH, zaak [C-305/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-305-01-arrest), van 26.06.2003 en Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Finanzamt Essen-NordOst tegen GFKL Financial Services AG, zaak [C-93/10](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-93-10-arrest), van 27.10.2011).

Met invordering van schuldvorderingen wordt **elke economische activiteit** beoogt **waarbij een marktdeelnemer schuldvorderingen koopt en daarbij het debiteurenrisico op zich neemt en die zijn klanten in ruil daarvoor een vergoeding aanrekent** (zie Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Finanzamt Groß-Gerau en MKG-Kraftfahrzeuge-Factoring GmbH, zaak [C-305/01](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-305-01-arrest), van 26.06.2003, voornoemd).

Overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie neemt de administratie aan, dat een marktdeelnemer die, voor eigen risico, onvoldane schuldvorderingen koopt voor een **prijs beneden de nominale waarde**, **geen dienst verricht in de zin van** [**artikel 2 van het Btw-Wetboek**](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) en dit **wanneer het verschil tussen de nominale waarde van die schuldvorderingen en de koopprijs ervan de daadwerkelijke economische waarde van de schuldvorderingen op het moment van overdracht weerspiegelt** (het is te zeggen de redelijke schatting van het invorderbaar deel van de overgedragen schuldvorderingen).

Indien de dienstverrichting inzake beheer en invordering van schuldvorderingen afzonderlijk aan de overnemer wordt gefactureerd, zal, bij de overdracht van een portefeuille schuldvorderingen, het verschil tussen de nominale waarde van de overgedragen schuldvorderingen en hun koopprijs niet worden aangemerkt als de tegenprestatie van een dienst inzake de invordering van schuldvorderingen en dit zelfs al is deze prijs - rekening houdend met onder meer hun vervaldatum, de van toepassing zijnde interestvoet, de solvabiliteit van de schuldenaars - lager dan de boekwaarde van deze schuldvorderingen. De dienstverrichting bestaande uit de overdracht van schuldvorderingen door de overdrager aan de overnemer wordt beoogd door [artikel 44, § 3, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). De maatstaf van heffing van deze handeling is gelijk aan de economische waarde van de schuldvorderingen zoals hiervoor gedefinieerd.

Niettemin kan uit de omstandigheden (contracten, statutaire bepalingen…) blijken dat het doel van de overdracht de invordering van een schuldvordering vormt.

Indien de **koopprijs lager** ligt **dan de daadwerkelijke economische waarde** van de schuldvorderingsportefeuille (bepaald rekening houdend met onder meer de elementen van het contract gesloten tussen de partijen en de waardeverminderingen die in de boekhouding van de overdrager zouden zijn opgenomen) - hetgeen in principe steeds het geval is - vormt dit **verschil** de tegenprestatie voor een handeling bestaande in de **invordering van schuldvorderingen** beoogd door de uitzondering op de vrijstelling van [artikel 44, § 3, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

Voorbeeld:

Een schuldvorderingsportefeuille heeft een nominale waarde van 100. Uit de boekhouding van de overdrager blijkt dat de economische waarde slechts 50 bedraagt. In de veronderstelling dat de koopprijs van de schuldvorderingsportefeuille slechts 40 bedraagt, vormt het verschil tussen deze koopprijs en de economische waarde, zijnde 10, de tegenprestatie voor handeling bestaande in de invordering van schuldvorderingen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de maatstaf van heffing van de overeenkomstig [artikel 44, § 3, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) vrijgestelde overdracht van schuldvorderingen overeenstemt met de economische waarde van de schuldvorderingen, in casu 50.

Naast hun eigenlijke factoringdiensten, kan het voorkomen dat een factoringmaatschappij financiële middelen aan haar klanten voorschiet. Rekening houdend met het feit dat deze voorgeschoten sommen voor hun klanten een doel op zich vormen, en niet het middel om de factoringdiensten zo aantrekkelijk mogelijk te maken, kunnen deze handelingen bijgevolg niet als bijkomstige handelingen worden beschouwd in de zin van de Europese jurisprudentie (zie Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest Card Protection Plan Ltd, zaak [C-349/96](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-349-96-arrest), van 25.02.1999)

Hieruit volgt dat het voorschieten van deze sommen moet beschouwd worden als een kredietverrichting, afzonderlijk en onafhankelijk van de factoringdiensten, die van de belasting is vrijgesteld overeenkomstig [artikel 44, § 3, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

Daar deze kredietverrichtingen een specifieke economische activiteit van de factoringmaatschappijen vormen, dient de omzet die zij genereren te worden opgenomen in de noemer van het algemeen verhoudingsgetal inzake het recht op aftrek van deze maatschappijen of, in voorkomend geval, in de noemer van het bijzonder verhoudingsgetal dat wordt berekend naar analogie met het algemeen verhoudingsgetal wanneer deze maatschappijen hun recht op aftrek uitoefenen volgens het werkelijke gebruik van alle of van een deel van de goederen en diensten.

\[Top\]

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 7 voorkomens

[WBTW art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-2) 1 voorkomen

[C-305/01, arrest van 26 juni 2003](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-305-01-arrest) 2 voorkomens

[C-349/96, arrest van 25 februari 1999](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-349-96-arrest) 1 voorkomen

[C-93/10, arrest van 27 oktober 2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-93-10-arrest) 1 voorkomen
